De financiële resultaten van uw BV vallen keer op keer tegen, de omzet neemt af en de kosten toe. U weet dat er iets moet gebeuren. Maar wat? Deze checklist met tien vuistregels biedt u de helpende hand. Zeker waar het om uw eigen positie en persoonlijke risico"s gaat.
1. Expertise
Twijfelt u over een bepaald aspect van uw bedrijfsvoering, raadpleeg dan een expert op dat terrein. Maak dan bij voorkeur gebruik van een deskundige met een eigen beroepsaansprake-
lijkheidsverzekering. Bijvoorbeeld een advocaat, accountant of notaris. Vraag naast een mondeling advies ook een schriftelijke versie. Wordt dat zonder duidelijke opgave van reden geweigerd, dan bent u naar alle waarschijnlijkheid aan het verkeerde adres.
 
2. Actieplan opstellen
Het opstellen van een actieplan of stappenplan dwingt u om scherp over de situatie binnen de BV na te denken en te beslissen welk beleid verder gevoerd gaat worden. Daarnaast is een dergelijk plan nodig in de confrontatie met de aandeelhouders. Mocht het tij niet te keren zijn, dan kunt u met het plan ook laten zien dat er genoeg is ondernomen om de BV te redden.
 
3. Voorzichtig met nieuwe contracten
Staat de BV er financieel niet goed voor, dan bent u verplicht voorzichtig te zijn bij het aangaan van nieuwe geldelijke verplichtingen. Dat is lastig: aan de ene kant moet u zorgen voor omzet, aan de andere kant moet u de rem intrappen. Bepaalde bestellingen zijn bijvoorbeeld nodig voor de continuïteit (omzet) van de onderneming en die omzet is weer nodig om alle kosten te kunnen betalen. Maar dat is lastig als u weet dat de rekeningen aan het eind van de rit mogelijk niet door de BV voldaan kunnen worden. Een op die manier benadeelde leverancier zou kunnen grijpen naar het wapen van de persoonlijke aansprakelijkheidsstelling. Als u de leverancier(s) voortijdig over uw financiële plaatje informeert, is het aan hem om te beslissen, of er wel of niet aan uw BV geleverd wordt geleverd. En zo ja, onder welke betalingscondities. Als u de leverancier(s) namelijk een reëel beeld hebt geschetst van uw financiële situatie – en dat voor uw bewijspositie schriftelijk deed – dan bent u als bestuurder zorgvuldig geweest. U bent niet aansprakelijk als de leverancier het risico neemt, de bestelling levert en misschien alsnog niet betaald krijgt.
 
4. Rekening-courantverhouding
Zie er op toe, dat eventuele rekening-courantverhoudingen met andere BV’s zoveel mogelijk worden ingelost of verrekend, zodat er bij een bankroet geen vorderingen van de failliete BV meer bestaan op concern BV’s. Of op u, als bestuurder. Hebt u zélf nog een vordering op de BV, zorg er dan voor dat ook die wordt voldaan. In geval van een faillissement zult u uw geld namelijk niet snel terug zien. Andere schuldeisers zijn eerder aan de beurt. Wat echter per se ontraden moet worden is: vereffening van rekening-courant vorderingen tussen de BV en twee verschillende zuster BV’s. Ze worden namelijk door een oplettende curator absoluut geweigerd. Kies altijd voor een 1 op 1 verrekening, via een tweede zuster BV.
 
5. Betalingsbeleid
Lukt het u niet alle crediteuren ineens te betalen, maak dan een ‘selectie’. Bovenaan de lijst staat normaal gesproken altijd de ontvanger van de Belastingdienst, die bovendien over de nodige wettelijke bevoegdheden beschikt om verschuldigde premies te innen. Bij betalingen die niet op tijd zijn, of helemaal uitblijven kan hij u bijvoorbeeld persoonlijk aansprakelijk stellen. Op fiscaal gebied bij zijn met betalingen strekt dus tot aanbeveling. Mocht dat, om wat voor reden dan ook, onmogelijk zijn, meld die betalingsonmacht dan bij de fiscus. Daarmee kunt u waarschijnlijk voorkomen, dat er bodembeslag wordt gelegd op de voorraden en inventaris.
 
6. Geld achter de hand
Als fiscaal alles op orde is (ofwel door betalingen, ofwel door een regeling) kunt u verder gaan met uw ‘selectieve betalingsbeleid’. Maak afspraken met crediteuren die de BV nodig heeft om te overleven en kom ze na. Doe echter nooit toezeggingen die u niet waar kunt maken. Vergeet ook niet uzelf te betalen en de adviseurs die in de toekomst nog hard nodig zijn (accountant, advocaat). En spreek, als het enigszins kan, niet al uw liquiditeit aan. Hou wat achter de hand voor onverwachte gebeurtenissen.
 
7. Informeer kredietverstrekkers
In vrijwel alle voorwaarden van kredietverstrekkers staat, dat de BV (lees: u, als bestuurder) geacht wordt melding te maken van situaties die van belang zijn voor hun kredietpositie. De positie van de bank is doorgaans een heel andere dan die van de Belastingdienst. Bij het verstrekken van een krediet heeft de bank haar zekerheden namelijk al gevraagd en gekregen. Daar komt bij dat de bank, in tegenstelling tot de fiscus, géén extra wettelijke bevoegdheden heeft. Zoals het persoonlijk aansprakelijk stellen van een bestuurder bij niet tijdige betaling van rente en aflossing. Toch is de bank informeren een kwestie van timing en zorgvuldigheid. U wilt namelijk niet dat de (bikkelharde) afdeling Bijzonder Beheer van de bank al snel actief wordt.
 
8. Informeer persoonlijk betrokkenen
Degenen die nauw en persoonlijk betrokken zijn bij het wel en wee van de BV moeten volledig geïnformeerd worden. Daartoe behoren de aandeelhouders, de commissarissen en de adviseurs. Roep ze bijeen voor een constructieve vergadering. Leg de situatie naar waarheid uit en bespreek uw actieplan. Vraag steun en betrokkenheid van de aanwezigen. Bijvoorbeeld in de vorm van een extra (adviseurs)inspanning zonder honorarium, onbetaalde managementondersteuning door een commissaris, of een nieuwe investering van de aandeelhouders. Maak gezamenlijk een tijdschema en een afspraak voor een nieuwe overlegronde.
 
9. Onverwachte gebeurtenissen
Probeer om ook in slechte tijden financiële armslag te hebben voor ‘onverwachte gebeurtenissen’. Zoals: een dwangcrediteur betalen, een beslag afwenden, en het voorschot van een in te schakelen specialist voldoen. 
 
10. Licht de verzekeraar in
Ook verzekeraars hanteren bepaalde voorwaarden. Zo zal de maatschappij waarbij u een aansprakelijkheidspolis afsloot, voorschrijven dat u haar op de hoogte moet brengen als deze een toenemend risico loopt. Doet u de melding in een heel vroeg stadium – en komen de crediteuren die niets hebben ontvangen er achter- dan kan u verweten worden allang op de hoogte te zijn van de betalingsproblemen, zónder de schuldeisers daarover in te lichten. Doet u de melding daarentegen in een laat stadium, dan loopt u het risico dat de maatschappij u verwijt niet tijdig te hebben geïnformeerd. Mogelijk gevolg: een geweigerde dekking in geval van persoonlijke aansprakelijkheid. Neem daarom als uitgangspunt de datum waarop u voor het eerst formeel de aandeelhouders hebt ingelicht en meld dat vervolgens aan de verzekeraar, binnen de termijn die de polis aangeeft.
Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Lees ook…