De bedrijfsspecialisten van De Zaak hebben dagelijks contact met leden van De Zaak, via telefoon of e-mail. Hun vragen raken veel facetten van het ondernemen. Hieronder een selectie van recent gestelde vragen over bedrijfsvoering, en de antwoorden.
Omdat de werknemer die in deze auto reed een andere baan heeft aangenomen staat de auto tot 1 september stil. Een andere werknemer wil deze mee op vakantie nemen, omdat het een betere auto is dan die hij gewoonlijk rijdt.
De werknemer kan deze auto meenemen op vakantie. Net als wanneer bij onderhoud of reparatie tijdelijk een andere auto wordt gereden, moet ook in dit geval de bijtelling worden aangepast. Voor het tijdelijk gebruik van een duurdere auto (in dit geval in de vakantie) moet een hogere bijtelling betaald worden. Echter, voor de auto waar de werknemer normaal in rijdt hoeft in die periode geen bijtelling te worden toegepast. Het kan ook zo zijn dat de auto die tijdens de vakantie in hetzelfde bijtellingstarief valt, waardoor het helemaal niets extra kost.
Als de Belastingdienst u een VAR-verklaring WUO (=Winst uit Onderneming, er zijn namelijk verschillende soorten VAR) heeft verstrekt, dan heeft de incidentele keer dat u via een uitzend- of detacheringsbureau werkt geen gevolgen. De Belastingdienst blijft u als zelfstandig ondernemer beschouwen. Ook als u via meerdere bemiddelingsbureaus werkt, zal de Belastingdienst u in de regel als zelfstandig ondernemer blijven aanmerken, zolang u maar aan de zgn. toetsingscriteria voldoet. De ‘Beleidsregels beoordeling dienstbetrekking’ kunt u vinden op de wevsite van het UWV. Bovendien dient u ervoor te zorgen dat de in de VAR beschreven activiteiten overeenstemmen met de werkelijkheid.
Lees meer in het artikel Inlenen, uitlenen en de VAR
Zo’n half miljoen ondernemers zijn niet verzekerd voor arbeidsongeschiktheid. Reden: te duur. Het is de vraag of dit verstandig is. Veel hangt af van de persoonlijke omstandigheden van de ondernemer. Sinds de WAZ (Wet Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen) is afgeschaft, is er geen enkel wettelijk vangnet meer voor ondernemers die door ziekte of een ongeluk niet meer in staat zijn om te werken (uitzondering: binnenkort komt er weer een uitkering voor zwangere ondernemers). Het is verstandig om een adviseur goed naar uw financiële situatie te laten kijken. Welke verplichtingen heeft u (hypotheek etc.) en welke inkomstenbronnen zijn er naast uw onderneming (partner, eigen vermogen etc.)? Mogelijk kunt u terugvallen op een goedkopere verzekering, waarbij de uitkering lager is, of pas na een jaar arbeidsongeschiktheid ingaat.
Lees meer in het artikel Verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid: maak uw eigen keuzes
De kans is in ieder geval groter dat u in dit geval geen VAR-wuo (winst uit onderneming) of VAR-dga (directeur grootaandeelhouder) krijgt. Heeft u reeds een VAR-wuo of VAR-dga en gebruikt u die bij uw oude werkgever, dan is deze gevrijwaard van loonheffing en premies werknemersverzekering. Maar het kan zijn dat de Belastingdienst uw VAR wil herzien. Als achteraf toch sprake is van een arbeidsovereenkomst moet de opdrachtgever vanaf dat moment (dus niet over al verrichte werkzaamheden) premies en loonheffing inhouden en afdragen.
"Ik werk anderhalf jaar als zzp’er, vooral in montage van gas- en waterleidingen. Nu werk ik al maanden voor mijn ex-werkgever. Ik heb een VAR-verklaring, loop risico, investeer in mijn bedrijf. Is er kans dat ik toch als werknemer wordt gezien?"
De Belastingdienst kan – ondanks de afgifte van een VAR-wuo of VAR-dga – altijd oordelen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst en dat u dus als werknemer werkt. Bij een VAR-wuo of VAR-dga kunnen daar geen consequenties aan worden verbonden. Wel is het mogelijk dat de fiscus uw VAR-wuo of VAR-dga herziet. Daarbij moeten alle omstandigheden betrokken worden, zoals: heeft u nog meer opdrachtgevers, loopt u ondernemersrisico en investeert u?
