“Recycling is waardering voor wat er al is”

Laura Dols verkocht al vintage toen het nog tweedehands werd genoemd
“Oh, je bent er al.” Laura Dols, stapt vanuit een zijkamer de bruidswinkel binnen en haalt haar handen door haar haar. “Ik ben wel vies hoor. Er is net weer achthonderd kilo binnengekomen.” Ze heeft het over een partij tweedehands kleding die ze eigenhandig selecteerde in loodsen in Los Angeles, San Francisco en Denver. Ongeveer een derde ervan zijn bruidsjurken voor de winkel aan de Amsterdamse Nieuwe Hemweg. De rest is voor ‘de Laura Dols’ in de Wolvenstraat.
“Recycling is waardering voor wat er al is”

Vintage glitter en glamour

Laura Dols in de Wolvenstraat in Amsterdam is de winkel van Laura Dols (1954). De winkel is gespecialiseerd in tweedehands kleding vanaf de jaren ’20 en heeft de grootste collectie vintage glitter en glamour in Nederland. Ze verkopen onder meer uit Hollywood geïmporteerde gala- en cocktailjurken en avondkleding voor heren. Twee jaar geleden opende het bruidsatelier.

“Vroeger vonden mensen het vies, nu is vintage top of the bill.”

 

V&D was ‘bloody saai’

Ze had altijd al oog voor de fijnste stoffen en de mooiste kraaltjes en knutselde al jong haar eigen jurken in elkaar. “Toen ik voor de tweede keer van een middelbare school werd gestuurd, wilde ik naar een goeroe in India. Mijn moeder verstopte mijn paspoort omdat ze bang was dat ik in de magic bus zou stappen. Toen ben ik met een vriend maar een handeltje begonnen op het Waterlooplein.” Het was de tijd waarin alleen mensen met geld toegang hadden tot couture. Gewone mensen moesten het doen met Vroom & Dreesman. “Maar dat was bloody saai! Mijn generatie had daar geen zin in. Hippies wilden op hun eigen manier expressie geven aan wie ze waren. Met muziek, kleding en zelfs taal. We verzonnen zelf wat we aantrokken. Jurken met kraaltjes en uniformjasjes bijvoorbeeld. We vonden onszelf ontzettend cool.”

Ze is nog altijd wars van wat de mode dicteert. “De modewereld is een ontzettend overdreven en overtrokken branche. Een beetje een boude uitspraak misschien, want er zijn absoluut innovatieve ontwerpers en mode is ook kunst. Maar er wordt zo hysterisch over gedaan en zoveel geld aan uitgegeven omdat ergens een naam op staat. Mensen worden gewoon gefopt.”

 

Cool is niet genoeg

De kraam op het Waterlooplein liep veel beter dan verwacht. “Het sloeg in als een bom. De wereld was er ineens klaar voor. Zelfs secretaresses wilden tweedehands. Toen werd het plotseling een business. Ik vond het gewoon leuk en wist waar ik de mooiste spullen kon krijgen. Ik had er plezier in om kleding te vinden, te wassen en te vermaken.” Een echt businessmodel zat er dan ook niet achter, maar Laura verkocht goed. Ook toen ze op een dag met een koffer vol bloesjes naar Gran Canaria vertrok. Later deed ze onder meer Ibiza en Amerika aan. Ze begint te lachen. “In Amsterdam kreeg ik een keer een partij lederhosen aangeboden. Niemand wilde die broeken hebben en in Afrika hadden ze er niks aan. Ik vroeg me af wat we ermee konden doen. Het was prachtig leer, dat nog best opnieuw gebruikt kon worden.” Opnieuw een lach. “Alleen sommige kruizen waren beschimmeld! We naaiden de pijpen dicht en stikten er een voering in. Van de bretels maakten we een hengsel. Zo werden het heel leuke tassen die ik in Amerika verkocht. Ze deden het daar geweldig! Iets dat op de ene plek overbodig is, kan ergens anders een nieuwe functie krijgen. Dat is eigenlijk het thema van mijn leven.”

