Jonge ondernemers in Hollands ambacht

Melkboerin Myrte (27) en molenaar Jippe (26)
De melkveehouder en molenaar van vandaag vergrijzen rap. Nog even en de kennis van het ambacht verdwijnt. Niet als het aan twee twintigers ligt. "Er moet wel iets gebeuren."
Jonge ondernemers in Hollands ambacht
De Zaanse Schans - Bootjes toeristen varen af en aan. Oliemolen de Bonte Hen ontvangt dagelijks honderden toeristen, vertelt Jippe (26), een jonge molenaar met verwaaid haar, op klompen en gekleed in een zwarte molenaarsbroek. Het ruikt er naar gerookt hout. Alles piept en kraakt. In de nok hangen varkenshuiden te drogen. Met het varkensvet worden de lagers gesmeerd.

"Over 25 jaar staan veel molens stil, weet niemand meer hoe het werkt."

Op een bankje ligt de trekzak, waarmee Jippe op het “melkfestival” gaat spelen, vertelt Myrte (27), een jonge melkboerin. Ze werkt op een melkveehouderij in Weesp, een stedeling met groeiende interesse voor landschap en duurzaamheid. Wekelijks rijdt ze rond in Amsterdam in een roestige Renault 4 om onder meer melk en yoghurt van MOMA (More than Milk Amsterdam) te verkopen. Op een zonnige zaterdagmiddag sleept ze - op gympen en in zwarte overal - de verslaggever mee naar De Bonte Hen. Want haar voormalige studiegenoot Jippe heeft een verhaal dat verteld moet worden, vindt ze. Net als de ecoloog en de veehouder die ze eerder sprak.  
 

Liefde voor het landschap

“Jippe staat voor behoud van cultuurhistorisch erfgoed. Hij is jong en enorm begaan met molens. Dat is uniek. Ik hoor graag wat hem zo aantrekt in dit vak.” Voor haar podcast-reeks ‘Myrte's Poldersafari’ trekt ze met een microfoon door het land om van vakmannen en -vrouwen te horen hoe zij het landschap waarderen. Anders dan de economische waarde die we er nu vooral uit willen halen, vindt ze. “En die hard bezig is de ambacht, liefde, schoonheid en gezondheid van het landschap te verdringen.” Het is niet zonder enige ironie dat op ongeveer dat moment een grote groep toeristen snel een “rondje molen” komt doen, en het gesprek verstoort.
 

Myrte Rischen (27) - MOMA

Jippe Kreuning (26) - De Bonte Hen

MOMA staat voor More than Milk Amsterdam. De melk wordt samen met o.a. karnemelk, yoghurt en kaas geproduceerd op boerderij de Groene Griffioen in Weesp. Myrte helpt als jonge melkboerin met de productie en het venten, doet de communicatie voor MOMA en maakt de podcast, die te beluisteren is op de website en op Itunes/Anchor/Spotify onder 'Myrte's Poldersafari'. Op de website is ook te zien waar en wanneer Myrte en Marten de melkboer hun melk verkopen in Amsterdam.
De Bonte Hen aan de Zaansche Schans is in 1693 gebouwd, oorspronkelijk als houtzaagmolen, en later gesloopt en herbouwd als oliemolen. Uit lijnzaad en raapzaad werd olie geperst voor onder meer zeep en verf. Nu komen de inkomsten vooral uit toerisme. Molenaarszoon Jippe leerde het vak van zijn vader, deed ook de molenaarsopleiding en werkt er nu elke zaterdag.
 
Erfgoed, het is maar net hoe je het bekijkt, zegt Jippe, opgegroeid in een poldermolen. Met onvermoeibaar enthousiasme demonstreert hij de werking van het ingenieuze houten molengestel en siert hij het apparaat met verhalen uit de Gouden Eeuw. De oliemolen is uit 1693 en sloeg vroeger de olie uit lijn- en raapzaad, om er verf of zeep van te maken. “De eerste windmolen is eigenlijk een Iraanse uitvinding. De tulp kwam uit het Midden-Oosten en is door een Vlaming naar Nederland gebracht.” En dan met een lach, “Hollandse traditie, me reet.”
 

