Vitaliteitssparen - 8 vragen en antwoorden

Spaarloon en levensloop zijn vervangen door vitaliteitssparen. De Belastingdienst zette een aantal van de meestgestelde vragen over deze regeling op een rij.

Vitaliteitspakket / Vitaliteitssparen

Vraag 1
"Moet voor het vitaliteitssparen een bankrekening worden geopend of kan het vitaliteitssparen door een ondernemer zelf worden bijgehouden?"

Antwoord
Voor het vitaliteitssparen dient men te beschikken over een als vitaliteitsspaarrekening aangeduide bankrekening of een als vitaliteitsspaarverzekering aangeduide levensverzekering of een als vitaliteitspaarrecht van deelneming aangeduide deelneming in een beleggingsinstelling. Dat geldt voor alle deelnemers aan deze regeling.

Het is niet mogelijk een dergelijke rekening in eigen beheer te houden.

Vraag 2
"Per jaar mag per persoon € 5.000 fiscaal aftrekbaar worden gespaard, tot een maximum van €20.000 (inclusief rendement). Als er meer gespaard wordt, is het meerdere niet aftrekbaar. Is het meerdere bij opname wel belast?"

Antwoord
Ja. Alle opnamen van de vitaliteitspaarrekening zijn belast ook als deze betrekking hebben op niet afgetrokken stortingen. Ook opnamen die betrekking hebben op het bijgeschreven rendement zijn belast. Het saldo, ook als het groter is dan € 20.000, behoort niet tot de rendementsgrondslag van box 3.

Deze bedragen worden overigens jaarlijks geïndexeerd.

Vraag 3
"Beïnvloedt de inleg op de vitaliteitsspaarrekening de jaarruimte voor de aftrek van lijfrentepremies? Of de maximale dotatie aan de fiscale oudedagsreserve (FOR)?"

Antwoord
Nee, de jaarruimte wordt onafhankelijk van de inleg of opname uit het vitaliteitssparen bepaald. Er is geen mogelijkheid opgenomen (in tegenstelling tot het regime voor lijfrentes), om de FOR belast te kunnen laten afnemen voor ten hoogste het aftrekbare bedrag van vitaliteitssparen.

Vraag 4
"De bank doet een uitkering vanaf de vitaliteitsspaarrekening. Is de bank dan inhoudingsplichtige en zijn de uitkeringen uit het vitaliteitssparen dan onderdeel van het loon voor de werknemersverzekeringen?"

Antwoord
Ja, de opname van de vitaliteitsspaarrekening wordt voor de heffing van de loonheffing aangewezen als periodieke uitkering, waarbij de financiële instelling wordt aangewezen als inhoudingsplichtige. De financiële instelling houdt loonheffing in naar een vast tarief van 42%.

In de aangifte inkomstenbelasting dient de opname van de vitaliteitsspaarrekening te worden aangegeven als belastbaar voordeel uit vitaliteitssparen. De ingehouden loonheffing wordt als voorheffing verrekend met de verschuldigde inkomstenbelasting.

De uitkeringen uit het vitaliteitssparen vormen geen onderdeel van het loon voor de werknemersverzekeringen.

Vraag 5
"Op welke manier kan de opgebouwde levensloopverlofkorting geldend worden gemaakt?"

Antwoord
Bij opnamen van de levenslooprekening ten behoeve van levensloopverlof. Bij volledige omzetting van de levenslooprekening in vitaliteitssparen, wordt de opgebouwde levensloopverlofkorting verrekend in de inkomstenbelasting, dus buiten de werkgever om, in het jaar van omzetting. Bij voortzetting van de levensloopregeling (bij een saldo van € 3.000 of meer) blijven de huidige voorwaarden van kracht met uitzondering van de opbouw van de levensloopverlofkorting.

Bij een saldo dat kleiner is dan € 3.000 eindigt de levenslooprekening en kan de opgebouwde levensloopverlofkorting in het jaar van opheffen van de rekening, worden verzilverd. Er kan echter nooit meer korting worden verzilverd dan dat er aan levenslooptegoed wordt opgenomen.

Vraag 6
"Je kunt niet aan vitaliteitssparen deelnemen als je ouder bent dan 65 jaar. Dat betekent dat uiterlijk op de dag voordat belastingplichtige 65 jaar wordt, het tegoed moet worden opgenomen. Wordt die leeftijdsgrens verhoogd naar 67 jaar gelet op de verhoging van de pensioenleeftijd?"

Antwoord Op dit moment geldt de leeftijdsgrens van 65 jaar. Welke grens in de toekomst wordt gehanteerd is nu niet bekend.

Vraag 7
"Als een belastingplichtige in het jaar dat hij 62 wordt of daarna meer dan € 10.000 opneemt, dan valt het gehele tegoed op de vitaliteitsspaarrekening vrij en is revisierente verschuldigd. Wat gebeurt er met een saldo van meer dan € 10.000 op de dag voordat de belastingplichtige 65 wordt? Wat gebeurt er als een houder van een vitaliteitsspaarrekening met een saldo van € 20.000 overlijdt?"

Antwoord
Het gehele tegoed moet uiterlijk voor het bereiken van de 65 jarige leeftijd zijn opgenomen. Is dit niet gebeurd, dan wordt het tegoed geacht tot uitkering te zijn gekomen op de dag voorafgaande aan de 65e verjaardag. In dit geval wordt geen revisierente berekend (ook niet als het tegoed meer dan € 10.000 bedraagt).

Bij overlijden van de houder van een vitaliteitsspaarrekening wordt het volledige saldo belast bij de erflater door een heffingsmoment aan te nemen direct voorafgaande aan het moment van overlijden. Ook in deze situatie is geen revisierente verschuldigd.

Vraag 8
"Wordt over de belastbare voordelen uit vitaliteitssparen de arbeidskorting toegepast?"

Antwoord
Nee, de arbeidskorting wordt toegepast over het arbeidsinkomen. Het arbeidsinkomen omvat ingevolge artikel 8.1 lid 1 letter e Wet IB 2001: het gezamenlijk bedrag van hetgeen door de belastingplichtige met tegenwoordige arbeid is genoten als winst uit een of meer ondernemingen, loon en resultaat uit een of meer werkzaamheden.


Bron: Belastingdienst - Veelgestelde vragen en antwoorden Intermediairdagen 2011 - Inkomstenbelasting

Auteur: De Zaak
Gemiddelde (0 Stemmen)
0 Reacties
Toon

Handige sites Handige sites

Uw mening Uw mening

Welke bezuinigingsmaatregel komt bij u het hardst aan?