15 October 2014
Succesvol een tiental nachtclubs en restaurants opzetten terwijl personeel managen niet echt je ding is... De Amsterdamse horeca-ondernemer Casper Reinders (43) heeft het gedaan. Maar, zegt hij: "Zonder de trouw en kunde van mijn medewerkers en mijn goede band met hen had ik het nooit gered."

Het zijn inmiddels bekende namen: nachtclub Jimmy Woo, de Chicago Social Club, het onlangs geopende restaurant Nacional… Als ondernemer heeft het Amsterdamse horeca-talent Casper Reinders zich inmiddels wel bewezen. Met ruim 400 man op de loonlijst weet hij als geen ander hoe belangrijk personeel is. “Ik heb niets met personeelszaken, dat is niet echt mijn ding,” zegt hij. “Maar ik besef maar al te goed dat ik heel goede mensen om me heen heb.”

‘Meest markante horeca-ondernemer’

Horeca Nederland riep hem al uit tot meest markante horeca-ondernemer en de loftuitingen zijn niet van de lucht – ‘horecatycoon’, ‘gouden handjes’ – maar Casper Reinders heeft er een hekel aan als zijn succes zo wordt uitgemeten. “Ik ben gewoon een ondernemer en heb hier ook jaren voor moeten knokken. Mensen denken dat ik een grapje maak als ik zeg hoe moeilijk het is om in de horeca iets op te bouwen. Ze zien de mooie kant, maar er is ook een keerzijde. Mensen zijn dronken, gebruiken drugs, ik heb alles al meegemaakt. Er is veel stress, het gaat om geld en het kan met een bedrijfsvoering zomaar de verkeerde kant op gaan.”

Tot nu toe is alles wat je opent een succes. Of is het ook wel eens misgegaan bij een van je ondernemingen?

Reinders: “Uiteindelijk niet, maar ik ben er vlakbij geweest. Ondernemen moet je wel kunnen. Het moet bij je passen. Ik heb een paar keer risico’s gelopen waarbij ik wist: als dit binnen twee maanden niet goed loopt, heeft dit echt heftige gevolgen.”

Teleurgesteld

Nu hij zo groot is geworden is het wel makkelijker om een nieuwe vestiging succesvol en rendabel te maken. Maar de omvang brengt weer andere uitdagingen met zich mee. Want hoe stuur je honderden personeelsleden aan als je daar geen kaas van hebt gegeten? Met een almaar groeiend werknemersbestand in tien zaken is de behoefte aan professionalisering natuurlijk toegenomen. Hij hoeft het niet meer zelf te doen, ‘gelukkig’, zoals hij zegt. Reinders: “We voegen nu dingen samen, maken het allemaal hiërarchisch en gestructureerd, dat is ook echt nodig. In de begindagen deed ik het grotendeels zelf, improviserend. Er was wel een medewerker op het kantoor die  er nog een beetje structuur in aanbracht.”

Hebben medewerkers wel eens misbruik gemaakt van dat gebrek aan structuur?

“Ja absoluut. Ik heb in mijn hele leven één keer een rechtszaak gevoerd, en dat was tegen een personeelslid. Het was iemand die veel geld van me wilde om totaal onbegrijpelijke redenen. Gelukkig stelde de rechtbank mij in het gelijk.”

Dat moet een flinke knauw hebben gegeven.

‘Dat is de enige keer dat ik echt teleurgesteld ben geweest in iemand met wie ik samenwerkte. En dat wil ik nooit meer meemaken.’

Drama

Wat hij ook nooit meer wil meemaken is het drama rond zijn allereerste personeelslid. “Hij pleegde zelfmoord. Het ergste wat ik ooit heb meegemaakt. Ik heb er tot twee jaar geleden niet over kunnen praten zonder te janken. Dat was het enige moment dat ik echt wilde stoppen met horeca. Hij was ook een erg goede vriend. Het gebeurde in de tijd dat Jimmy Woo net open was. Iedereen riep: Wat gaat het goed! en ik zat in de grootste dip van mijn leven.”