1200 Hollandse molens

Maar die molengeschiedenis moet verteld, vindt hij, terwijl hij de gigantische maalstenen (“elk 2,5 ton Noors graniet”, bedient. Aan de rivier de Zaan, ooit de meest vervuilde rivier van Nederland, (“als je er een theelepeltje in stopte, kwam het er groen en lichtgevend uit”), stonden vroeger honderden molens. Van houtzaagmolens, koren- en oliemolens tot hennepkloppers en papiermolens, weet Jippe. De Zaanstreek ontwikkelde zich tot een economische motor, mede dankzij de uitvinding van de windgedreven houtzaagmolen. Híer werd de (brand)verzekering bedacht. 
 
Maakte de molen Nederland eens rijk, nu is ze ingehaald door de stoommachine en elektromotor. Nederland telt er nog zo’n 1200, al dan niet verbouwd tot pannenkoekenhuis of museum. Voor het lijnzaad is geen markt meer. Nog maar een enkele kunstenaar maakt zijn verf zelf. Lijnzaad als superfood? Niet uit de Bonte Hen, met al zijn stof en ratten. En de gemiddelde molenaar is 71 jaar oud.
"Nu gebruiken we het landschap veel te statisch en putten we de grond uit."
Kortom, aldus Jippe: “Over 25 jaar staan veel molens stil, weet niemand meer hoe het werkt.” Hoe erg is dat, vraagt Myrte. Het onderhoud kost bakken geld (jaarlijks 20.000 euro) en de molen is niet meer rendabel. Het bed dat Jippe voor zijn vriendin wil timmeren met houtzaagmolen-gezaagd hout (“een meter per uur”) gaat maanden op zich laten wachten. Droog: “Ze kan inderdaad ook naar Ikea.”
 
Eeuwenoude samenwerking
Maar het gaat niet om de opbrengst, die nu vooral van het toerisme komt. Eerder om het verhaal. “Want wie kent nou nog het productieproces achter die fles zonnebloemolie?” Ook het wekelijkse venten van melk gaat niet primair om de winst, aldus Myrte. Wel om de Amsterdammer bij het boerenvak te betrekken.
“Steeds meer mensen willen weten hoe voedsel gemaakt wordt.” Op een handvol hardcore veganisten na zijn de meeste reacties positief. Variërend van een “glimlach en een groet tot hele verhalen over vroeger.” Inmiddels kan ze óok de verslaggever met haar tas rinkelende lege flessen tot haar vaste melkklantenkring rekenen.
 
Myrte wil het rijke landschap weer terug. Een afwisseling van bos, water, akker, veenweide, koeien of varkens, en mensen. Er moet allemaal plaats voor zijn, vindt ze. “Nu gebruiken we het landschap veel te statisch en putten we de grond uit.” Meer dynamiek en diversiteit, kleinschaliger en lokaler. De molen van Jippe, die hij ook het liefst weer zijn oude functie terug ziet krijgen, past daar prima bij. “Jij als melkboer, ik als molenaar”, zegt Jippe.
 
Wat begint met een gesprek en een podcast, zou zo maar eens kunnen leiden tot herstel van een eeuwenoude samenwerking. Eeuwen geleden vonden een melkveehouder en een molenaar elkaar automatisch. Zo werd de huid van de koe het schort van de molenaar, die op zijn beurt  in veevoer voorzag. Als Jippe uitlegt dat de koek van lijnzaadmeel, een restproduct, vroeger in de winter het krachtvoer voor de koeien was, ziet Myrte het licht. “Wij gebruiken eigen gras en krachtvoer uit Europa.” Maar dit zou nog mooier zijn, een lokaal restproduct.” De wieken beginnen alvast te zwaaien.

 

Tekst: Manon Stravens
Foto's: Iona Hogendoorn

Ga nu naar je mailbox

Je ontvangt een e-mailbericht met instructies om je registratie te bevestigen. Zonder de bevestiging wordt je registratie niet verwerkt.

Ook praktische tips in je mailbox?

Denk na over de toekomst van je bedrijf. Schrijf je in voor onze gratis nieuwsbrieven!

1
0

De Zaak website maakt gebruik van cookies.

We zijn verplicht om je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

/disclaimer
Meer informatie
Ja, ik geef toestemming