Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on google
Fiscale eenheid kan belastingvoordeel opleveren

Fiscale eenheid kan belastingvoordeel opleveren

24 oktober 2011
Bij het hebben van meerdere BV"s kan een fiscale eenheid duizenden euro"s belastingvoordeel opleveren. Maar er kleven ook nadelen aan. Er kan maar één keer geprofiteerd worden van de investeringsaftrek, de grens van de investeringsaftrek is eerder bereikt. En bij een faillissement door wanbeleid kan de eigenaar toch privé hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld.

Wat is een fiscale eenheid?
Als er sprake is van een fiscale eenheid, kunnen meerdere ondernemingen gezamenlijk één aangifte vennootschapsbelasting indienen. Voor deze heffing van de vennootschapsbelasting (vpb) kunnen de moedermaatschappij en dochtermaatschappij(-en) als een fiscale eenheid worden aangemerkt. Daarvoor moet de moedermaatschappij wel minimaal 95% van de aandelen van de dochtermaatschappij in handen hebben. Beiden moeten daarvoor eenmalig een verzoek indienen.

Als fiscale eenheid zijn ‘moeder en dochter’ voor de fiscus gezamenlijk één belastingplichtige. In gewoon Nederlands: de dochtermaatschappij hoeft zelf geen aangifte vpb meer te doen.   
Door consolidatie (lees: verrekening van bezittingen en schulden, alsmede winst en verlies) toe te passen worden alle posten bij het resultaat van de moeder geïntegreerd. De fiscale eenheid heeft tot gevolg dat de vennootschappen met elkaar handel kunnen drijven zonder vennootschapsbelastingheffing.
Als fiscale eenheid hoeft men zich niet te beperken tot één dochter. In principe kan een holdingstructuur (lees: een structuur met een moeder en één of meer dochtervennootschappen) met al haar vennootschappen worden ondergebracht binnen één fiscale eenheid.

Let wel: een fiscale eenheid is niet mogelijk tussen VOF’s, maatschappen en eenmanszaken.

De voorwaarden voor een fiscale eenheid
Tip: roep het advies van een accountant of fiscaal deskundige in om te adviseren. Voordat u kunt profiteren van de voordelen stelt de fiscus veel voorwaarden. De belangrijkste eisen op een rijtje:

  • De boekjaren van de vennootschappen moeten gelijk lopen.
  • Voor moeder en dochter geldt het zelfde winstregime.
  • De moedermaatschappij moet een in Nederland gevestigde naamloze vennootschap, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij zijn. Ook een vergelijkbaar naar buitenlands recht opgericht lichaam kan als moedermaatschappij deel uitmaken van een fiscale eenheid.
  • Zowel moeder als dochter moet zijn gevestigd in Nederland. Is één van beide maatschappijen gevestigd in het buitenland, dan kan deze toch deel uitmaken van de fiscale eenheid. Voorwaarde is dat deze een zogenoemde vaste inrichting in Nederland heeft.
  • Beide ondernemingen moeten een gezamenlijk verzoek indienen. 
  • De moeder moet de volle eigendom bezitten (ten minste 95% van de aandelen in het nominaal gestorte kapitaal) in de dochter. Heeft u als moeder dus alleen de juridische (u bent eigenaar maar u beschikt er niet over) of alleen de economische (u heeft de aandelen ter beschikking) eigendom, dan kunt u geen fiscale eenheid vormen.
  •  De aandelen mogen slechts onder bepaalde voorwaarden in pand worden gegeven (de stemrechten mogen niet overgaan).
  • Het verzoek tot aangaan van een fiscale eenheid kan maar maximaal drie maanden terugwerken. (Een verzoek op 1 mei werkt terug tot uiterlijk 1 februari). De fiscale eenheid kan op z’n vroegst ingaan aan het begin van het boekjaar waarin het verzoek is ingediend, of op de oprichtingsdatum van de dochtermaatschappij. 
  • De moeder houdt de aandelen in de dochter niet als voorraad.

