Bij veel IB-ondernemers helpt de partner een handje mee in de zaak. Als u daarvoor een beloning geeft, hoe kunt u dat fiscaal dan zo slim mogelijk inkleden?

Beperk uw aansprakelijkheid na echtscheiding
Echtgenoten die in gemeenschap van goederen zijn gehuwd en die gaan scheiden, blijven ná de echtscheiding ieder aansprakelijk voor de schulden van de huwelijksgoederengemeenschap waarvoor zij voordien aansprakelijk waren. Dat zijn de schulden die de echtgenoot zelf is aangegaan, de schulden voor de gewone gang van de huishouding (ook als die door de andere echtgenoot zijn aangegaan) en diverse, andere in de wet genoemde schulden.

Voor alle andere schulden van de huwelijksgoederengemeenschap ontstaat door echtscheiding een extra aansprakelijkheid: de echtgenoot wordt voor de helft hoofdelijk aansprakelijk voor de gemeenschapsschulden die de ex-echtgenoot tijdens de huwelijkse periode is aangegaan, en waarvoor die echtgenoot uitsluitend aansprakelijk was. Dat zijn bijvoorbeeld de belastingschulden die betrekking hebben op de door een ex-echtgenoot tijdens het huwelijk gedreven onderneming.

Die extra aansprakelijkheid kan worden vermeden door bij de echtscheiding expliciet afstand te doen van de huwelijksgoederengemeenschap. Dat moet bij notariële akte gebeuren. Zo’n afstandsverklaring kan erg nuttig uitpakken.

Een zakelijke beloning voor de meewerkende partner
Indien uw partner meewerkt in de zaak, is het reëel om daarvoor een adequate beloning toe te kennen. U heeft de keuze uit drie mogelijkheden, te weten: een dienstbetrekking met uw partner aangaan, een reële arbeidsbeloning overeenkomen of kiezen voor de meewerkaftrek.

Voor een civielrechtelijke dienstbetrekking met uw partner is vereist dat er sprake is van een gezagsverhouding uit hoofde van de dienstbetrekking. Bij zo’n dienstbetrekking kunt u gebruik maken van faciliteiten in de loonbelasting. In deze situatie is uw partner overigens wel verplicht verzekerd ingevolge de werknemersverzekeringen en derhalve premies werknemersverzekeringen verschuldigd.

Indien u uw partner een reële arbeidsbeloning toekent, kunt u deze vergoeding als arbeidskosten ten laste van de winst brengen. Vereist is wel dat die vergoeding € 5.000 of meer bedraagt.
Let op: u moet de arbeidsbeloning periodiek aan uw partner betalen. Betaling dient plaats te vinden op een bank- of girorekening die op naam van de partner staat; desgewenst kunt u de vergoeding periodiek overmaken op een en/of rekening.

De meewerkaftrek is een faciliteit waarbij u in verband met de arbeid van uw in de onderneming meewerkende partner een forfaitair vast te stellen percentage, oplopend van 1,25% tot maximaal 4%, ten laste van de winst kunt brengen. Indien de meewerkaftrek wordt toegepast wordt uw meewerkende partner niet zelfstandig in de belastingheffing betrokken. U kunt de meewerkaftrek toepassen als u als ondernemer winst geniet, aan het urencriterium voldoet en uw partner in het kalenderjaar gedurende ten minste 525 uren arbeid in uw onderneming verricht zonder daarvoor enige vergoeding te ontvangen.

De keuze voor een dienstbetrekking, een reële arbeidsbeloning of de meewerkaftrek wordt bepaald door de feitelijke situatie. Van belang is onder meer in welke tariefschijf u en uw partner vallen, het aantal uren dat uw partner meewerkt in de onderneming, de hoogte van de genoten beloning enz. Bij een beperkte arbeidsbeloning zal toepassing van de meewerkaftrek doorgaans voordeliger zijn. Laat uw adviseur nog voor het einde van het jaar nagaan welke mogelijkheid voor u en uw partner de beste is.

Meewerkbeloning: laat uw partner méér doen!
Bent u gehuwd en werkt uw partner mee in uw onderneming? En maakt u daarvoor gebruik van de meewerkbeloning? Let er dan op dat de werkzaamheden van uw echtgenoot meer zijn dan hetgeen echtgenoten voor elkaar moeten doen. Het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat “echtgenoten elkander getrouwheid, hulp en bijstand verschuldigd zijn. Zij zijn verplicht elkander het nodige te verschaffen”.

Als uw echtgenoot binnen uw onderneming ondersteunende werkzaamheden verricht die niet uitgaan boven de inspanningen die voortvloeien uit deze wettelijk verplichting, dan kan de inspecteur de meewerkbeloning weigeren. Laat uw meewerkende echtgenoot meer doen dan wat ondersteunende hand- en spandiensten!

Let op de gebruikelijkheidstoets
De ondernemer die samen met zijn partner zijn onderneming drijft in de vorm van een firma of maatschap, moet bij de onderlinge taakverdeling rekening houden met de gebruikelijkheidstoets. Die toets richt zich op het aantal uren dat de partner binnen het samenwerkingsverband werkt. Daarbij tellen de gewerkte uren niet mee als de partner hoofdzakelijk (voor meer dan 70%) ondersteunende werkzaamheden verricht én derden – niet door een partnerschap verbonden personen – in eenzelfde situatie normaliter niet een firma of maatschap aangaan.

De partner haalt dan de vereiste 1.225 uur per jaar niet, voldoet niet aan het urencriterium en dat kost hem of haar de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek én de vorming van de fiscale oudedagsreserve.

Om de gebruikelijkheidstoets goed door te komen, moet de partner zich voor meer dan 30% van de werktijd bezighouden met hoofdtaken binnen de onderneming. Bij het onderscheid tussen ondersteunende werkzaamheden en hoofdtaken telt ervaring wel degelijk mee.

Zorg ervoor dat u / uw partner kan aantonen dat hij / zij voor meer dan 30% van de werktijd een hoofdtaak binnen de onderneming verricht. Bij ondernemers met een specifieke beroepskwalificatie – denk aan vrije beroepers – is dat lastiger aan te tonen dan bij bijvoorbeeld middenstanders.


Bron: Belastingbelangen

Terug naar Tips voor IB-ondernemers »

Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Pensioen opbouw

Benut jij je vrije jaarruimte maximaal? En hoeveel pensioen moet je eigenlijk opzij zetten? Vraag nu gratis een pensioenberekening, inclusief alle belastingvoordelen, en stel direct al je overige vragen aan onze pensioenexpert.

Lees ook…