"Niemand ziet dat het een kartonnen doos is"

Koen en zijn ecologische uitvaartkisten
Doodgaan is slecht voor het milieu. Een pijnlijke conclusie voor iedereen die zijn best doet om duurzaam te leven. Want of je nu begraven wordt of gecremeerd, op een dag lig je in een kist van zeer milieubelastende materialen. Dat kan beter.

Wie de wereld graag wat mooier achterlaat kan nu ook kiezen voor een ecologische kist van FAIR Coffins. Ondernemer Koen Verlinden: “Het mooiste compliment is dat niemand ziet dat het een kartonnen doos is.” 

Een kartonnen doos, Verlinden zegt het echt, maar met een lach. De uitvaartkisten zijn gemaakt van sandwich platen die worden gemaakt van gerecyclede houtvezels, oud papier en karton. Door de samenstelling van de vezels en ingenieuze bouwconstructie zijn deze panelen heel sterk en licht van gewicht. Het materiaal is een ecologisch verantwoord alternatief voor het gebruik van hout. Verlinden: “Je moet je voorstellen dat ongeveer 80% van de uitvaartkisten gemaakt is van spaanplaat. Daarvoor is drie en een halve liter lijm nodig. Dit soort kisten wordt afgewerkt met een fineer dat eruit ziet als hout, maar dus eigenlijk gewoon van plastic is. De stoffering aan de binnenkant is ook van synthetisch materiaal.” Per jaar worden er zo’n 120.000 van deze ‘gifkisten’ aan de aarde gegeven of komen na verbranding in de vorm van CO2 in het milieu terecht.

  • Naam:      Koen Verlinden
  • Leeftijd:   41
  • Bedrijf:    FAIR Coffins
  • Motto:      Herinner gisteren, denk aan morgen, maar leef vandaag

 

FAIR Coffins produceert uitvaartkisten die een ecologisch alternatief zijn op de milieubelastende spaanplaten ‘gewone’ kist. De kisten zijn gemaakt van biologische en gerecyclede materialen en de productie is CO2 neutraal. De kisten worden geproduceerd in samenwerking met Stichting De Driestroom, die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en mensen met een beperking aan het werk helpt.

In de video hieronder is te zien hoe de kisten worden vervaardigd en op ieders wens kunnen worden aangepast.

 

Besmet met het duurzaamheidsvirus

Verlinden was tijdens zijn studie bedrijfskunde al met maatschappelijk verantwoord ondernemen bezig. Iets dat toen nog helemaal in de kinderschoenen stond. Hij studeerde af bij duurzaamheidsprofessor Jan Jonker, die hem voor de rest van zijn leven met het duurzaamheidsvirus had besmet. Toch kwam Verlinden eerst in de retail terecht. “Ik werkte in de autobranche, maar kwam op een gegeven moment tot het inzicht dat ik nooit iemand echt blij de deur uit zag gaan. Ik wilde werk doen waarmee je voor iemand het verschil maakt.”

“Ik werd uitgelachen door producenten van gewone kisten.”

Hij ging zes maanden op zoek naar wat hij echt wilde. “Ik deed testjes en haalde ook mijn oude beroepskeuzetest er nog eens bij. Daar kwam uit dat ik in de uitvaartbranche zou moeten werken. Tja... Prompt kwam er een vacature als regiomanager bij DELA vrij. Drie weken later was ik er aan het werk.”

Hij werkte er zeven jaar. “Ik heb er heel veel van geleerd. Als manager kwam ik in een totaal andere branche terecht. Van hard en zakelijk, targets halen, naar een wereld waar het gevoel de boventoon voert en je je kwetsbaar op moet kunnen stellen. Ik heb heel anders leren kijken. Het mooie ook aan de uitvaartbranche is dat je heel dichtbij mensen mag komen. Het is een eer om ze op dat moment te mogen helpen.”

Duurzaam, sociaal en betaalbaar

Wat wel knaagde was dat duurzaamheidsvirus. Bovendien werd de participatiewet aangenomen. Iets waar de uitvaartbranche niet direct om stond te springen. “Men dacht toch dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt niet in deze branche zouden passen. Belachelijk natuurlijk.”

