Expeditie Brexit

Triple test: Rolls-Royce en Range Rover
Onze testrijder Rob van Ginneken nam met een Range Rover Velar de veerboot voor een expeditie naar Engeland. Nog snel even, voor de Britten zich afscheiden van ‘The Continent’. Een bezoek aan Rolls-Royce - inclusief test - maakt de expeditie compleet. Hij maakt het trio rond met de brandnieuwe Range Rover Evoque.
Expeditie Brexit

De Britse auto-industrie staat te shaken op zijn grondvesten. Zelfs de meest Engelse van de Engelse merken. De top van Jaguar Land Rover dreigt zonder omhaal om veel productie naar hun fonkelnieuwe Slowaakse fabrieken te verhuizen, mocht een harde Brexit werkelijkheid worden. Zelfs bij het nobele Rolls-Royce in Goodwood ontdek ik tijdens een exclusief fabrieksbezoek de afdeling ‘Brexit Information Hub’.

Navraag leert dat import-taxen en dergelijke déze Britten niet zo boeien, de koper kijkt niet op een ton meer of minder. Er is een lastiger probleem: moederconcern BMW levert motor en carrosserie vanuit Beieren aan. Daar komt trouwens ook het leer vandaan. Want daar hebben ze hoge bergweiden zonder hekken en stekende insecten, zodat de minstens vijftien huiden per auto perfect onbeschadigd blijven. Zo zijn er nog ontelbare andere toeleveranciers van het beste van het beste die voor de Britten wellicht hinderlijk achter de douane gaan verdwijnen.

“Bovendien komt een derde van onze mensen, vaak belangrijke pecialisten, uit een ander land,” meldt woordvoerder David Deane droogjes. Ook de naam van CEO Müller-Ötvös klinkt mij niet in de oren alsof hij is grootgebracht met lokale delicatessen als kippers en fish and chips. Dat wordt nog boeiend allemaal…

 

Hippe Rolls

Buiten staat intussen een Black Badge Wraith voor me klaar om zelf te ervaren waar het bij Rolls-Royce om draait. Doen ze zonder gedoe. Hier is de sleutel en breng je hem voor zessen terug? Hij is van een nieuwe getunede modelserie die - zeggen ze - jongere kopers met een hele dikke bankrekening aan moet spreken. Generatie Memphis Depay en andere sporthelden, geslaagde ondernemers en artiesten wellicht?

Bizar detail is dan dat de Rolls-rijders bij dit soort modellen gemiddeld rond de 40 zijn. Of de auto Memphis kan boeien is de vraag, want bij de Black Badge draait het juist niet om bling, eerder om een decent verpakte extra portie sportiviteit. Veel design cues in donker chroom. Iets meer power, onmetelijk kostbare aluminium-titanium-carbon wielen met joekels van remmen, een aangepast luchtgeveerd onderstel, opgepepte automatische bak en een iets directer reagerende besturing.
Zeggen ze. Maar wat heet sportief bij een Rolls?

De Black Badge Wraith ziet er stijlvol uit en het interieur krijgt een oppepper met onder andere koolstofvezelaccenten en standaard ‘sterrenhemel’ in het dak. Met duizenden glasvezeldraadjes die een voor een met de hand worden aangelegd. Zonder gekheid, hoogstpersoonlijk gezien in de fabriek. Zo zijn er ook handwerkslieden die zorgen dat het (echte en vanwege de verkleuring eerst vijf jaar geruste) houtfineer links en rechts in de auto exact gespiegeld is.

Weer andere schaven de naadjes van het leer schuin af, zodat je geen naad voelt op de stikranden. Kortom, als je perfecte ambachtelijke afwerking en vooral veel rust en beheersing onder het rijden zoekt… look no further. Opeens weet je ook wat ze bedoelen met hun magic carpet, want het voelt bijna alsof je zweeft. Maar dan wel met een auto van twee komma vier ton gewicht, dus mij bekroop niet de aandrang om deze ver over de vijf meter grote en nogal brede Britse gigant al te gedurfd de sporen te geven.

 

Getunede 6,6 liter V12

Laten we het erop houden dat cruisen met de 6,6 liter multi-turbo V12 wat extra kick heeft gekregen. Een dun dynamisch randje. Besturing en vering zijn nog steeds van het type ‘limousine hors catégorie’, maar je kunt vlotter bochtige wegen afblaffen dan je denkt en de acceleratie door de acht versnellingen heen is indrukwekkend. Als je stevig op het gaspedaal leunt trekt his lordship verbijsterend genoeg door tot bij de 6.000 toeren. En doorbreek je zittend in je clubfauteuil binnen ruim vier tellen de honderd kilometer per uur. De enorme twaalfcilinder sleurt er met zijn dik 600 pk en vooral een enorme trekkracht – 840 Nm – geweldig aan. Maar behoudt intussen toch zijn rust en Britse cool composure

Noem het een soort alter ego van het Rolls-Royce zoals we het kennen. Prijs? Iedereen bestelt bij dit merk speciale bespoke ambachtelijke handgemaakte uitvoering, maar denk ik de orde vanaf 465 mille. Geen geld voor een auto waar een kudde stieren aan te pas is gekomen. En die tot 23 laklagen heeft. Vind je bij de 44 duizend tinten niets, dan is ook een zelf bedachte kleur mogelijk, waar de fabrikant dan wel eerst zes maanden mee bezig is om het te homologeren en op duurzaamheid te testen.