Die vriendschappelijke band heeft Reinders met veel van zijn werknemers. Personeel, aan het werk of gewoon op bezoek, loopt in en uit het restaurant waar we hem spreken en begroet hem enthousiast. ‘Ik ben veel te aardig. Ik heb wel eens iemand ontslagen en die heb ik in een andere zaak weer aangenomen, op dezelfde dag,’ zegt hij met een dikke grijns.

Kun je niet streng zijn of wil je het niet?

“Ik wil niet de baas zijn. Dat is ook niet mijn functie binnen dit bedrijf, maar die van mijn compagnons. Ik heb een rol die bij mij past; dat werkt het best. Ik ken bijna al mijn medewerkers en ze kunnen ook alles tegen me zeggen. Er zijn er vrij veel die hier al lang rondlopen. Dan ga je anders met elkaar om dan met degenen die net beginnen.”

Charisma

Het personeel in het restaurant waar we Casper spreken is gevarieerd. Jong, maar niet te, en gekleed volgens de laatste mode, maar ook weer niet opvallend.

Waar selecteer je op?

Met een stalen gezicht: ‘Uiterlijk’ – om meteen in lachen uit te barsten. “Nee, dat denkt de buitenwereld altijd. Dat het om uiterlijk gaat in de horeca. Dat is niet waar. Ook een cv vind ik niet belangrijk. Als ik iemand een dag zie werken weet ik meteen of het ja of nee is. Ik zoek karakters, geen modellen, en een ander criterium is dat het personeel als geheel een mooie afspiegeling moet zijn van de maatschappij. Daar let ik het meeste op. En charisma, uitstraling. Iemand die heel onzeker is past niet in de horeca. Ik heb hier een jongen werken die straalt zoveel zekerheid uit… Waar anderen nog zenuwachtig waren op de dag van de opening, liep hij rond alsof we al twaalf jaar open waren. Zo iemand verovert meteen mijn hart.”

Is het lastig om de juiste mensen te vinden voor zoveel verschillende horeca-zaken?

‘Niet echt lastig, het lukt uiteindelijk wel. Mensen moeten bij je zaak passen, dus het is een hele selectie. Een voorbeeld, in een restaurant zul je wat oudere managers nodig hebben dan bij een nachtclub. In het nachtleven zit je niet te wachten op een manager van 50 jaar wiens wereld dat niet is. Ik zoek voor de verschillende zaken verschillende mensen.”

Krijg je makkelijker personeel nu je zo bekend bent?

“Absoluut. Veel mensen die via vrienden of personeel binnenkomen. Maar ook het soort mensen met ambities, die zien dat wij snel groeien en hogerop willen komen. Die willen meegroeien en hopen in de toekomst zelf een zaak te mogen draaien.”

Paplepel

Zijn doorbraak was in 2004, toen hij in Amsterdam de inmiddels beroemde nachtclub Jimmy Woo opende. Maar zijn eerste stappen op horeca-gebied zette hij jaren eerder, toen hij ­– na een studie marketing en PR – op 26-jarige leeftijd in Haarlem restaurant Fortuyn opende. Het ondernemerschap is hem met de paplepel ingegoten: vader Reinders runde in die jaren meerdere IT-bedrijven en is, al loopt hij tegen de 70, nog steeds actief.

Wat heb je van hem meegekregen als het om ondernemen gaat?

“De mentaliteit. Je moet pijn durven lijden, ik vergelijk ondernemen wel eens met topsport. Je moet je grenzen durven opzoeken, verlies kunnen accepteren en snel schakelen.”

Wat is voor jou een goede ondernemer?

“Er is geen gouden formule. Ondernemen moet in je zitten. Belangrijkste is dat je liefde en aandacht hebt voor je bedrijf. Zonder dat lukt het niet.”

Voor je bedrijf? En voor je personeel?

“Absoluut, ik zie mijn personeel als mijn motor. Zonder hen ben ik nergens.”

 
Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Lees ook…