Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on google
Financiële bijsluiter voor startende ondernemers

Financiële bijsluiter voor startende ondernemers

24 oktober 2011
Wie onderneemt, loopt risico. Maar, anders dan bij een auto, wordt voor het besturen van een onderneming geen rijbewijs gevraagd. Een inschrijving bij de Kamer van Koophandel is voldoende. Onderstaande 'financiële bijsluiter' helpt u op weg.

Voor startende ondernemers leidt de weg niet automatisch naar de snelweg. En zelfs daar kunt u nog in de file belanden. Belangenbehartiger Stichting ZZP Nederland bepleit een financiële bijsluiter voor ondernemers. Deze moet ondernemers in de dop wijzen op de risico’s die ze lopen en moet de financiële risico’s inzichtelijk maken.

Hierbij alvast een overzicht in twaalf stappen.

1. Hoeveel heeft u maandelijks nodig?
Als ondernemer hebt u geen vast inkomen. Ondertussen lopen de vaste lasten door. Bovendien gaat u als ondernemer nieuwe verplichtingen aan. De kosten lopen kortom op. Het gemiddelde inkomen van een ondernemer is € 29.000 per jaar.

De eerste vraag die u zich moet stellen luidt: ‘Hoeveel geld heb ik nodig om aan mijn maandelijkse verplichtingen te kunnen voldoen?’

2. Zijn uw plannen haalbaar?
Ken uzelf. Veel ondernemerskwaliteiten kunt u leren. Met karaktereigenschappen ligt dat een stuk moeilijker. Ondernemen is investeren, omgaan met tegenslagen en zelf de boer op gaan. Met een ondernemingsplan bouwt u realisme in. Het dwingt u na te denken over de haalbaarheid van uw plannen.

Het is verstandig om de eerste drie jaar elk jaar het ondernemingsplan opnieuw te maken om te kijken op welke punten u uw plannen moet bijstellen.

3. Hoe staat u er financieel voor?
Ondernemen betekent boekhouden. Niet iedereen is daar even goed in. Het vervelende is dat u het zich met een eigen zaak niet kunt permitteren de financiën op hun beloop te laten.

Ten eerste omdat de kosten snel kunnen oplopen in een onderneming. Met behulp van zogenaamde kengetallen bepaalt u de financiële gezondheid van de onderneming. Twee kengetallen dient u sowieso goed bij te houden: de liquiditeit – de financiële middelen die u tot uw beschikking hebt om de kortlopende verplichtingen te voldoen – en de solvabiliteit – de vraag in hoeverre u op de lange termijn aan uw betalings- en aflossingsverplichtingen kunt voldoen.

Een andere belangrijke reden is dat het bijhouden van een ordelijke administratie een wettelijke verplichting is voor ondernemers. De fiscus wil precies weten wat u hebt ontvangen en van wie u het hebt ontvangen. Bovendien wil de fiscus weten wat u waarvoor hebt betaald. Kunt u die informatie niet overleggen, dan kost u dat geld.

4. Bruto is niet hetzelfde als netto
In loondienst zorgt de werkgever voor de belastingafdracht. Als zelfstandig ondernemer moet u daar zelf voor zorgen. Niet alleen stuurt u facturen voor uw producten en of diensten, maar u moet ook op vaste momenten (doorgaans elk kwartaal) btw afdragen, tenzij u diensten of goederen levert die zijn vrijgesteld van btw. 

Aan het eind van het jaar berekent u uw winst uit onderneming. Dit is uw ‘loon’. Over dit bedrag bent u inkomstenbelasting verschuldigd. Zet, om later belasting te kunnen betalen, een deel van uw inkomsten opzij.

5. Onderscheid zakelijk en privé
Het is zaak om vanaf dag één een strikte scheiding tussen de zakelijke en privé-uitgaven aan te brengen. Doet u dit niet, dan verliest u al gauw het overzicht. Het begint met het aanvragen van een aparte zakelijke rekening.

Stap twee is uzelf een vast ‘salaris’ toe te kennen voor uw maandelijkse lasten en privé-uitgaven. Dit bedrag moet realistisch zijn. Het mag niet zo zijn dat u meer geld aan de onderneming onttrekt dan er aan inkomsten binnenkomt. Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting geeft het Geldboek voor ondernemers uit. Dit kunt u via de site downloaden of bestellen.