 

Serieus brood op de plank

Na haar terugkeer uit Amerika, kreeg de toen 21-jarige Laura behoefte aan structuur in haar leven. “Ik was de hele tijd aan het feesten en dacht aan een winkel. Dan moet je tenminste elke dag opstaan.” Na een paar tijdelijke winkels kwam ze in 1977 terecht in de Wolvenstraat. De winkel en vooral de woonruimte erachter was volledig vervallen. Maar gezellig was het er wel. “Ik zat er lekker te naaien, had vrienden op bezoek en zette thee. De winkel bedroop zichzelf. En als ik wat geld verdiend had, ging ik weer op reis.” Daar kwam verandering in toen ze zwanger raakte. “Ik moest voor een baby gaan zorgen. Ja, dan moet er serieus brood op de plank. Tot Mea kwam interesseerde me dat geen moer, maar nu moest ik providen. Vanaf dat moment, in 1988, ben ik echt georganiseerd geraakt.”

In de Wolvenstraat vinden liefhebbers nog altijd de meest stijlvolle stukken om zich te onderscheiden van de fashion victims. Twee jaar geleden opende ze in haar opslag een bruidsboetiek. “Ik verzamelde altijd al bruidsjurken en had zestig zakken in de opslag, maar in de winkel verkochten ze niet echt goed. Tot er op een dag een Australische in mijn winkel stond met drie trouwjurken over haar arm. Ze wilde een bruidswinkel openen in Perth. Ik viel als een blok voor haar en nam haar mee naar mijn opslag om haar mijn verzameling te laten zien.’’ De zaak in Perth heeft het niet gered. “Australian girls are just too big”, moest de dame concluderen. Maar bij Laura was een zaadje geplant.

"We zitten in een gekte waarin we steeds maar nieuwe spullen moeten kopen."

“Het is belachelijk dat iets waar zoveel tijd in wordt gestopt en zoveel moeite voor is gedaan, maar één keer wordt gedragen. Waarom zou je er een ander niet blij mee maken? Er is al zoveel! We zijn in een soort van gekte terecht gekomen waarin we steeds maar nieuwe spullen moeten kopen. Die marktwerking vind ik een misselijkmakende gang van zaken.” Het gaat haar duidelijk aan het hart. “Weinig mensen realiseren zich dat alles dat ze kopen na gebruik ook weer ergens naartoe moet. Er is in de kledingindustrie onvoorstelbaar veel afval waar we eigenlijk geen raad mee weten. En we gaan helemaal niet goed om met onze grondstoffen. Er is een enorme overproductie van katoen. Akkers raken uitgeput en er wordt zoveel water gebruikt dat een tekort ontstaat.’’ En dan is er nog de uitbuiting van mensen in lage lonen landen. “Als je jeans kunt kopen voor tien euro, weet je zeker dat er ergens aan het begin van de lijn iemand veel te weinig betaald heeft gekregen.”

Als het aan Laura Dols lag werd er van overheidswege een stokje voor gestoken. Ondertussen levert ze haar eigen bijdrage. “Recycling is de waardering voor dat wat we al hebben. De wensen voor een bruidsjurk van nu zijn heel anders dan die van bijvoorbeeld de jaren vijftig. Maar die jurken vormen wel een schitterend basismateriaal dat we helemaal kunnen vermaken tot een uniek en prachtig stuk.” Dat scheelt in grondstoffen en in afval, maar ook in de kosten. “Onze jurken zijn gemiddeld 450 euro. Ongeveer een derde van een nieuwe jurk.” In de onderneemster blijkt nog altijd een partygirl te schuilen. “Dan hou je meteen geld over voor een echt leuk feest.”

 

Tekst: Yanaika Zomer

Beeld: Robert Scholing & Luuk Werkman

Ga nu naar je mailbox

Je ontvangt een e-mailbericht met instructies om je registratie te bevestigen. Zonder de bevestiging wordt je registratie niet verwerkt.

Ook praktische tips in je mailbox?

Denk na over de toekomst van je bedrijf. Schrijf je in voor onze gratis nieuwsbrieven!

1
0

De Zaak website maakt gebruik van cookies.

We zijn verplicht om je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

/disclaimer
Meer informatie
Ja, ik geef toestemming