EVO, de belangenbehartiger voor de transportsector, heeft een top 10 gemaakt met de meest onnodige en ergerniswekkende maatregelen. Met daarbij duidelijke adviezen, zoals: schaf de fiscale bijtelling voor bestelauto's af. Lees alle maatregelen en adviezen.

1. Verplichte rittenregistratie bestelauto
Er zijn verschillende manieren om de verplichte ritregistratie te omzeilen en te bewijzen dat een bestelauto niet privé wordt gebruikt. Maar iedere regeling kent beperkingen, en voor met name kleine bedrijven is het geen oplossing. Een rittenregistratie kost gemiddeld 20 minuten tijd per dag, maar erger is dat een chauffeur steeds het risico loopt op een forse naheffing.

Evo wil dat de fiscale bijtelling voor bestelauto’s wordt afgeschaft. “Voer een optionele afkoopregeling in waarbij de werkgever een vast bedrag per bestelauto betaalt van circa € 300 per jaar. De werkgever kan deze kosten voor het privégebruik al dan niet op de werknemer verhalen.”

PDF top 10 EVO

De top 10 van EVO kunt u met een uitgebreide uitleg nalezen in deze pdf »

2. Informatieplicht controle-instanties
Maar liefst 13 verschillende controle-instanties, zoals de VWA, veterinaire dienst en de douane, vragen bedrijven om (vaak dezelfde) gegevens. Niet alleen verschilt de manier waarop de gegevens moeten worden geïnventariseerd, ook moeten er aparte applicaties voor worden aangekocht. Dat levert, naast een inefficiënte werkwijze, een kostenpost op voor het bedrijfsleven, mét ook nog eens het risico op boetes.

EVO wil dat er één overheidsloket komt waar ondernemers in één keer hun gegevens indienen voor alle afzonderlijke diensten.

3. Stedelijke distributie
In vrijwel alle gemeenten wordt het bevoorraden van winkels in de binnenstad beperkt door venstertijden en eisen aan de voertuigen wat betreft lengte, gewicht, geluid en uitstoot.

EVO wil dat gemeenten, belanghebbenden en experts de huidige belemmeringen nog eens goed bekijken. Wat niet nodig is, moet worden afgeschaft. Als beperkingen nut hebben, moet gekeken worden naar slimme oplossingen, zoals nachtdistributie, stadsdistributiecentra, het optimaliseren van bevoorradingsroutes en laad- en loslocaties.

4. Registratie afvalstoffen: VIHB-regeling
Bedrijven die afvalstoffen vervoeren, inzamelen en verhandelen moeten zich registeren op een centrale VIHB-lijst. Daarvoor gelden drie eisen: kredietwaardigheid, betrouwbaarheid en een vakdiploma afvalstoffen. De registratie moet verplicht in de auto liggen. De goederenstromen moeten geregistreerd worden en vergezeld gaan van begeleidingsdocumenten. Wie in het buitenland opereert, moet zich in iedere afzonderlijke lidstaat laten registeren.

EVO wil dat eigen vervoerders worden uitgezonderd. Voor de overige bedrijven moeten de eisen van het vakdiploma afvalstoffen gelijk worden getrokken met de eisen van het vakbekwaamheidsdiploma. Nog beter is het dat bedrijven met ongevaarlijke afvalstoffen geen vakdiploma afvalstoffen hoeven te halen.

5. CBS-enquêtes
Ondernemers moeten op last van Brussel diverse CBS-enquêtes invullen. Voor bedrijven die goederen verhandelen of vervoeren zijn de vervoerenquête en de rapportage van internationale handel relevant. Beide zijn echter tijdrovend en zorgen voor ergernis omdat dezelfde gegevens meerdere keren moeten worden aangeleverd.

EVO wil dat voor beide enquêtes de gegevens meer uit bestaande bronnen (zoals het VIES systeem en de btw-aangifte) worden gehaald. Daarnaast moet Nederland voor de vervoerenquête – anders dan nu het geval is – niet meer doen dan Europa verplicht stelt en meer gebruik worden gemaakt van XML. Voor de handelsenquête moet alleen de ‘import’ of alleen de ‘export’ worden aangegeven. Tot slot moeten kleinere bedrijven zoveel mogelijk worden ontzien.