Nog zo’n detail: vier man polijsten de lak tweemaal vijf uur lang gladder dan een babies bum. Eerst na het spuiten en later nog eens voor de levering. Geen gekheid. Gezien!


Of wordt het een Range Rover?

Dan dat andere Britse karaktermerk. Mijn Range Rover Velar ontpopte zich als een uitstekende reisgenoot, die de bagage en twee sets golfstokken met elektrische trolley soepel opslokte. Je moet als afwisseling op dat kilometervreten over Engelse country roads ook zelf in beweging blijven, niet?

Met zijn vier meter tachtig lengte en een ton of twee gewicht ben je met een boel auto op weg. Toch is hij door die aflopende daklijn meer ingetogen van snit dan zijn nog grotere - hogere - broeders. Sierlijker ook, op een of andere manier. Die vormen gaan in elk geval niet ten koste van de zitruimte. In combinatie met de acht-traps automaat ontpopt de D240 diesel zich tot een zeer capabele reis- en zakenauto. Zijn geavanceerde vierwielaandrijving geeft hem toonaangevende talenten voor onverharde en gladde wegen. Maar ook als trekker voor een trailer of ander zware aanhanger.

Ook de Velar is eerder statig onderweg dan lichtvoetig, waarbij de twin turbo dieselkrachtbron onder acceleratie een tikje hoorbaar aan het werk is. Niet helemaal het raffinement dat menigeen zal zoeken. Maar je reist comfortabel, hij wil stevig vooruit en een verbruik van een op zeventien valt absoluut mee. Kritische noot: inmiddels vrij gangbare snufjes als adaptieve cruise-control zijn een extra. Prijzen vanaf 78, maar de ‘mijne’ tikte bijna een ton aan.

 

Evoque raakt sweet spot

Tja. Als je dat allemaal meerekent raakt de gloednieuwe ‘kleine broer’ Evoque de sweet spot gewoon beter. Ook die reed ik een paar dagen zeer intensief - ook in het terrein - en dan blijkt de Brit meer eigentijds en een auto voor een breder publiek. En niet alleen vanwege zijn meer gangbare middenklasse formaat en het overzichtelijker prijskaartje. Je hebt de luxe introductie editie voor zo’n 67 mille. Mét vierwielaandrijving.

Het zitcomfort voorin is puik voor elkaar, terwijl volwassen passagiers achterin best terecht kunnen. Oke, het is wat ze in de technische wereld een ‘zuigende passing’ vanwege die sportieve daklijn en smal toelopende zijramen. Je kunt niet alles hebben bij een relatief handzame auto van 431 centimeter lengte. Zeker als die ook nog een heel fatsoenlijke bagageruimte biedt.

De Evoque heeft bovendien een meer gangbare breedte trouwens. In de stad (of smalle Engelse binnenwegen) veel prettiger om mee te leven. En voor het ‘thuisfront’ om een keer mee te nemen.

Ook de nieuw ontwikkelde Evoque is bepaald geen lichtgewicht, maar met zijn compleet nieuwe ‘platform’ en de nieuwe generatie MHEV-hybride motoren komt de term ‘dynamiek’ veel eerder in je op. In combinatie met een bijna onmerkbaar vlot werkende négenversnellingsautomaat straalt hij bovendien rust uit. Het onderstel is wat steviger afgesteld dan de modale Range Rover, maar daar krijg je dan ook pittiger rijeigenschappen voor terug.

Prettig is ook dat de ‘hybride light’ de motor al voor je stilstaat afzet en razendsnel weer op gang trekt bij het wegrijden. Stiltepauzes combineren lekker met die puike Meridian geluidsinstallatie.

Zoek je extra bite, neem dan de 200 pk-turbo benzineversie. Maar reken dan wel op een slag of twee hoger verbruik dan bij de soepeler 150 pk diesel. Die noteert pakweg een liter op zeventien kilometer.

Het interieurontwerp is helemaal Range Rover, aardig chique afgewerkt, overzichtelijk en in luxere versie gezegend met drié beeldschermen. De Britten trekken een blik vol handige elektronische snufjes open, waardoor je onder andere superzicht hebt rondom de auto. En zelfs onder de neus. Wel even die smart radar cruise-control bijbestellen zou ik zeggen, maar dan ben je aardig in business. Niet de goedkoopste, wel een van de leukere keuzes in deze klasse. Met een heel eigen karakter.

Als zelfstandig freelance autojournalist van De Zaak reist Rob van Ginneken - letterlijk - de hele wereld over om de nieuwste ontwikkelingen te volgen, ontwikkelingstechneuten

Ga nu naar je mailbox

Je ontvangt een e-mailbericht met instructies om je registratie te bevestigen. Zonder de bevestiging wordt je registratie niet verwerkt.

Ook praktische tips in je mailbox?

Denk na over de toekomst van je bedrijf. Schrijf je in voor onze gratis nieuwsbrieven!

1
0

De Zaak website maakt gebruik van cookies.

We zijn verplicht om je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

/disclaimer
Meer informatie
Ja, ik geef toestemming