Voordelen fiscale eenheid

  • Het binnen de fiscale eenheid compenseren van de winst van de ene maatschappij met de verliezen van de andere maatschappij.
  • Er hoeft slechts één aangifte vennootschapsbelasting (vpb) te worden ingediend. Het biljet moet worden ingediend ten name van de moedermaatschappij. 
  • Activiteiten, bedrijfsmiddelen en vermogensbestanddelen kunnen intern vrij van belastbare winst worden gereorganiseerd. Als er geen sprake is van een fiscale eenheid is er sprake van belastbare winst ten gevolge van de overdracht van goodwill enz.
  • Binnen de fiscale eenheid kunnen alle activa en passiva zonder afrekening worden verschoven. Let wel op: er bestaat wel een antimisbruik-bepaling. Zie daarvoor verderop in dit artikel.
  • Transacties tussen de maatschappijen van de fiscale eenheid worden ‘fiscaal neutraal’ beoordeeld: de winst op onderlinge goederentransacties hoeft pas tot uitdrukking te worden gebracht als de goederen de fiscale eenheid verlaten.
    Een voorbeeld: BV A, BV B, en BV C vormen gezamenlijk een fiscale eenheid. Voor onderlinge transacties staat het de maatschappijen vrij zelf de prijzen en winstmarges vast te stellen. Zouden BV A, BV B, en BV C wél deel uitmaken van een en hetzelfde concern, maar géén fiscale eenheid vormen, dan moeten de prijzen en winstmarges ‘marktconform’ zijn.

Nadelen fiscale eenheid

  • Iedere vennootschap is binnen de fiscale eenheid hoofdelijk aansprakelijk voor de gehele vennootschapsbelastingschuld van de fiscale eenheid.
  • De investeringen van alle maatschappijen vallen in de fiscale eenheid. Gezamenlijk wordt het maximum van de investeringsaftrek sneller bereikt. Het maximum van de  fiscaal voordelige eerste schijf wordt ook sneller bereikt.

Verliesverrekening rond het ontstaan van de fiscale eenheid
Wanneer een van de maatschappijen van de fiscale eenheid een compensabel verlies (verrekenbaar verlies)  heeft van vóór de samenvoeging, dan kan dat alleen worden verrekend nadat de resultaten die de maatschappijen in een boekjaar binnen de fiscale eenheid hebben behaald onderling zijn verrekend. Het kan dus gebeuren dat een vennootschap haar winst over het boekjaar niet (volledig) kan compenseren met het verlies van het voorgaande boekjaar. Wij verwijzen u naar voorbeeld 1 en voorbeeld 2 hierna.

Andersom is het ook mogelijk dat een maatschappij wel winst heeft behaald vóór de samenvoeging maar een verlies lijdt tijdens de fiscale eenheid. Ook in dat geval is onder voorwaarden een verliesverrekening mogelijk. Ook in dat geval moeten echter eerst de resultaten die de maatschappijen in een boekjaar binnen de fiscale eenheid hebben behaald onderling worden verrekend. Wij verwijzen u naar voorbeeld 3 hierna.

Let op: In onderstaande voorbeelden wordt ervan uitgegaan dat de termijn voor de verliesverrekening nog niet zijn verstreken. Vanaf 1 januari 2007 geldt voor de vennootschapsbelasting dat verliezen nog maar maximaal negen jaar vooruit kunnen worden gewenteld. De termijn voor de achterwaartse verliesverrekening is teruggebracht van drie naar één jaar. Voor alle op 31 december 2006 nog niet verrekende verliezen over 2002 en daaraan voorafgaande jaren geldt een overgangsregeling, al die verliezen kunnen nog worden verrekend tot en met 2011.


Voorbeeld 1: Compensabel verlies van vóór de fiscale eenheid

 BV A

BV B 

 BV C

 Resultaat
Fiscale Eenheid

 Eerste boekjaar F.E.   50  -40  -30  -20
 Verrekenbaar verlies van  vóór FE  -70     0     0    n.v.t.
       

