Pensioen-BV

Pensioenregeling voor DGA's
We spreken over een pensioen-BV, wanneer die speciaal is opgericht voor een pensioenregeling van een directeur-grootaandeelhouder (DGA).
Pensioen-BV

Pensioen-BV: voor- en nadelen

Wanneer een DGA direct of indirect meer dan 10% van de aandelen in een BV bezit - waarbij hij in dienst is -kan pensioen in eigen beheer worden opgebouwd.
Die opbouw kan plaatsvinden in de BV (werkgever) of in een afzonderlijke BV. De afzonderlijke BV kan 

  • een holding- of beheers-BV zijn,
  • of een speciaal opgerichte BV met het specifieke doel om pensioen op te bouwen en periodieke uitkeringen te doen aan de DGA, zijn directe familie of nabestaanden.

Nadelen

Pensioenopbouw in eigen beheer kan risicovol zijn, omdat het pensioen niet veilig is gesteld bij eventuele calamiteiten zoals bijvoorbeeld faillissement.
De wettelijke verplichting van een pensioenbrief geldt ook hier. Daarnaast moet ook een pensioenfinancieringsovereenkomst worden opgesteld. Dit is een overeenkomst tussen de werkgever (onderneming) en de pensioen-BV. In deze pensioenfinancieringsovereenkomst wordt overeengekomen hoe de verschuldigde premie wordt vastgesteld. De inhoud van deze overeenkomst wordt grotendeels door de belastingdienst voorgeschreven.
Overigens is de op deze manier vastgestelde premie voor de werkgever volledig aftrekbaar van de belastingen. 

Voordelen

Het voordeel van een pensioen-BV is, dat de pensioenopbouw plaatsvindt buiten de directe risicosfeer van de onderneming. Het belangrijkste bezwaar van pensioenopbouw in eigen beheer kan hiermee worden ondervangen. Dit effect wordt overigens weer ongedaan gemaakt als de pensioen-BV de ontvangen pensioenpremies weer zou teruglenen aan de werkmaatschappij. Het is dan ook zaak om zo snel mogelijk voldoende kapitaal in de pensioen-BV onder te brengen. Men kan hierbij bijvoorbeeld denken aan een effectenportefeuille en onroerende zaken.
Een ander belangrijk argument om voor een pensioen-BV te kiezen is dat de pensioenuitkeringen na pensioendatum ook op eenvoudige wijze toch in eigen beheer kunnen worden afgewikkeld. Er hoeft op de pensioendatum geen formele overheveling van de pensioenverplichting(en) plaats te vinden.

Overlijden
Bij vroegtijdig overlijden van jou als pensioengerechtigde valt de pensioenverplichting vrij in de BV. Deze vrijval is belast met vennootschapsbelasting (VpB). Een pensioen-BV is, net als andere BV's, normaal belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Het nettobedrag leidt tot een waardestijging van de aandelen. Er vindt, afgezien van de betaling aan vennootschapsbelasting, dus geen vermogensverlies plaats.

Bij het overlijden kunnen de aandelen overgaan naar de erfgenamen. Over de waarde van de aandelen is successierecht verschuldigd. Over de vrijval van de voorziening wordt dan ook indirect successierecht betaald. Wanneer de vrijgekomen middelen naar privé worden gehaald, moet tot slot 25% aanmerkelijk belangheffing worden betaald.

 

TIP: Contraverzekering

Een mogelijke besparing van de bovenstaande cumulatie van vennootschapsbelasting, successierecht en aanmerkelijkbelang heffing kan worden gerealiseerd met een contraverzekering. Deze verzekering kan door de kinderen bij de pensioen-BV worden afgesloten op het leven van de pensioengerechtigde. De jaarlijkse premie is aftrekbaar in Box I. De uitkering van de verzekering wordt eveneens tegen het progressieve tarief in de heffing betrokken.

Als de aandelen in handen zijn van de kinderen komt de waardestijging aan hen toe. Er vindt dan geen vererving van de aandelen plaats. Echter de waardestijging als gevolg van overlijden van de pensioengerechtigde wordt gezien als een fictieve verkrijging voor het successierecht, waardoor de waardestijging toch belast is met successierecht.