De Belastingdienst wil uw fiscale positie vaststellen en gaat na of er sprake is van een arbeidsrelatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.
Voor het verkrijgen van een VAR wuo, winst uit onderneming, moet u voldoen aan de criteria van het zelfstandig ondernemerschap: ondernemersrisico lopen, zelfstandig werkzaamheden uitvoeren, niet doorbetaald krijgen tijdens vakantie en 1225 uur per jaar in de onderneming investeren. Daarbij wordt gekeken naar het totaalplaatje, de samenhang van de antwoorden. Ook het aantal opdrachtgevers is bijvoorbeeld belangrijk, waarbij een vuistregel een minimum van drie is. Winst maken is een belangrijk criterium, maar wanneer er aanloopverliezen zijn en verder alles wijst op fiscaal ondernemerschap kan er toch een VAR-wuo worden toegekend.
Kent de Belastingdienst u een VAR-row, resultaat uit overige werkzaamheden, toe en is er sprake van een dienstbetrekking, dan is de opdrachtgever verplicht om loonheffingen in te houden.
Lees meer in het artikel Zes vragen over de gevreesde Var»
Ja, per pand kan de verhoging verschillen, afhankelijk van de afspraken in de
huurovereenkomsten. De verhuurder kan eens per jaar de huur verhogen met de
indexering. Meestal wordt er aansluiting gezocht bij de consumentenprijsindex
van het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek).
Daarnaast mag de huurprijs
van een winkelruimte in beginsel eens in de vijf jaar worden aangepast aan de
huurprijzen van vergelijkbare bedrijfspanden. Deze laatste wijze van indexering
wordt ook gehanteerd in de algemene ROZ-bepalingen die vaak worden gebruikt voor
winkelhuurovereenkomsten. Een andere maatstaf is echter ook mogelijk,
bijvoorbeeld een afgesproken vast percentage.
Lees meer in het artikel Huurgeschil, dit zijn uw rechten»
Ga niet zelf op zoek naar een maatschappij. Laat een tussenpersoon een paar offertes aanvragen: dat scheelt een hoop werk. Vaak lijken de polissen trouwens wel op elkaar: ze zijn doorgaans opgebouwd uit modules. Als u een eenmanszaak heeft, hoeft bijvoorbeeld de module ‘geschillen met werknemers’ niet mee te worden genomen. Vergeet niet om dat te veranderen als u wel personeel gaat aannemen.
Bepaal voor uzelf wat u precies nodig heeft. Maak dus altijd zelf een analyse van de risico’s. Als een bedrijf diensten levert en niet over een machinepark of toeleveranciers beschikt, is er bijvoorbeeld geen rechtsbijstandverzekering nodig die geschillen met leveranciers dekt.
Lees meer in het artikel vijf vragen over de rechtsbijstandverzekering»
Een product is volgens de wet gebrekkig als het niet de
veiligheid biedt die men daarvan mag verwachten. Vooral gezien de presentatie of
reclame die voor het product is gemaakt, redelijkerwijs te verwachten gebruik
van het product (bijvoorbeeld speelgoed door kleine kinderen. Of gezien het
tijdstip waarop het product in het verkeer werd gebracht. (Ooit wist men niet
dat mensen van asbest longkanker kregen. Nu we dat wel weten, mag u geen
warmhoudplaatjes van asbest meer op de markt brengen).
Lees meer in het artikel Het verschil tussen product- en beroepsaansprakelijkheid»
Heeft u een ‘vrij beroep’ (architect, advocaat, makelaar, etc.), dan is een beroepsaansprakelijkheidsverzekering iets voor u. De verzekering dekt dan vermogensschade die het gevolg is van beroepsfouten: bijvoorbeeld een advocaat die een termijn laat verlopen, een dokter die een verkeerde diagnose stelt.
Voor alle andere ondernemers is er de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (AVB). Een AVB vergoedt alleen schade aan goederen of personen, vermogensschade zoals misgelopen winst, valt er niet onder. Fouten vallen ook niet onder een AVB, een aannemer die slecht werk aflevert kan daar dus niet o terugvallen. Een aansprakelijkheidsverzekering is niet verplicht, maar wel aan te raden. Voor een privé verzekering betaalt u rond de € 50,- per jaar; een zelfstandige zonder personeel moet rekenen op een paar honderd euro.
Lees meer in het artikel bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (AVB)»