De fiscale eenheid heeft een negatief resultaat. BV A kan het verlies van het voorgaande jaar niet compenseren.

Voorbeeld 2: Compensabel verlies voor de fiscale eenheid

 
 BV A
 BV B
 BV C

 Resultaat
Fiscale Eenheid

 Eerste boekjaar F.E.
  50
 30
 -20
 60
 Verrekenbaar verlies van vóór F.E.
 -70
   0
     0
   n.v.t.

De fiscale eenheid heeft een positief resultaat van 60. De verliescompensatie (lees: verliesverrekening) tussen de maatschappijen van de fiscale eenheid mag zo plaats vinden dat u maximaal kan profiteren van het compensabele verlies van het voorgaande jaar tot maximaal de winst van BV A (50). Het uiteindelijke fiscale resultaat bedraagt 10 positief. Er resteert bij BV A nog 20 verrekenbaar verlies van vóór de fiscale eenheid.

Voorbeeld 3: Compensabel verlies tijdens de fiscale eenheid
Ook als de fiscale eenheid verlies maakt, mag de onderlinge verrekening van de resultaten van de afzonderlijke vennootschappen zo gunstig mogelijk plaats vinden. Door middel van de carry-back-constructie (verlies verrekenen met belastbare winsten van het voorafgaande jaar) kan de winst van het voorgaande boekjaar gecompenseerd worden.

 
 BV A
 BV B
 BV C

 Resultaat

Eerste boekjaar F.E.
 -50
 50
 -20
 -20
Boekjaar voor F.E.
  50
   0
   0
  n.v.t.
In het bovenstaande voorbeeld mag BV B haar winst eerst verrekenen met het verlies van BV C, die haar verlies van 20 toch niet kan verrekenen met een voorvoegingsresultaat. Daarna blijft er nog 30 over. Die moet worden verrekend met het verlies van A. A heeft dan nog 20 verrekenbaar verlies over, die zij via carry-back kan verrekenen met haar voorvoegingsresultaat. Als gevolg hiervan kan A over het voorvoegingsjaar een teruggave van vennootschapsbelasting vragen. Het fiscale resultaat van het eerste boekjaar van de fiscale eenheid bedraagt 0, het nog resterende verrekenbaar verlies van de FE is ook 0.

Het einde van de fiscale eenheid
Er zijn drie situaties denkbaar waarbij de fiscale eenheid ophoudt te bestaan. De fiscale eenheid wordt verbroken:
1. Na de inwilliging van een verzoek daartoe
2. Als de moedermaatschappij niet meer 95% van de aandelen in haar bezit heeft
3. Als de dochter in staat van faillissement verkeert.

Na de verbreking van de fiscale eenheid geldt iedere maatschappij weer als een zelfstandige belastingplichtige. Dit heeft vanzelfsprekend grote fiscale gevolgen. Na afloop van de fiscale eenheid komt de dochtermaatschappij als deelneming op de balans van de moedermaatschappij (tijdens de fiscale eenheid: de vermogensbestanddelen van de dochter).
Onder bepaalde omstandigheden kan de fiscus transacties uit de periode van de fiscale eenheid alsnog onderwerpen aan belasting. Er geldt een vergaande anti-misbruikbepaling wanneer binnen de fiscale eenheid vermogensbestanddelen van de ene naar de andere maatschappij zijn verschoven. Was de werkelijke waarde op het moment van de verschuiving hoger dan de boekwaarde, dan wordt de fiscale eenheid in het jaar van verbreking nog belast voor het verschil tussen de werkelijke waarde op het moment van de verbreking en de boekwaarde op dat moment. In sommige gevallen mag een andere (gunstigere) becijfering worden gehanteerd. Daarnaast bestaan er situaties waarin de regeling niet van toepassing is.
Gezien de grote belangen adviseren wij u om een en ander te laten begeleiden door een fiscaal deskundig persoon.

Lees ook…