Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on google
Over vliegangst en hoe je ervan afkomt

Over vliegangst en hoe je ervan afkomt

7 april 2016

Body & Soul

Begin dertig was piloot Lucas van Gerwen (64) toen het gebeurde. ‘Ik wil eruit! Ik wil eruit!’ schreeuwde een passagier. Hij liet het vliegtuig rechtsomkeert maken. Op de luchthaven ging hij de confrontatie met de man aan en ontdekte hoe heftig diens paniekaanval was geweest. ‘Dat greep me aan... Daardoor ben ik luchtvaartpsycholoog geworden.’

Begin dertig was piloot Lucas van Gerwen (64) toen het gebeurde. ‘Ik wil eruit! Ik wil eruit!’ schreeuwde een passagier. Hij liet het vliegtuig rechtsomkeert maken. Op de luchthaven ging hij de confrontatie met de man aan en ontdekte hoe heftig diens paniekaanval was geweest. ‘Dat greep me aan… Daardoor ben ik luchtvaartpsycholoog geworden.’
 

Lucas van Gerwen schreef in 2007 zijn laatste zelfhulpboek over vliegangst: Vliegangst en hoe je ervan afkomt, met informatie, adviezen en oefeningen. Zijn belangrijkste advies in het boek: ‘Stop met het vermijden van je *angst*, daar maak je het probleem alleen maar groter mee. Je mag het spannend vinden, maar laat je door die angst niet leiden.’

Misschien moet je geregeld naar het buitenland omdat je internationaal onderneemt en ervaar je daarbij een vorm van vliegangst. Zoek dan hulp, bijvoorbeeld bij Stichting VALK. Tot 98 procent van de behnadelingen slaagt, naar eigen zeggen. Lucas van Gerwen richtte de stichting in 1989 op, als een samenwerkingsverband tussen de KLM, de Universiteit van Leiden en Schiphol. ‘In Nederland zijn 3 miljoen mensen die een vorm van vliegangst hebben, wereldwijd is dat zelfs eenderde van de bevolking. Al heeft niet iedereen therapie nodig: de mate van de angst varieert.’


Officieel is Stichting VALK een vliegangstinstituut, maar, zegt Van Gerwen: ‘Eigenlijk zijn we een angstinstituut. Pure vliegangst bestaat namelijk niet… Er ligt altijd een andere angst aan ten grondslag. We zien veel gevallen met claustrofobie, maar ook hoogtevrees, controleangst, sociale angst en trauma’s. Die onderliggende angst pakken we eerst aan, dan volgt de vliegangsttraining. Anders heeft het geen zin.’
 
Verbeeldingskracht
Bijzonder is dat kinderen geen vliegangst kennen, volgens Van Gerwen. ‘Onze jongste cliënt is zes. Bij kinderen onder de vijf kom je het nauwelijks tegen. Onze oudste cliënt was 93 en zij is uiteindelijk toch nog een vliegtuig ingestapt.’ Zijn gemiddelde cliënt is tussen de 25 en 65 jaar. ‘Ze zijn meestal hoger opgeleid. Dat komt vooral doordat je creatief moet zijn en verbeeldingskracht nodig hebt om allerlei niet bestaande en gevaarlijke scenario’s te bedenken.’

De therapie bestaat bij Valk altijd uit vijf stappen. ‘Je moet eerst je eigen angst kunnen herkennen. Daarna ga je die angst erkennen en accepteren dat het voor jou zo werkt. Dan kun je je lichaam onder controle gaan brengen door middel van ademhaling en spierspanning, ontspannen dus. Ten slotte word je goed geïnformeerd over hoe alles werkt in de luchtvaart en weerleggen we alle fabeltjes (zie kader, red.) over vliegen.’
 
Zelfhulp
Omdat niet iedereen met vliegangst therapie nodig heeft, heeft Stichting VALK een vlieg app gebouwd die je van informatie voorziet bij paniek in het vliegtuig. Daarnaast kun je oefeningen doen om jezelf te kalmeren, bijvoorbeeld bij hyperventilatie. ‘Ook is een zelfhulpboek een prima oplossing voor deze groep mensen (zie kader, red.).’
 

TIPS

Vind je het nog steeds spannend om het vliegtuig in te stappen? Dan heeft luchtvaartpsycholoog Van Gerwen een aantal tips:

  1. Drink nooit cafeïne voor of tijdens de vlucht. Je wordt er onrustig van.
  2. Ga nooit met een lege maag vliegen.
  3. Verzet je niet tegen de beweging van het vliegtuig – dat scheelt een hoop spierspanning.
  4. Leer je te ontspannen. Probeer de oefeningen uit een zelfhulpboek of van de app thuis alvast.
  5. Doorbreek de twijfel bij jezelf. Je mag het spannend vinden, maar vermijd het vliegen niet. Dat maakt het alleen maar erger.

 


 

FEITEN EN FABELS
  • Met onweer heb je grotere kans om te crashen – fabel.
  • Je kunt trombose oplopen bij lange vluchten – onduidelijk. ‘Er is veel onderzoek naar gedaan, want het gaat erom dat je dan lang stil blijft zitten. Mensen die lang zijn en ongezond leven hebben een grotere kans hierop, evenals vrouwen die de pil slikken.’
  • Je wordt sneller dronken – feit. ‘Omdat de luchtdruk anders is in een vliegtuig neemt je bloed sneller alcohol op.’
  • Als iedereen zijn smartphone aan laat staan, kan een vliegtuig crashen – fabel. ‘Het stoort alleen de radiozender, niet het besturingssysteem.’
  • Er bestaat geen rij 13 vanwege ongeluk – half waar. ‘Sommige maatschappijen hebben geen rij 13, anderen wel. In Aziatische landen is het bijvoorbeeld geen ongeluksgetal.’

 

Lees ook…