6. Het urencriterium
Startende ondernemers verdienen vaak aanzienlijk minder. Daarom hebben zij recht op de zogenoemde startersaftrek, bovenop de ondernemersaftrek. Voor deze fiscale regeling geldt echter wel het urencriterium. Dat houdt onder meer in dat u per kalenderjaar minimaal 1225 uur voor uw bedrijf werkt en meer dan 50% van uw totale arbeidstijd aan uw onderneming(en) besteedt.

7. Eenmanszaak, vof of bv?
Bij de keuze voor ondernemerschap hoort de keuze voor de juiste rechtsvorm. Daarbij zijn de meest voorkomende die van de eenmanszaak, vennootschap onder firma (vof) en bv. Het grootste verschil tussen de eerste twee en de bv is fiscaal: de bv valt onder de vennootschapsbelasting.

Als directeur-grootaandeelhouder bent u in loondienst van de eigen bv. Bij de eenmanszaak en de vof bent u ‘ondernemer’ voor de inkomstenbelasting.

Als de ondernemingswinst boven de € 100.000 komt, dan wordt een bv aantrekkelijk. Maar er is een andere reden waarom ondernemers soms voor de bv kiezen: de aansprakelijkheid.

8. Inkomenszekerheid
Als ondernemer kunt u niet terugvallen op het sociale vangnet. Geen werk betekent geen inkomen. Zeker in het begin wisselen drukke periodes af met periodes dat u zich afvraagt of de telefoon ooit nog zal overgaan.

Daarnaast krijgt u te maken met seizoensinvloeden. De ene periode van het jaar is er meer werk dan andere perioden. Daar bovenop hebt u in uw vakanties wel extra uitgaven, maar geen inkomsten. Met een extra buffer vangt u deze golfbewegingen op.

9. Ongevallen en ziekte
Ziek zijn betekent geen inkomen. Een weekje griep loopt u wel weer in, maar als u een langere periode uit de running bent, wordt dat anders. Als ondernemer dient u zelf voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) te zorgen, te verzekeren bij een particuliere verzekeraar.

De premies kunnen soms flink oplopen, maar zijn wel aftrekbaar. Daarbij geldt in de regel een eigen risico van twee maanden tot een half jaar. Niet verzekeren is riskant, een ongeluk zit in een klein hoekje.

Het is van belang dat u inzicht heeft in hoe uw financiën er uitzien in verschillende situaties, bijvoorbeeld als u door ziekte niet meer kunt werken. Op welke inkomsten kunt u terugvallen?

10. Pensioen
Als ondernemer dient u zelf voor uw pensioenopbouw te zorgen. Dit kan fiscaal gunstig door middel van banksparen of een lijfrenteverzekering. Voor ondernemers is er ook een speciale regeling, de fiscale oudedagsreserve (for).

Hoeveel geld u precies nodig hebt na uw pensionering is afhankelijk van uw privévermogen. Denk daarbij aan de waarde van het eigen huis of aan andere vermogensbestanddelen, zoals aandelen. Gokken op de verkoop van de onderneming is riskant; de opbrengst is zelden genoeg voor een zorgeloze oudedag.

11. Wettelijke aansprakelijkheid (verzekeringen)
Een beroepsaansprakelijkheidsverzekering is een must. De activiteiten die u als ondernemer verricht, vallen niet onder de voorwaarden van uw privé-aansprakelijkheidsverzekering. Gaat er iets mis, en is er schade, dan is de onderneming aansprakelijk.

Als zzp’er, eenmanszaak of vennoot in een vof betaalt u uiteindelijk zelf de rekening, tenzij u een verzekering voor de onderneming hebt afgesloten.

12. Aansprakelijkheid voor de schulden
Bij een bv is de onderneming aansprakelijk voor de schulden, behoudens eventuele bestuursaansprakelijkheid en borgstellingen privé. Bij de eenmanszaak of vof bent u privé aansprakelijk. In geval van faillissement draait u privé op voor de schulden van de onderneming.

Een faillissement van de onderneming betekent in bijna alle gevallen ook een faillissement van de ondernemer privé. Wanneer u in gemeenschap van goederen bent gehuwd, sleept u uw partner mee in het faillissement. Bij huwelijkse voorwaarden kunt u in elk geval nog terugvallen op het inkomen van uw partner.

Lees ook…