24 October 2011
De Werkloosheidswet (WW) is een werknemersverzekering. Die zorgt ervoor dat een werknemer aanspraak kan maken op een uitkering als hij ontslag krijgt. Wat moet u van deze wet weten?

De WW valt net als de ziektewet (ZW), de Ziekenfondswet (ZFW) en de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) onder de verplichte werknemersverzekeringen. Dat betekent dat u voor elke werknemer, naast de loonbelasting, ook premie voor die verzekeringen afdraagt.

Wanneer een WW-uitkering?
Zodra een werknemer ontslag krijgt, kan hij aanspraak maken op de uitkering. Hij of zij moet zich dan als werkzoekende inschrijven bij het UWV WERKbedrijf. Dit moet uiterlijk de eerste werkloosheidsdag gebeuren. Het UWV WERKbedrijf nodigt de werknemer vervolgens uit voor de aanvraag van de uitkering.

Het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen) zorgt voor de afhandeling van de WW-uitkering. Het instituut kan korten op de uitkering en zelfs een uitkering weigeren als er sprake is van verwijtbaar ontslag. Bijvoorbeeld: een werknemer die zelf ontslag neemt of waarvan het gedrag dringend aanleiding geeft tot ontslag. Meer over de regels van ontslag leest u in het artikel Ontslag en ontbinding van een arbeidsovereenkomst »

Hier heeft uw werknemer recht op

  • De WW kent één loongerelateerde uitkering. De duur van de maximale uitkering is drie jaar en twee maanden.
  • Hoe lang een werknemer recht heeft op een uitkering bepalen de wekeneis en de jareneis. Een werknemer die in de 36 weken voor de eerste werkloosheidsdag minimaal 26 weken in loondienst is geweest, heeft recht op een uitkering van drie maanden.
  • Voor een uitkering langer dan drie maanden moet de werknemer volgens de jareneis in minimaal vier van de laatste vijf kalenderjaren over minstens 52 dagen loon hebben ontvangen.
  • Ontslagen werknemers hoeven geen bezwaar aan te tekenen bij het UWV om recht op een WW-uitkering te behouden. Voorwaarde is wel dat er geen sprake is van verwijtbaar ontslag. In dat geval wordt een uitkering geweigerd als het gedrag van de werknemer een dringende reden voor ontslag vormt. 
  • Gedurende de eerste twee maanden ontvangt een werkloze werknemer 75% van het laatstverdiende salaris. Daarna ontvangt hij 70% van dat salaris.

De premie
Elke werknemer is verplicht verzekerd voor de WW. De premie bestaat uit twee delen:

  1. Het deel voor het Algemeen werkloosheidsfonds (WW-Awf). Zowel het werkgeversdeel als dat voor de werknemer vindt u in de tabel premiepercentages Sociale verzekeringen » 
  2. Het deel voor het Sectorfonds (WW-Wgf/Sectorfonds): dit deel betaalt u. De hoogte hiervan wordt bepaald door het werkloosheidsrisico in de bedrijfs- of beroepssector van uw bedrijf.

U mag van het loon van uw werknemer alleen het werknemersdeel van de premie WW-Awf inhouden. Over een deel van het loon hoeft geen WW-Awf-premie te worden berekend, de zogenaamde franchise. Dit geldt voor zowel het werknemers-, als het werkgeversdeel.

 

Variabele premies door seizoenswerkloosheid

Werkgevers in de sectoren cultuur, landbouw, bouw, schildersbedrijf en horeca, hebben te maken met variabele WW-premies. U betaalt hogere premies bij contracten die korter duren dan een jaar. Duurt het contact langer, dan daalt de premie. Het verschil kan in sommige gevallen wel tien keer hoger uitvallen. Bovengenoemde sectoren hebben te maken met seizoenarbeiders die vaak terugkeren in de WW. Met deze regel hoopt het kabinet dat werkgevers het werk beter over het jaar zullen spreiden.

Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Lees ook…