Creativiteit is deels aangeboren, maar vooral afhankelijk van drie factoren: domeinkennis, creatieve vaardigheden en intrinsieke motivatie. U kunt u er dan ook aan werken om uw eigen creativiteit verbeteren. Een korte handleiding.

Inspelen op kansen
Als u een kans herkent, komt de vraag op: hoe gaat u hierop inspelen? Alleen een innovatiekans is niet genoeg. U heeft een concreet idee nodig dat u verder kunt uitwerken.

De sleutel ligt vaak in slim en creatief combineren van allerlei beschikbare hulpmiddelen, zoals bestaande kennis, productiemiddelen, distributiekanalen, financieringsbronnen en vaardigheden van medewerkers.

Behalve het herkennen van kansen is creativiteit dus een andere bepalende factor voor uw vermogen tot innoveren.

Creativiteit is het genereren van nieuwe en bruikbare ideeën. Een creatieve persoon kan nieuwe combinaties maken van beschikbare middelen, op een manier waar weinigen eerder aan hebben gedacht.

Misverstanden over creativiteit

Enkele mythen en waarheden over creativiteit:

Mythe
Waarheid
Creativiteit is iets voor artistieke types
Creativiteit is te leren
Creativiteit doe je alleen
Het kan ook in interactie met anderen
Creativiteit is een kwestie van intelligentie
Ook minder intelligente mensen kunnen het
Creativiteit is niet te sturen
Je kunt er een hoop voor doen
Creativiteit is alleen nodig voor radicale innovatie
Het kan ook aan incrementele innovatie ten grondslag liggen
Creativiteit draait om uitvindingen
Ook nieuwe toepassingen van bestaande vondsten zijn creatief

Creativiteit is deels aangeboren. Persoonlijke eigenschappen van mensen bepalen mede het aantal innovatieve ideeën. Mensen zijn van nature creatiever als zij beter kunnen omgaan met onzekerheid, zelfvertrouwen hebben, expressief zijn, zich onafhankelijk opstellen, en intelligenter zijn.

3 factoren voor creativiteit
Theresa Amabile, hoogleraar aan de Harvard universiteit, heeft veel onderzoek gedaan naar creativiteit. Uit haar werk blijkt dat de mate van creativiteit afhangt van drie factoren: domeinkennis, creatieve vaardigheden en intrinsieke motivatie.

Daarnaast is afstand nemen belangrijk, zodat het onbewuste zijn werk kan doen. Creatieve gedachten komen vaak als u níet met het betreffende probleem of de betreffende kans bezig bent, zoals tijdens vakantie of tijdens het sporten.

1. Domeinkennis
Domeinkennis betekent dat naarmate u meer thuis bent op een bepaald terrein, de kans groter wordt dat u erin slaagt creatieve ideeën te ontwikkelen op dat terrein. Domeinkennis komt van pas bij het bepalen of een idee ook echt zinvol is.

Bij ondernemers omvat domeinkennis expertise in een bepaald vakgebied en van een bepaalde markt, waaronder de huidige manieren van organisatie en productie, andere aanbieders, concurrerende producten en diensten, et cetera.

Door gericht cursussen te volgen, de vakliteratuur bij te houden, en door de gangbare technieken te bestuderen, zult u slechts beperkte domeinkennis opdoen. De ontwikkeling van domeinkennis is vooral een kwestie van een lange adem en simpelweg bezig te zijn met uw vak.

2. Verbeter uw creatieve vaardigheden
Creatieve vaardigheden zijn een tweede voorwaarde. Het gaat daarbij om het vermogen om buiten bestaande kaders te denken, informatie te verzamelen en te interpreteren, om nieuwe combinaties te maken van bestaande inzichten en middelen, voorbarige kritiek uit te stellen, en om verbindingen te leggen die anderen nog niet hebben gelegd.

In tegenstelling tot domeinkennis zijn creatieve vaardigheden op de korte termijn te verbeteren. U kunt zich verdiepen en laten begeleiden in de toepassing van creatieve technieken.

Enkele voorbeelden:

Notitieboekje
Houd een notitieboekje bij de hand en leg daarin innovatieve gedachten, afwijkende zaken, aanknopingspunten voor mogelijke oplossingen en nieuwe informatie vast. U hoeft niet op een specifiek moment tot ideeën te komen, waardoor ideegeneratie snel onderdeel wordt van uw dagelijkse handelingen.

Vrije associatie
Deze techniek komt erop neer dat u op basis van een bepaalde prikkel zonder enige remming nadenkt over mogelijkheden. De prikkel kan worden geformuleerd als de waargenomen innovatiekans.