6. Uitzonderingen tachograaf en vakbekwaamheidsdiploma
Bepaalde voertuigen kennen geen tachograafplicht als het vervoer van ondergeschikt belang is of plaatsvindt in een bepaalde sector. De vakbekwaamheidsrichtlijn bepaalt onder andere dat vrachtautochauffeurs in een periode van 5 jaar 35 uur nascholing moeten volgen, tenzij de chauffeur weinig rijdt of in een bepaalde sector werkzaam is. Door de verschillende uitzonderingen, kan het zijn dat een berijder voor de ene wet geen chauffeur is, maar voor de andere wet wel.

EVO wil dat de uitzonderingen voor het gebruik van de tachograaf en de verplichte nascholing meer op elkaar afgestemd moeten worden. Dit zorgt niet alleen voor meer duidelijkheid, maar verlost ook de veelal kleine ondernemers van dure investeringen die eigenlijk uitsluitend voor beroepschauffeurs zijn bedoeld.

7. Verpakkingenbelasting
De verpakkingenbelasting is een grote administratieve last voor het bedrijfsleven, die gezien het beperkte milieueffect en de tegenvallende opbrengsten voor de overheid niet gerechtvaardigd kan worden. Zelfs bedrijven die niet belastingplichtig zijn, ontkomen niet aan een registratie, omdat ze moeten bewijzen dat ze niet belastingplichtig zijn.

EVO wil dat de verpakkingenbelasting wordt afgeschaft. Om toch de milieuschade van verpakkingen terug te dringen, kan beter worden ingezet op handhaving van de Europese verpakkingseisen, die zijn gericht op het terugdringen van het gebruik van verpakkingsmateriaal.

8. Patronaal attest voor bestelauto’s in Duitsland
Voertuigen en voertuigcombinaties binnen Europa die zwaarder zijn dan 3.500 kg moeten een tachograaf gebruiken. Berijders van dergelijke voertuigen moeten de rij- en rusttijden via een rittenregistratie bijhouden. Als er in een dergelijk voertuig een tachograaf zit, is men verplicht die te gebruiken als registratiemiddel. In Duitsland geldt dit ook voor lichtere voertuigen (tussen de 2800 en 3500 kg).

EVO wil dat de registratieplicht voor bestelauto’s in de categorie van 2.800 tot 3.500 kg wordt afgeschaft. Daarmee vervalt voor deze groep ook het verplichte patronaal attest, dat volgens EVO nooit bedoeld is voor bestelautorijders.

9. Europese verordening overbrenging afvalstoffen
De EVOA (Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen) stelt veel administratieve eisen aan het grensoverschrijdend vervoer van afvalstoffen. Dit wordt verergerd doordat in de ons omringende landen begrippen en de behandeling van ladingen anders worden geïnterpreteerd.Tevens worden de lasten voor Nederlandse ondernemers verergerd door het feit dat AgentschapNL, de Nederlandse uitvoeringsorganisatie voor de EVOA, niet goed functioneert.

EVO wil afstemming tussen de regiolanden Nederland, Frankrijk, België en Duitsland. Ook dient in overleg met het bedrijfsleven de organisatie en werkwijze van AgentschapNL te worden verbeterd, zodat ondernemers beter worden geholpen bij het voldoen aan de regeling.

10. Geen afstemming AEO en Known Consignor
Bedrijven die internationaal zaken doen, hebben te maken met verschillende securitymaatregelen. Bedrijven kunnen kiezen voor de status van Authorized Economic Operator (AEO). Luchtvrachtverladers kunnen kiezen voor de status van Known Consignor (KC). Er bestaat echter veel overlap tussen de verschillende eisen van beide programma’s. En doordat er geen sprake is van wederzijdse erkenning, moeten veel bedrijven die internationaal opereren en hun goederen via verschillende modaliteiten vervoeren, zich meer dan één keer laten certificeren en de bijbehorende, tijdrovende audits doorlopen.

EVO wil dat de AEO-status en de KC-status inwisselbaar zijn. Indien het KC-programma op sommige gebieden strengere eisen stelt, kan voor een modulair systeem worden gekozen. Dat betekent dat het AEO-certificaat als basis kan dienen met eventueel een extra module voor de KC-status, daar waar de eisen verschillen. Van belang is dat bedrijven zich maar één keer hoeven te laten certificeren.

Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Lees ook…

De investeringsaftrek
Tankpas
Excel- en Word-tip: simpel een mailing versturen

Lees ook…