Nee zeggen tegen een grote opdracht. Of dit nou gebeurt vanuit strategische overwegingen of omdat de bedrijfsvoering niet op orde is; nee zeggen is nooit gemakkelijk. En ook niet zonder risico, want hoe vat de klant zo"n afwijzing op? Hoe kunt u een 'njet' zo verpakken dat die de zaken niet schaadt? Een korte uitleg met 10 tips.

3 categorieën
Bedrijven vallen grofweg uiteen in drie categorieën nee-zeggers:

1. Bedrijven die vanuit een luxepositie nee kunnen verkopen.
2. De ‘zieken’. Bedrijven die intern de zaken niet op orde hebben en daardoor niet aan de vraag kunnen voldoen. Zoals de ijssalon die ‘s zomers het werk niet aan kan en ‘s winters duimen draait.
3. Ondernemers die welbewust nee verkopen om de identiteit van het eigen bedrijf naar buiten toe te bewaken.

Maar hoe doet u dat dan, nee zeggen?
Zeg vriendelijk maar ook doordacht ‘nee’. Met rust in de stem en niet pats-boem. Funest is: ‘Dat doen wij niet, u moet iemand anders zoeken’. Dat komt negatief over en zal door een verongelijkte klant in de regel worden doorverteld aan meer dan tien mensen.

Door een eerste reactie als ‘leuk dat je aan mij denkt’, raakt de nee-verkoper een emotionele snaar bij de klant.  Bovendien: de mens achter het product geeft de doorslag, als producten niet veel van elkaar verschillen.

Als het echt niet kan, past een duidelijk ‘nee’. Mét uitleg. Wees ervan bewust dat een wollig antwoord als ‘in principe doen we het niet’, in feite het signaal afgeeft dat er onderhandeld kan worden.

10 tips om nee te zeggen
Oefening baart kunst, maar een duwtje in de rug is nooit weg. Daarom de volgende tips:

1. Gebruik een vriendelijke toonzetting; kill them with kindness
2. Vraag hoe de persoon bij jou terecht is gekomen en bedenk dan nogmaals of u al dan niet ‘nee’ zegt
3. Reageer altijd positief op het feit dat iemand u heeft benaderd
4. Vermijd omhaal van zinnen en wollig taalgebruik
5. Bij zinnen als ‘in principe doen we het niet’, moet je ervan bewust zijn dat je de onderhandelingen al gestart bent 
6. Geef, indien mogelijk, een reden aan waarom de opdracht (nu) niet kan worden aangenomen. Bedenk daarbij wel dat u de gesprekspartner hiermee een opening biedt  om over de afwijzing in discussie te gaan
7. Heeft u toch enige tijd beschikbaar, dan is een flexibele opstelling raadzaam. U kunt bijvoorbeeld aanbieden om een deel van het werk later te doen. Of stellen dat het nu helaas niet kan, maar over twee maanden wel 
8. Denk actief mee bij het vinden van een oplossing voor het probleem van de klant
9. Doe geen aannames, maar vraag dóór
10. Verwijs pas door naar een concurrent als u zeker bent van diens kwaliteiten

Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Lees ook…