Een modern, compact automodel heeft vaak meer te bieden dan een wat oudere middenklasser. Dit maakt het mogelijk om de kosten te drukken.

Bij de keuze van een auto spelen vooral subjectieve overwegingen een grote rol. Maar bij de selectie van een leaseauto of de aanschaf van een nieuwe of gebruikte auto is het aan te raden alternatieven te bekijken. Ook bij hetzelfde merk.

Een stap terug of juist vooruit? 
Zo is het lang niet vanzelfsprekend in welke ‘klasse’ een automodel thuishoort. Omdat automerken hun modelnamen doorgaans meerdere generaties handhaven, ontstaat een misverstand over het aanbod.

Objectief gezien kan daardoor ‘een stapje terug’ een stap vooruit betekenen. Een Opel Corsa van nu heeft meer te bieden dan de eerdere generaties Opel Astra, een Fiat Grande Punto is een totaal andere auto dan zijn voorganger, terwijl de vraag gerechtvaardigd is of de stap van Mercedes C-klasse naar E-klasse als auto van de zaak niet voor een groot deel te maken heeft met prestige. En prestige kost nu eenmaal geld.  

Compact, middenklasse of zakenauto? 
Bij automodellen uit het B-segment dacht menigeen voorheen vooral aan nieuw ingestroomde jonge werknemers, maar de actuele modellen hebben geruisloos de rol overgenomen van vroegere Astra- en Golf-generaties. Ze zijn meer dan vier meter lang en bieden door een eigentijds concept niet zelden méér interieurruimte. Bovendien doet het kwaliteitsniveau op het gebied van afwerking, uitrusting en comfort zeker in iets luxueuzere uitvoeringen eerder denken aan een zakenklassenauto. Niet voor niets hebben auto’s als de Opel Corsa, Peugeot 207 en VW Polo de rol van bestsellers overgenomen.

Bij een stap van het B-segment naar het C-segment is er al gauw een prijsverschil van een kwart tot een derde. Ook de gebruikskosten van modellen uit het B-segment zijn aanmerkelijk lager. Terwijl ook het bijtellingstarief van 25% een belangrijk argument kan zijn. Dezelfde vraag kun je met nog meer recht stellen in de middenklasse- en business class-segmenten.

Nieuw of occassion?
De keuze voor een iets minder grote auto biedt kostentechnisch veelal groot voordeel. Dat wordt duidelijk wanneer je leasetarieven van vergelijkbaar presterende – en uitgeruste – uitvoeringen uit beide segmenten naast elkaar legt. Om de kosten op identiek niveau te krijgen, komt al snel een jonge occasion in beeld.

Toch zijn er ook op dat vlak ontwikkelingen die een beslissing sterk beïnvloeden. Zo is de naar twee jaar opgetrokken garantieperiode een argument om rekening mee te houden. Steeds meer automerken – de Japanse bijvoorbeeld – verlengen dat zelfs naar drie jaar of nog aanzienlijk langer.

Daarnaast dient u bij de keuze tussen nieuw of gebruikt te overwegen dat de nieuwste generatie auto’s veelal aanzienlijk meer veiligheid en milieutechniek biedt dan de voorgangers. En juist die twee onderwerpen zijn zeer actueel. Zo is bijvoorbeeld montage van ABS door een convenant tussen de Europese Unie en de automobielindustrie gangbaar geworden, terwijl sinds begin 2005 de actuele Euro 4 milieunorm geldt. Dat laatste betekent niet alleen een lager niveau van emissie, maar kent ook aspecten die een grotere duurzaamheid garanderen.

Bovendien hebben autofabrikanten sinds kort redelijk duidelijkheid over toekomstige verbruiksnormen op het gebied van brandstof, wat niet zelden resulteert in merkbaar lagere brandstofkosten.

5 sterren: maximale veiligheid
De veiligheidstrend vertaalt zich ook in een ‘sterrenregen’ voor de EuroNCAP crashtest. Bij de nieuwste auto’s wordt bijna vreemd opgekeken wanneer de auto níét de maximale vijf sterren scoort. Ook op het gebied van de nieuwe testen voor voetgangersveiligheid wordt veel vooruitgang geboekt. De conclusie moet in elk geval zijn dat een auto van de nieuwste generatie altijd de voorkeur verdient.

Voordeel occasion wordt kleiner
Een belangrijke overweging is dat het rijden van een jonge gebruikte auto weliswaar nog steeds voordeel biedt ten opzichte van nieuwkoop – compacte modellen meer dan middenklassers – maar het verschil wordt de afgelopen jaren met grote stappen kleiner. Dat blijkt onder meer uit doorlopend onderzoek van de Consumentenbond. Daaruit blijkt dat het verschil in totale autokosten tussen nieuw en occasion in één jaar tijd met 7% is gedaald (2% in 2005 en 19% in 2006). Als die trend zich doorzet, en daar heeft het alle schijn van, kan het voordeel uiteindelijk wel eens onder de 15% duiken. Voor compacte modellen is die grens al dichtbij.

Overigens valt bij de bestudering van de informatie die het testpanel van de Consumentenbond aanleverde nog een aantal opmerkelijke conclusies op. Zo is het bij de gemiddelde koopinterval van 2,5 jaar nauwelijks voordeliger om achtereenvolgens twee occasions te rijden dan om meteen een nieuwe auto te kopen en daar vijf jaar in te rijden. Dat scheelt slechts 3,5%. Bovendien blijkt zelfs een periode langer doorrijden nog steeds niet duurder. De kosten van onderhoud en reparatie wegen niet op tegen de lagere vaste kosten.

Conclusies
Wees u ervan bewust dat de aanschaf van een auto met dezelfde typenaam maar van een nieuwe generatie kan betekenen dat u of uw werknemer in werkelijkheid een hele of halve autoklasse hoger gaat rijden. Een occasion blijft financieel interessant, maar het verschil wordt kleiner. Er zijn bovendien heel wat andere argumenten (veiligheid, duurzaamheid, verbruik) die tot een zekere voorkeur voor de aanschaf van een nieuwe auto kunnen leiden.

Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Lees ook…

Lees ook…