De jonge bedrijven van Wouter Moekotte en Frits Kool groeiden snel. Na een lastige beginfase diepten beiden dankzij hun innovatieve aanpak bestaande markten uit. Vandaag zitten ze aan dezelfde tafel en praten over hun passie: ondernemen.
Daarin vinden ze elkaar, hoewel het verschil niet groter kon zijn. Wouter, een generatie jonger, drukt zich voorzichtig en licht academisch uit; hij studeerde international business aan de Copenhagen Business School en verhandelt biobased en composteerbare verpakkingen en serviesgoed. Frits – joviaal Amsterdams accent waarbij het onderscheid tussen ‘kennen’ en kunnen’ soms wegvalt, beeldend taalgebruik  – is van het traditionele vakmanschap, lts’er, stukadoor, praktijkman die waar hij kwam veel opstak en daar ‘een balletje van kneedde’.
 
‘Stilstand is achteruitgang,’ vertelt Frits. ‘Ik zoek altijd nieuwe kansen, nieuwe klanten, nooit stilstaan, dóórgaan. Zo werkt het.’ En Wouter: ‘Wat ik wil is een mooi bedrijf, maar ook een product waar ik honderd procent achter kan staan.’
 
Bio Futura  Groothandel in ‘sustainable disposals’
USP: biobased alternatief voor olieplastics
Ondernemer: Wouter Moekotte (31)
In: Rotterdam
Sinds: 2008
Personeel: 12
Genomineerd: FD Gazellen 2014
Omzet: in 2014: 1,98 miljoen vanaf € 567.000 in 2011
 
Wouter: ‘Veel ondernemers zijn controlefreaks. Maar je moet je beperken tot waar je goed in bent’ 
 
 
Frits Kool  Stukadoorsbedrijf
USP: exclusief stucwerk, meedenken, service
Ondernemer: Frits Kool (47)
In: Veenendaal
Sinds: 2007
Personeel: 6
Genomineerd: FD Gazellen 2011, 2012, 2013 en 2014
Omzet: in 2014 750.000, 38% groei in drie jaar
 
Frits: ‘Omgaan met mensen en ze blij maken met mijn dienstverlening. Dát is de voldoening die ik uit ondernemen haal’
 
Het begin
Frits: ‘Ik stukadoorde bij een baas in Amsterdam, zo leerde ik het vak; daarna werkte ik twaalf jaar bij Knauf, de grote gipsproducent, waar ik technisch instructeur was en later technisch-commercieel adviseur. Toen was ik 40, keek eens om me heen en bedacht: stukadoors, wat laten jullie veel liggen… Zo kwam het idee op om voor mezelf te beginnen. Het was dus niet zo dat ik dat ‘altijd al heb gewild’…’
 
Frits’ echtgenote op de achtergrond: ‘Ik dacht: wat gaat ie nou doen?’
 
Frits: ‘We hadden wel twijfels, maar ik had dat plan en zette door. Prompt brak de crisis uit en toch draaide het nog vrij goed. In 2009, in het diepst van de malaise, stapte ik naar een bank. Iedereen zei: kun je vergeten. Dat maakte mij alleen vastbeslotener. Ik zette in het businessplan wat ik wilde en waarom – en kreeg gewoon die lening.’
 
Wouter: ‘Lening waarvoor? Je draaide toch al een jaar?’
 
Frits: ‘Voor een pand met een showroom. Toen ik die had, begon de groei. In 2011 zelfs 160 procent. Midden in de crisis en met een bouwgerelateerde activiteit. En jij?’
 
Wouter: ‘Ik begon ook alleen, midden 2008, de economie was al instabiel. Twee jaar lang deed ik alles alleen. Hectisch, experimenteel. Trial and error. Dat heb ik wel geleerd: niet alles maar zelf willen doen. Toen er iemand bijkwam werkte dat bevrijdend.’
 
Frits: ‘Herkenbaar. Je wilt het allemaal in eigen hand houden. Maar je moet ruimte nemen om te ondernemen. Om klanten binnen te halen. Moeilijk hoor, delegeren, het is zo jóuw ding…’
 
Wouter: ‘Veel ondernemers zijn controlefreaks. Maar je moet je beperken tot waar je goed in bent. Als ondernemer moet je niet jezelf in operationele taken verliezen. Langzamerhand heb ik mensen in dienst genomen en er vormde zich een team. Met vallen opstaan. Het begon te lopen.’
 
 
 
 
Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Lees ook…