Veranderingen in het enquêterecht per 1 januari 2013

Het enquêterecht bevat regels om geschillen rond de rechtspersoon op te lossen. Hierbij kan worden gedacht aan conflicten van uiteenlopende aard, tussen aandeelhouders onderling of conflicten waarbij het bestuur van de onderneming is betrokken. Na een korte uiteenzetting van de functie en werking van de enquêteprocedure, bespreken wij de meest in het oog springende wijzigingen per 1 januari 2013.
Veranderingen in het enquêterecht per 1 januari 2013

Het enquêterecht
Indien er een conflict rond een onderneming is ontstaan, kan de Ondernemingskamer, een in ondernemingsrecht gespecialiseerde afdeling van het Gerechtshof Amsterdam, op verzoek een onderzoek, ofwel enquête, bevelen naar het beleid en de gang van zaken binnen de vennootschap. Dit gebeurt alleen wanneer er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid binnen de vennootschap te twijfelen.

Een door de Ondernemingskamer gelast onderzoek richt zich op het saneren en herstellen van verhoudingen, openen van zaken en/of het vaststellen bij wie de verantwoordelijkheid berust voor mogelijk wanbeleid.

Onder andere een aandeelhouder die ten minste10% van de aandelen of certificaten in de vennootschap houdt en rechthebbenden op een pakket aandelen of certificaten met een bepaalde waarde, zijn bevoegd om de Ondernemingskamer te verzoeken een onderzoek in te stellen.

Rapporteurs doen verslag
Het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken binnen de vennootschap wordt uitgevoerd door één of meer door de Ondernemingskamer te benoemen personen. Deze zogeheten 'rapporteurs' leggen hun bevindingen neer in een verslag dat ze voorleggen aan de Ondernemingskamer. De vennootschap, de verzoekers van de enquête en eventuele door de Ondernemingskamer te bepalen derden, krijgen een inzagerecht en/of kopie van het verslag.

Onmiddellijke en definitieve voorzieningen
Tijdens het onderzoek kan de Ondernemingskamer zogeheten 'onmiddellijke voorzieningen' treffen, zodat de ondernemingsactiviteiten niet stagneren. Hierbij kan gedacht worden aan: het tijdelijk benoemen van een bestuurder of commissaris of het schorsen van het stemrecht van één of meer aandeelhouders.

Als de Ondernemingskamer naar aanleiding van het onderzoek concludeert dat er sprake is (geweest) van wanbeleid, dan kan ze ook definitieve voorzieningen treffen.

Zo kan de Ondernemingskamer:

  • een besluit van het bestuur, de algemene vergadering van aandeelhouders, de raad van commissarissen of een ander orgaan van de vennootschap schorsen of vernietigen;
  • individuele bestuurders of commissarissen schorsen, ontslaan,of tijdelijk benoemen;
  • tijdelijk afwijken van de statuten;
  • aandelen tijdelijk in beheer overdragen;
  • en zelfs: de vennootschap ontbinden.

Enquêteprocedure nog effectiever
Het doel van de enquêteprocedure is dus een snelle en effectieve oplossing te bieden voor geschillen binnen de vennootschap. Het nieuwe enquêterecht beoogt de enquêteprocedure (nog) effectiever te maken.

Onder andere het volgende wijzigt per 1 januari 2013:

  • De drempel voor het indienen van een enquêteverzoek voor aandeel- en certificaathouders van grote NV's en BV's (geplaatst aandelenkapitaal van meer dan € 22,5 miljoen) zal worden verhoogd (minimaal 1% van het kapitaal verschaffen); bij beursgenoteerde vennootschappen minimaal 20 miljoen beurswaarde. Bij andere vennootschappen (geplaatst kapitaal van € 20 miljoen of minder en niet beursgenoteerd) blijft de drempel 10% van het gezamenlijke verschafte kapitaal of een nominaal bedrag van € 225.000. De statuten kunnen in alle gevallen lagere drempels bepalen.
     
  • De vennootschap krijgt zelf de bevoegdheid een enquêteprocedure te starten. In een faillissement heeft de curator die bevoegdheid.
     
  • Een raadsheer-commissaris zal toezicht houden op de procesgang gedurende de onderzoeksfase. Zo wordt de raadsheer-commissaris onder meer bevoegd te bevelen dat boeken en bescheiden ter beschikking worden gesteld aan de onderzoeker. Tegen beslissingen van de raadsheer-commissaris staat geen beroep in cassatie open.
     
  • Het treffen van onmiddellijke voorzieningen door de Ondernemingskamer wordt aan banden gelegd: om voorzieningen te treffen dient het enquêteverzoek bij voorlopig oordeel door de Ondernemingskamer te worden toegewezen. Zij zal vervolgens binnen een 'redelijke termijn' daarna moeten beslissen of daadwerkelijk een enquête zal worden gelast.
     
  • De belangenafweging van de Ondernemingskamer bij het treffen van onmiddellijke voorzieningen wordt wettelijk verankerd.
     
  • De onderzoekers stellen een verslag op van hun bevindingen. Zij zullen degenen die in het concept verslag worden genoemd in de gelegenheid stellen om opmerkingen te plaatsen bij de bevindingen die op hen betrekking hebben.
     
  • Het aansprakelijkheidsregime en de kostenregeling ten aanzien van de benoemde onderzoekers, tijdelijk aangestelde bestuurders, commissarissen en beheerders van aandelen wordt aangepast: de aansprakelijkheidsrisico's worden beperkt en hun redelijke kosten komen in beginsel voor rekening van de vennootschap.

 

Over de auteurs: 

Mirjam Lems is sinds 2007 werkzaam als advocate binnen de ondernemingsrechtpraktijk van Houthoff Buruma te Rotterdam.

 

 

 

George Driessen is sinds 2007 advocaat en per mei 2012 werkzaam binnen de ondernemingsrechtpraktijk van Holland Van Gijzen te Rotterdam.

 

 

Ga nu naar je mailbox

Je ontvangt een e-mailbericht met instructies om je registratie te bevestigen. Zonder de bevestiging wordt je registratie niet verwerkt.

Ook praktische tips in je mailbox?

Denk na over de toekomst van je bedrijf. Schrijf je in voor onze gratis nieuwsbrieven!

1
0

De Zaak website maakt gebruik van cookies.

We zijn verplicht om je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

/disclaimer
Meer informatie
Ja, ik geef toestemming