Een startvraag is bijvoorbeeld: ‘Hoe kan ik schaarse, hoogopgeleide medewerkers binden aan mijn bedrijf?’ Spontane associaties zijn dan ‘geef ze een winstaandeel’, ‘verhoog de kosten van vertrek’, ‘laat ze een meerjarig contract tekenen met boeteclausule’, ‘betaal extreem hoge salarissen’, ‘maak ze eigenaar’.

Ruwe en niet-bruikbare gedachten zijn allemaal prima. Waar het om gaat is dat later alle genoemde kenmerken tot nieuwe ideeën kunnen leiden, bijvoorbeeld ‘maatwerk in arbeidsvoorwaarden’ of ‘bied ze het perspectief van partner worden’. Voorbarige kritiek is bij vrije associatie dus uit den boze.

Omkering
In plaats van u af te vragen hoe u medewerkers kunt binden, draait u het probleem om: ‘Hoe kan ik ervoor zorgen dat mijn medewerkers zo snel mogelijk vertrekken?’ Antwoorden op deze vraag (bijv. geen inspraak bieden, salarisverlaging) hoeven daarna alleen nog maar te worden teruggedraaid (bijv. meer zeggenschap, extra bonussen).

Waardeanalyse
Deze techniek is te gebruiken voor productinnovaties. De techniek brengt eerst alle functionaliteiten van een bestaande product in kaart. Vanuit die functionaliteiten zoekt u naar ideeën ter verbetering.

Zo kunt u bijvoorbeeld kijken naar omstandigheden waaronder een bestaande functionaliteit problematisch is en proberen daarvoor een oplossing te bedenken.

Ongeacht de methode hebben creativiteitstechnieken een aantal gemeenschappelijke kenmerken. Vrijwel alle methoden beginnen met het centraal stellen van een probleem of een kans. Vervolgens is het zaak om alle ideeën in beschouwing te nemen en nog niets te bekritiseren.

Als het probleem of de kans duidelijk is, is het zaak om de eigen gedachten ruim baan te geven. Er zijn vele ideeën nodig om er één goed idee uit te kunnen pikken. Ook dwaze gedachten zijn aanvankelijk waardevol.

Een ander belangrijk element is dat veel technieken stimuleren dat bestaande denkkaders worden losgelaten. Soms is het zinvoller om even niet te kijken naar de oplossingen die er al zijn.

Bij bijvoorbeeld personeelsverloop denken veel ondernemers meteen aan creatieve inspanningen om nieuw personeel te werven, in plaats van investeringen om de uitstroom te verminderen.

3. Intrinsieke motivatie
Een derde factor is de intrinsieke motivatie van de ondernemer. Het genereren van creatieve ideeën lukt beter in situaties waarbij u zich persoonlijk betrokken voelt, en zich daadwerkelijk uitgedaagd voelt om over oplossingen na te denken.

De motivatie om ideeën te ontwikkelen voor waargenomen kansen kan intrinsiek zijn of extrinsiek.

Intrinsieke motivatie vloeit voort uit belangstelling voor de kans zelf. Zuiver door er aandacht aan te besteden en eraan te werken, krijgt u een goed gevoel, ook als daar niets tegenover staat.

Extrinsieke motivatie is motivatie die voortkomt uit externe factoren zoals een beloning of winst die wordt verkregen als de innovatiekans wordt verzilverd, zonder dat u de kans zelf per se leuk vindt.

Als mensen intrinsiek gemotiveerd zijn, blijken zij veel creatiever en beter in staat om ideeën te generen. Ook voor ondernemers is intrinsieke motivatie belangrijk. Als een innovatiekans betrekking heeft op een onderwerp dat dicht bij uw hart ligt, komen de innovatieve ideeën meestal vanzelf.

Om deze reden hebben veel ondernemers een bovengemiddelde aandacht voor wat concurrenten doen en wat hun leveranciers aan nieuwe mogelijkheden bieden. Dat zijn namelijk partijen die dezelfde inhoudelijke voorkeur delen en waarmee u zich kan verstaan.

Is de innovatiekans daarentegen het gevolg van externe druk, dan is de ondernemer vaak veel minder creatief en zijn de oplossingen die worden bedacht minder innovatief.

Een bekend voorbeeld van externe druk is nieuwe wet- of regelgeving die u voorschrijft wat u moet doen. Bij dit soort aanleidingen is de creativiteit – en daarmee het aantal gerealiseerde innovaties in producten, diensten of werkmethoden – stukken minder.

Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Lees ook…