 

Winst uit pensioen-BV
Een pensioen-BV is mogelijk onder de volgende voorwaarden:

  • de DGA moet schriftelijk instemmen met het feit dat de pensioenopbouw binnen een aparte pensioen-BV plaatsvindt;
  • de DGA moet een direct of indirect aandelenbelang hebben van ten minste 10% van het geplaatste kapitaal in de werkgever BV; 
  • uit de omschrijving van de BV waar het pensioen wordt ondergebracht moet duidelijk blijken dat de BV in ieder geval het uitvoeren van een (al dan niet specifieke) pensioenregeling tot doel heeft;
  • op de balans moet een bedrag zijn gereserveerd dat voldoende is om aan de uit de toezegging voortvloeiende verplichtingen te voldoen;
  • in de pensioenbrief moet ook zijn vastgelegd dat:
    • bij ontslag de DGA tenminste een tijdsevenredige aanspraak op pensioen meekrijgt;
    • voor de echtgen(o)ot(e) bij echtscheiding een recht op bijzonder nabestaandenpensioen (NP) ontstaat. De echtgen(o)ot(e) krijgt bij echtscheiding recht op een deelvan het ouderdomspensioen (OP) conform de Wet Verevening pensioenen bij Scheiding;
    • de DGA niet eenzijdig de rechten met betrekking tot dit NP kan beperken, maar dat hiervoor de toestemming van de echtgenote vereist is.

Fiscale vaststelling bij open indexatie
De berekening van de pensioenvoorziening ten behoeve van de fiscale balans vindt, in geval van een pensioen met open indexatie, vrijwel altijd plaats op basis van de wettelijk vastgelegde minimale rekenrente van 4%.

De jaarlijkse baten van de pensioen-BV bestaan uit de pensioenpremie en de beleggingsresultaten. De jaarlijkse lasten van de pensioen-BV zijn: de aanwas van de pensioenvoorziening op de balans, de premies voor eventuele verzekeringen. Je kunt bijvoorbeeld denken aan verzekeringen in het kader van vooroverlijden of in kader van arbeidsongeschiktheid. Per saldo zal de pensioen-BV, bij een juiste premiestelling, jaarlijks een klein positief resultaat behalen. Het lage vennootschapsbelastingtarief kan zo worden benut.

Bedrijfseconomische vaststelling bij open indexatie
De bepaling van de bedrijfseconomische pensioenvoorziening gebeurt op basis van de op de balansdatum geldende marktrente. Voor een open indexatie bestaan geen actuariële berekeningwijzen. Je moet globaal zelf rekenen met een te verwachten indexatiepercentage, bijvoorbeeld gebaseerd op de historische gegevens van de gehanteerde index.
Bij deze berekening neem je de meest recente sterftetabel, met een leeftijdsterugstelling van vijf jaar voor mannen en zes jaar voor vrouwen. Daarbij komt nog een kostenopslag van ongeveer 2%.

De bedragen van de voorzieningen die op fiscale wijze zijn bepaald, kunnen aanzienlijk afwijken van de op bedrijfseconomische wijze berekende bedragen. Dit komt vooral door de recente wijzigingen in de fiscale regelgeving, meer jurisprudentie over de pensioenen in eigen beheer en de gedaalde marktrente.

Een rekenvoorbeeld om deze verschillen aan te geven

  • DGA: man
  • echtgenote: drie jaar jonger dan de DGA.
  • Op te bouwen:
    • levenslang ouderdomspensioen € 40.000,-
    • levenslang nabestaandenpensioen € 28.000,-
    • tijdelijk ouderdomspensioen € 16.000,-
    • Op 35-jarige leeftijd opgebouwd pensioen 25%.

Fiscale berekeningsgrondslagen:

  • fiscale, minimale rekenrente 4%
  • sterftetabel GBM/V 2000/2005
  • geen leeftijdscorrectie
  • voorziening exclusief vooroverlijdensrisico
  • geen kosten.

Bedrijfseconomische berekeningsgrondslagen:

  • marktrente 4%
  • sterftetabel GBM/V 2000/2005
  • leeftijdsterugtelling 5 jaar voor de man en 6 jaar voor de vrouw
  • voorziening inclusief vooroverlijdensrisico
  • kostenopslag van bijvoorbeeld 2%, maximaal € 25.000,-.

 

 Voorziening    Fiscaal   Bedrijfseconomisch
 35 jaar    € 38.183   € 64.796
 60 jaar   € 545.496   € 804.597
 80 jaar  € 323.458   € 416.740*)

 
*) 2 jaar leeftijdsterugtelling (vijf jaar is niet reëel voor die leeftijd).

 

 

Ga nu naar je mailbox

Je ontvangt een e-mailbericht met instructies om je registratie te bevestigen. Zonder de bevestiging wordt je registratie niet verwerkt.

Ook praktische tips in je mailbox?

Denk na over de toekomst van je bedrijf. Schrijf je in voor onze gratis nieuwsbrieven!

1
0

De Zaak website maakt gebruik van cookies.

We zijn verplicht om je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

/disclaimer
Meer informatie
Ja, ik geef toestemming