De Wet uniformering loonbegrip (WUL) heeft gevolgen voor werkgevers en werknemers, bijvoorbeeld voor de bijtelling privégebruik auto, de levensloopregeling en de vergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet. Maar er zijn nog meer wijzigingen.

Wet Uniformering Loonbegrip brengt nieuw loonbegrip
De Wet Uniformering Loonbegrip (WUL) is ingevoerd op 1 januari 2013. Hij introduceert één loonbegrip voor de loonbelasting/premies volksverzekeringen (Loonheffing), premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw).

Voorheen werd gewerkt met verschillende loonbegrippen: Brutoloon sociale verzekeringen, Loon voor de zorgverzekeringswet en Loon voor de loonheffingen.

1. Awf weggevallen
De premie Awf is alleen nog een werkgeversdeel. Het werknemersdeel en de franchise zijn vervallen, evenals de evenredige premieverdeling (de teruggaaf van werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw via de Belastingdienst, als er sprake is van meerdere werkgevers).

Het wegvallen van de franchise bezorgt werkgevers met veel parttimers en/of werknemers met lage lonen in dienst, forse hogere kosten, ondanks de verlaging van het premiepercentage.

2. Privégebruik auto
De waarde van het privégebruik van de auto is loon voor alle heffingen. Als er ten onrechte een ‘Verklaring geen privégebruik auto’ of ‘Uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ is gebruikt, dan worden de LH/Zvw/premies voor de werknemers-verzekeringen nageheven bij de werknemer. Of bij de werkgever, als die op de hoogte was van het privégebruik.

Hogere kosten in verband met bijtelling auto
Een werkgever die veel personeel heeft met een inkomen beneden de premieloongrens en een auto van de zaak, betaalt hierdoor vanaf 2013 beduidend meer.

Auto van de zaak en uitkering
Een werknemer die – naast inkomen uit dienstverband en een auto van de zaak met bijtelling – een uitkering ontvangt, zal deze waarschijnlijk zien dalen. De bijtelling telt voortaan namelijk mee bij de inkomsten die van de uitkering worden afgetrokken.

3. Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet
De meeste werknemers betalen vanaf 1 januari 2013 geen bijdrage voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) meer. De werkgever hoeft deze dus niet meer te vergoeden, maar krijgt wel te maken met de werkgeversheffing Zorgverzekeringswet.

Voor uitgebreide uitleg zie: Werkgeversheffing en bijdrage Zorgverzekeringswet in 2013 »

4. De levensloopregeling
De inleg van de werknemer is aftrekbaar voor alle heffingen. De eventuele inleg van de werkgever is geen loon voor alle heffingen. Wordt er levenslooptegoed opgenomen, dan is wel sprake van loon voor alle heffingen.

Tijdelijke heffingskortingen
Om werknemers er onder de streep niet op voor-of achteruit te laten gaan, zijn de heffingskortingen aangepast. Er is een tijdelijke heffingskorting voor mensen met een pensioen-of VUT-uitkering die op het einde van het kalenderjaar nog geen 65 jaar zijn. Wel moet de uitkering vallen onder de werknemersbijdrage Zvw.

Slechts één werkgever mag de tijdelijke heffingskorting toepassen. Dit is noodzakelijkerwijs niet de werkgever die de overige heffingskortingen toepast. De werknemer/uitkeringsgerechtigde moet schriftelijk opgeven welke werkgever de tijdelijke heffingskorting mag toepassen. De heffingskorting geldt alleen voor de loonbelasting, dus niet voor de premies volksverzekeringen.

Jaar 
Percentage
Maximum
2013 
1% van de uitkering
€ 182
2014
0,67% van de uitkering
€ 121
2015
0,33% van de uitkering
€ 61

 

Lees ook:
Veranderingen per 1 januari 2013 (pdf) »
Werkgeversheffing en bijdrage Zorgverzekeringswet »

Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Download Whitepaper Rechtsvormen

Download gratis de whitepaper “Rechtsvormen” met alle voor- en nadelen per rechtsvorm, handige tips voor ondernemers en rechtsvormkeuze test.
Lees hier ons Privacy statement

Lees ook…