"Ik denk dat iedere ondernemer graag wil dat zijn kinderen doorzetters worden", stelt Ben Tiggelaar. Maar dat vergt ook doorzettingsvermogen van de ouders.

Ben Tiggelaar is de vaste columnist van tijdschrift De Zaak. Hij is schrijver en trainer, met als doel: mensen te helpen hun dromen om te zetten in actie. Hij werkt vanuit eigen praktijkonderzoek, met veel gevoel voor entertainment en een gedegen achtergrond in gedragswetenschap.

(Haarlem, september 2011) – “Als opvoeder van vier dochters kom je jezelf dagelijks tegen. Figuurlijk, omdat opvoeden geregeld meer zelfbeheersing vraagt dan ik in huis heb. En letterlijk, omdat hun gedrag soms verdacht veel lijkt op dat van mij. In hun genetische trekjes (ze praten hard) en in de gewoontes die ze hebben opgepikt (ze praten veel).

Omdat onze populatie dochters een aardige leeftijdsspreiding kent (6, 11, 12 en 17 jaar) zie je altijd meerdere ontwikkelingsfasen naast elkaar. Bijvoorbeeld op het gebied van doorzettingsvermogen lopen er tegelijkertijd een beginner, twee gevorderden en een zeer gevorderde rond in mijn leefomgeving.

Doorzettingsvermogen
Ik denk dat iedere ondernemer graag wil dat zijn kinderen doorzetters worden. Doorzettingsvermogen is essentieel voor ondernemers. Op minstens twee manieren.

1. Succesvol ondernemen draait om het ontwikkelen van goede gewoontes. Zoals dagelijks klanten bellen, dagelijks een stap meer zetten dan nodig lijkt. Zelfs het ontwikkelen van de meest eenvoudige nieuwe gewoontes duurt gemiddeld al meer dan twee maanden, weten gedragsonderzoekers.

2. Succesvol ondernemen draait ook om het voltooien van ‘lange marsen’. Een voorbeeld: ervaren verkopers weten dat je bij nieuwe klanten soms acht keer moet bellen voordat je een afspraak krijgt. Wie afhaakt na zeven ‘mislukte’ pogingen, investeert wel, maar zonder resultaat. Wie heeft geleerd om door te zetten, gaat verder totdat de laatste noodzakelijke stap alle stappen ervoor succesvol maakt.

Leren doorzetten
Voor een zesjarige is dat op alle mogelijke manieren blijven zeuren om een ansichtkaart met een paard erop. Niet altijd leuk voor jou als opvoeder, maar misschien is het de start van een geweldige carrière als strafpleiter, verkoper of VN-onderhandelaar.

Voor een elf- en twaalfjarige komt doorzetten neer op geld sparen met heel kleine beetjes tegelijk. Via grasmaaien, onkruid wieden en het langsgaan van de hele familie met het schoolrapport, eindelijk die felbegeerde pet of dat geweldige knuffeldier kopen.

En voor een zeventienjarige, met een al wat steviger inkomen door oppassen, bijbaantjes en kleedgeld, is doorzetten vooral leren om niets uit te geven, totdat het doel – een reis naar Parijs – is bereikt.

Onderweg leren ze allerlei ‘doorzettechnieken’. Zoals het focussen op het eindresultaat als ze moeilijke momenten hebben. En je juist inbeelden dat het resultaat je ontschiet, als je nu opgeeft. Of bewust weglopen uit situaties die je doorzettingsvermogen al te zeer op de proef stellen.

Doorzettingsvermogen ontwikkelen bij kinderen vergt doorzettingsvermogen van ouders. Dagenlang gaat het bij het avondeten over hetzelfde onderwerp. Wekenlang zie je ze ploeteren om een paar centen te verdienen.

Maandenlang wordt er spaarzaam geleefd en worden allerlei leuke dingen overgeslagen. En intussen moet jij rustig blijven en kijken wat ze aan het leren zijn. Vooral niet proberen ‘op te voeden’ met die harde stem en die vele woorden van je.

Want je weet, als je doorzet en ze zelf laat leren, dat ze straks als ondernemende mensen de maatschappij ingaan. En daar doe je het natuurlijk voor.”

Eerdere columns van Ben Tiggelaar »

Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Lees ook…