Aardbevingen, orkanen of ander natuurgeweld. Wat dekt uw verzekering en wanneer kunt u een beroep doen op het rampenfonds van de overheid?

Natuur- en kernrampen uitgesloten
Gedupeerden van een aardbeving hoeven niet bij hun verzekeraar aan te kloppen. Grote natuurrampen en kernrampen worden in polisvoorwaarden standaard uitgesloten. Ze zijn onvoorspelbaar en vormen een te groot risico voor de verzekerings-
maatschappijen, aldus het Verbond van Verzekeraars. Het is wettelijk ook niet toegestaan aan te bieden zulke rampen te verzekeren. Verzekeraars kunnen namelijk nooit de belofte nakomen de schade uit te keren.

Watersnood soms wel gedekt
Het Verbond heeft haar leden wel geadviseerd om opstal- en inboedelverzekeringen uit te breiden met een ruimere dekking van schade door overvloedige regenval. Deze zogenaamde neerslagclausule stelt twee voorwaarden:

  • De regenval moet hevig (40 mm in 24 uur, 53 mm in 48 uur of 67 mm in 72 uur)
  • én plaatselijk zijn (dat wil zeggen: het bedrijfspand moet daar liggen waar de hevige regens vielen of in de directe nabijheid)

Het advies strekt zich uit tot dekking tegen het ‘overlooprisico’ van sloten, grachten en kaden. Waterschade door openstaande ramen en deuren of door achterstallig onderhoud aan het pand wordt van vergoeding uitgeloten.

Het risico van dijkdoorbraak, overstroming van de zee of een rivier als gevolg van gebeurtenissen in het buitenland zijn niet gedekt. Dus als het stevig regent in Frankrijk en in Nederland overstromen de rivieren, dan wordt er niet uitgekeerd. Zelfs niet als het vervolgens in Nederland ook gaat gieten.

Wanneer springt de overheid bij?
Wanneer er zich onverzekerbare rampen voordoen, kán de overheid de Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen (WTS) van toepassing verklaren. Daar is iedere keer opnieuw een koninklijk besluit voor nodig. Breekt er een dijk of beeft de aarde, dan kan de minister van Binnenlandse Zaken het kabinet om zo’n besluit verzoeken.

Een aardbeving geldt als ramp, zo bepaalt de WTS, wanneer ze een kracht heeft van 4,5 of meer op schaal van Richter. Maar ook bij een aardbeving van bijvoorbeeld 4,9 op de schaal van Richter, kan het zijn dat Binnenlandse Zaken de WTS niet van toepassing verklaart. De WTS verwijst namelijk naar de Wet Rampen en Zware Ongevallen. Díe bepaalt dat een ramp pas een ramp is als er bovendien:

  • een ernstige verstoring van de openbare veiligheid is ontstaan, waarbij het leven en de gezondheid van vele personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate worden bedreigd of zijn geschaad;
  • én een gecoördineerde inzet van diensten en organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.

Pas dan kunnen gedupeerden gebruik maken van de regelingen uit de WTS. De laatste twee criteria gelden ook in geval van overstroming, dijkdoorbraak et cetera.

De geclaimde schade en kosten moeten rechtstreeks en onmiddellijk het gevolg zijn van een ramp of een zwaar ongeval. Welk gebied onder de regeling valt en hoe lang de schadeperiode is, wordt per keer vastgesteld, net als de hoogte van de vergoedingen. De overheid kan besluiten om bijvoorbeeld een eigen risico te hanteren. Er wordt niet uitgekeerd, wanneer de schade verzekerd had kunnen worden óf wanneer de schade door een ‘gewone’ verzekering wordt gedekt.

Vergelijk gratis en vrijblijvend de verschillende opties van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering via De Zaak. 

Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Lees ook…