Als ondernemer doet u er alles aan om uw zaak tot een succes te maken. Maar dan besluit uw gemeente om een nieuwe parkeergarage of riolering aan te leggen. Geluidsoverlast door de werkzaamheden, opengebroken straten, wegblijvende klanten en teruglopende inkomsten kunnen het gevolg zijn. Wat te doen bij dergelijke tegenslagen?

Vader en zoon Letschert herinneren zich nog goed dat de gemeente een nieuwe parkeergarage in het Stationsgebied van Heiloo bouwde. “Op een meter of acht van onze gevel waren ze bezig”, vertelt René Letschert. “Ze hebben gebouwd van 2004 tot 2007. Ondertussen keken wij tegen een grote diepe kuil aan. We hebben er behoorlijk last van gehad: onze klanten moesten een stuk verderop parkeren of kwamen helemaal niet meer. Tijdens de verbouwing zijn we heel diep weggezakt.”

Lening

Om de zaak draaiend te houden heeft de familie Letschert zich extra in de schulden moeten steken. “We hebben een beroep gedaan op de Bbz-lening, het Besluit Bijstandverlening voor Zelfstandigen. Die aanvraag werd aanvankelijk afgewezen omdat ik nog geen 18 maanden zelfstandig zou zijn. Dat is onzin: onze zaak bestond op dat moment al 40 jaar. Na een procedure van ruim twee jaar ontvingen we in 2008 de Bbz-lening, maar die ging op aan huurachterstand, gas/water/licht en de Belastingdienst. Al die tijd konden we niet investeren in de zaak. Bovendien had de wethouder de aanvraag onnodig lang op de plank laten liggen. Mede hierom hebben we een schadeclaim ingediend die de misgelopen inkomsten van 4 jaar moet compenseren.”

 

Christa Lagerweij staat als jurist van Rechtklus.nl ondernemers bij die financiële schade hebben geleden als gevolg van bouwplannen door hun gemeente. “Ik help ondernemers op het gebied van rechtsbijstand. Vaak blijkt dat ze een tegemoetkoming van de gemeente kunnen eisen op basis van geleden inkomensschade door een bouwput. Ook komt het wel eens voor dat de binnenstad opnieuw wordt ingericht en tijdelijk niet goed bereikbaar is. Hierdoor lopen bedrijven klanten en dus omzet mis.”

Ondernemersrisico?
Maar hoort dat niet bij het ondernemersrisico? Lagerweij: “Het draait in 99% van de gevallen om de vraag: is het normale schade of niet? Natuurlijk bestaat er een ondernemersrisico. Iedereen realiseert zich dat je zaak wel eens dicht kan zijn. Het is dan ook een belangrijke taak om goed aan te tonen waar de oorzaak van de teruglopende inkomsten ligt. “Wie eist, bewijst”, zeggen ze dan. Zijn de teruglopende inkomsten abnormaal? Dan valt het waarschijnlijk niet in mijn eigen ondernemersrisico. Uiteindelijk bepaalt de rechter of hij in deze redenering meegaat.”

Rens Raemakers, masterstudent Nederlands Recht, schrijft in Het Financieele Dagblad dat gemeenten volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bij planschade niet een volledige vergoeding, maar een ‘tegemoetkoming’ moeten aanbieden. Een belanghebbende krijgt deze vergoeding al indien de schade hoger uitvalt dan het normaal maatschappelijk risico, wettelijk vastgesteld op “in ieder geval” 2% gederfd inkomen of waardevermindering. Dat kan door ondernemers makkelijk worden aangetoond. Mede hierdoor heerst er bij gemeente ‘planschade angst’, de angst om bij de rechter nat te gaan.

Waar moeten ondernemers op letten als ze compensatie willen? “Een goed verzoek moet goed onderbouwd worden”, zegt Lagerweij. “Daarvoor is meer nodig dan een brief met “mag ik even vangen?”. Gemeenten zitten bovendien met bezuinigingen en willen graag voorkomen dat andere ondernemers vergelijkbare compensatie aanvragen, dan krijg je een sneeuwbaleffect. Daar kun je tegengas verwachten, maar dat zijn niet per se goede argumenten.”

Huiverig
Volgens Lagerweij zijn ondernemers vaak huiverig om compensatie aan te vragen. “Ze zien het als ballast en ze begeven zich op eng, onbekend terrein. Maar als je er recht op hebt, waarom zou je het dan onbenut laten? Hier in de buurt was een restaurant door de aanleg van een nieuw riool maandenlang enkel nog per fietspad bereikbaar. Die heb ik geholpen bij hun aanvraag.” Kennis van zaken is belangrijk voor een goede aanvraag voor zo’n tegemoetkoming. “Kies een gespecialiseerd jurist. En stel de vraag: zou deze teruggang niet veroorzaakt worden door de economische recessie of een nieuwe concurrent om de hoek? Probeer goed aan te tonen welk deel van jouw schade veroorzaakt is door de bouwput. Anders krijg je snel een afwijzing in de trant van “uw omzet daalt al langer”. Dan heb je het causaal verband niet aannemelijk gemaakt.”

Wonder
Volgens René Letschert is het eigenlijk een wonder dat zijn drogisterij overeind is gebleven. “Dankzij goede financiers, vrienden en kennissen hebben we genoeg pleisters kunnen plakken. Zo konden we blijven doorgaan, ondanks de moeilijke tijden. En al het geld dat we nu verdienen, dat gaat terug in de zaak.”

Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Lees ook…