Zo ontstond de wens iets duurzaams te doen, iets sociaals en bovendien betaalbaar. “Ik wilde een 100% ecologische kist ontwikkelen en het moest niet duurder zijn dan een gewone kist. Binnen DELA was dat niet mogelijk, dus toen ben ik voor mezelf begonnen. Ondertussen werd ik uitgelachen door producenten van gewone kisten.”

“Mensen op hun sterfbed zeggen nooit: Wat heb ik toch lekker veel geld verdiend.”

Verlinden onderzocht productieprocessen en materialen, ging naar het buitenland, maar kwam er niet helemaal uit. “Professor Jan Jonker heeft me toen aan wat mensen voorgesteld en zo kwam een netwerk tot stand waarmee we zijn gaan ontwikkelen. Op een zeker moment was er echt een Eureka! Materiaal en constructie kwamen samen. Daarop hebben we patent aangevraagd. Dat was echt kicken.”

Mensen met talenten

Bij het opzetten van de productie wilde Verlinden per se iets sociaals. Hij ging de samenwerking aan met Stichting de Driestroom. “Ik heb geen pedagogische achtergrond, dus ik had een goede partner nodig. Bij de Driestroom worden mensen begeleid die een afstand hebben tot de arbeidsmarkt. Dat kan bijvoorbeeld door een handicap zijn, door een migratieachtergrond of een psychisch rugzakje. We hebben nu dertien mensen aan het werk met allemaal verschillende talenten. Door daarnaar te kijken heeft elke werknemer een taak die goed aansluit op wat hij of zij kan. Naaien, lijmen, grepen monteren, dat soort dingen. We hebben mensen met allerlei verschillende achtergronden en in verschillende leeftijden. Als je die bij elkaar zet, krijg je iets fantastisch.”

FAIR Coffins maakt ook deel uit van het Nijmeegse ION netwerk, waarbij ION voor inclusief ondernemerschap staat. De ondernemers stimuleren elkaar en wisselen kennis en personeel uit. Zo wordt voor elk mogelijke werknemer de beste plek gevonden.

 

Het gevoel dat je iets goeds hebt gedaan

Onlangs presenteerde Verlinden zijn FAIR Coffins op de Uitvaartbeurs. “Het mooie was dat men ons eerst een beetje voorbij liep. Ze zagen gewoon een uitvaartkist. Pas toen mensen ‘m even optilden en merkten dat de kist maar 10 kilo is, kwamen ze erachter dat het om iets bijzonders ging. Een serieus alternatief voor de spaanplaten kist. We hebben dat weekend zoveel contacten gelegd met importeurs. En de drie grote uitvaartmaatschappijen hebben interesse getoond. Ik heb goede hoop voor de toekomst.”

FAIR Coffins heeft als Social Enterprise in haar statuten vast laten leggen dat winst terug moet in het bedrijf en ingezet moet worden voor een sociaal doel. Een begeleidingstraject voor iemand met een taalachterstand bijvoorbeeld. Verlinden: “Als ik iets heb geleerd van deze branche is dat mensen op hun sterfbed nooit zeggen: ‘Wat heb ik toch lekker veel geld verdiend. Het gaat om familie en vrienden en het gevoel dat je iets goeds hebt gedaan. Als ik ’s avonds na mijn werk thuiskom heb ik het gevoel dat ik mensen heb geholpen en de wereld een beetje groener heb gemaakt.”

Tekst: Yanaika Zomer | Foto's: FAIR Coffins

Ga nu naar je mailbox

Je ontvangt een e-mailbericht met instructies om je registratie te bevestigen. Zonder de bevestiging wordt je registratie niet verwerkt.

Ook praktische tips in je mailbox?

Denk na over de toekomst van je bedrijf. Schrijf je in voor onze gratis nieuwsbrieven!

1
0

De Zaak website maakt gebruik van cookies.

We zijn verplicht om je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

/disclaimer
Meer informatie
Ja, ik geef toestemming