Zó werd Lage Vuursche een pannekoekendorp.
De broers Hein en Willem van Oosterom drijven restaurant De Lage Vuursche en hotel De Kastanjehof en zijn actief binnen de gemeenschap. Sinds de viering van het 150-jarig bestaan van het familiebedrijf zijn ze zelfs hofleverancier.
 
 
Hun overgrootvader Willem had eind negentiende eeuw wellicht een nog belangrijker functie in het dorp. Zijn boerderij uit 1650 diende als herberg, buurthuis en plek waar recht gesproken werd voor de arbeiders van landgoed Drakestein (de naam wordt steeds weer anders gespeld). De pachtboer moest de aanwezigen van drank en boterhammen voorzien. Dat hoorde bij zijn plichten als pachter, zo had de eigenaar van de boerderij, jonkheer Bosch van Drakestein, bepaald.
 
Ook de jachtpartijen en de jaarlijkse houtverkoop werden hier georganiseerd. Dat waren feestdagen in De Vuursche. Verder was Willem de enige die een koets met paarden had. Daarmee ging hij de dokter halen wanneer er een baby op komst was. 
 
Vlak voor de deur was een tolplaats. Hier betaalden de reizende boeren voor hun doortocht van Bilthoven naar Hilversum en Baarn. Zij hadden het niet breed. De vrouw van de landeigenaar voelde met hen mee en bracht proviand naar de herberg. Brood, eieren en meel. Het bracht Willems tweede vrouw op het idee om pannenkoeken en uitsmijters te bakken voor de boeren. Die activiteit werd steeds commerciëler en zo werd zij de grondlegster van de huidige status van Lage Vuursche als pannenkoekendorp.
 
Door en door gestoofd
De twee zonen, Hein en Jan, namen het bedrijf over. Zij besloten begin dertiger jaren van de vorige eeuw een nieuw hotel te bouwen op de plek van ‘het planken huis Dorpszicht’, het huidige hotel De Kastanjehof. Heintje, de vrouw van Hein, zwaaide ondertussen de scepter in restaurant De Lage Vuursche. Zij maakte zich onsterfelijk met haar door en door gestoofde eendje waar sommige gasten het nu nog over hebben. 
Met de asfaltering van de Dorpsstraat in 1958 nam het dagtoerisme een vlucht. Een jaar later verscheen de eerste concurrent, pannenkoekenhuis De Vuursche Boer. “Grootvader zei toen: Daar gaat onze business. Maar uiteindelijk zijn er nog vijf bijgekomen en heeft iedereen nog steeds te eten,” stelt kleinzoon Hein vast. 
 
In hetzelfde jaar werd landgoed Drakestein aan prinses Beatrix verkocht. Tot haar kroning in 1980 woonde zij daar met haar gezin, om na de troonswisseling in 2013 weer terug te keren naar de rust en natuur van het dorp. De afgelopen anderhalf jaar kreeg de plaats er een toeristische attractie bij, met een trieste aanleiding. Drommen Nederlanders bezochten al het graf van prins Friso bij de Stulpkerk.
 
Extra mannetje 
In de jaren zeventig liet Willem, de vader van de huidige eigenaren, de stal van de voormalige boerderij ombouwen tot partycentrum. Daarachter legde hij een groot parkeerterrein aan. Zijn vrouw Cornelia was geen keukenprinses, zoals Heintje, maar maakte wel van het restaurant en het terras een ware bloemenzee.
Het familiebedrijf is intussen geprofessionaliseerd. De broers kregen van hun vader de kans om naar de hotelschool te gaan en deden veel ervaring op in het buitenland. Toen ze genoeg hadden gezien kozen zij – midden jaren tachtig – voor het familiebedrijf. Daarbij had moeder Cornelia ook laten doorschemeren: “Jullie zijn wel nodig.” 
 
De mouwen moeten tegenwoordig meer dan ooit worden opgestroopt. Het is harder, zakelijker geworden, weet Hein. Er is ongeveer de helft beschikbaar van het personeel van vroeger, bij het dubbele aan omzet en kosten. “Grootvader had graag een extra mannetje in de bediening als maatje om te schaken. Nu nemen we een mannetje te weinig en helpen we zelf mee. Dat moet wel, anders kun je binnen een jaar de tent sluiten.” 
 
 
Romantische sfeer
De broers hebben altijd de taken en specialisaties goed verdeeld: Willem is helemaal thuis in de exclusieve restaurants, Hein is de hotelier. Hun vader en grootvader hadden het restaurant gemoderniseerd zoals zij dat in hun tijdgeest goed achtten. 
“Maar eigenlijk was dat niet gepast,” zegt Hein van Oosterom. “Wij hebben de authentieke dingen teruggebracht. Zoals de vitrage, de rieten stoelen en de klapdeuren.”
Het restaurant ademt daardoor helemaal de romantische sfeer van eind negentiende eeuw, maar achter de schermen is het toch echt 2015. “We hebben een keuken met de modernste technieken.” De toekomst van het familiebedrijf ziet Hein rooskleurig in. “Alles zit mee. De babyboomers zijn een belangrijke doelgroep. Zij zijn gezond, hebben geld en willen recreëren in de bossen.” Daarnaast stelt hij vast dat de overheid dagrecreatie stimuleert. Zo kwamen er de afgelopen jaren zonder veel rompslomp extra attracties in De Vuursche bossen, waaronder een klimbos en een theehuis.
Inmiddels dient de vijfde generatie Van Oosterom zich aan: de 26-jarige Roderick, zoon van Willem, is recent toegetreden tot het 25-koppige personeelsbestand van restaurant De Lage Vuursche en hotel De Kastanjehof.
Wie: Hein van Oosterom en Willem van Oosterom
Bedrijven: Restaurant De Lage Vuursche en hotel De Kastanjehof
Omzet: circa 3 miljoen euro
Met: circa 25 man personeel
Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Lees ook…