Inkoop en de fiscus

Voor het bepalen van de fiscale winst trekt u de kosten van de inkoop af van de omzet. Daarbij geldt dat alle zakelijke kosten in principe aftrekbaar zijn, zolang sprake is van een zakelijk motief. Een aantal punten om op te letten.
Inkoop en de fiscus

1. Kosten
U bent in principe vrij om te bepalen welke kosten u maakt en hoeveel. Uw aktetas bijvoorbeeld is voor 100% aftrekbaar. De Belastingdienst velt geen oordeel over uw ondernemingsbeleid.

Sommige uitgaven worden aangemerkt als zogenoemde gemengde kosten, omdat in de ogen van de fiscus deels sprake is van privé-voordeel. Deze zijn daarom slechts beperkt aftrekbaar. Te denken valt aan voedsel, drank, representatiekosten, zoals recepties en bedrijfsfeesten, en seminars en congressen. Op de site van de Belastingdienst vindt u een overzicht per kostensoort.

2. Drempel gemengde kosten
Voor gemengde kosten hebt u de keuze tussen twee regelingen:

1. U hanteert een drempel van € 4.300,-. Het bedrag aan kosten dat boven deze drempel uitkomt mag u volledig aftrekken.
2. U kiest ervoor om over het totaalbedrag 73,5% van de kosten af te trekken.

3. Inkoop en investeringen
Goederen die u inkoopt en weer wilt gaan verkopen, eventueel na bewerking, en goederen die u aanschaft voor intern gebruik, zoals kantoorartikelen, worden beschouwd als inkopen. Van investeringen is sprake als u bedrijfsmiddelen aanschaft die over een langere periode worden gebruikt. Denk bijvoorbeeld
aan machines, computers, gereedschap en inventaris, maar ook aan de bedrijfsauto.

4. Afschrijvingen
Bedrijfsmiddelen met een waarde van € 450,- of lager mag u in één keer ten laste van het bedrijfsresultaat brengen. Bedrijfsmiddelen boven deze grens moet u in delen afschrijven.

Elk jaar komt een (vast) percentage ten laste van het resultaat. Het maximale bedrag dat u mag afschrijven berekent u aan de hand van de volgende gegevens: de aanschafkosten, de restwaarde en de vermoedelijke gebruiksduur. Bij de aanschafkosten telt u de installatiekosten op bij de aanschafprijs. Voor het vaststellen van de vermoedelijke bedrijfsduur hanteert u in principe de technische levensduur. U mag van de economische levensduur uitgaan, wanneer deze korter is. De economische levensduur wordt bepaald door het nut voor de
onderneming.

U bent in een aantal gevallen niet vrij in de keuze in hoeveel jaar u een bedrijfsmiddel afschrijft. Zo hanteert de fiscus voor computers en randapparatuur een afschrijvingstermijn van vijf jaar en een restwaarde van 10%. Voor het berekenen van de afschrijving trekt u eerst de restwaarde af van de aanschafprijs. Over het bedrag dat resteert, mag u dus jaarlijks maximaal 20% afschrijven.

Meer in Afschrijvingen: wat komt er allemaal bij kijken? »

5. Versneld afschrijven
Als startende ondernemer mag u versneld afschrijven dankzij de willekeurige afschrijving voor starters. U bepaalt zelf welk deel van het bedrijfsmiddel u in een boekjaar afschrijft. Het is dus mogelijk om in één keer direct tot aan de restwaarde af te schrijven. Een van de maatregelen in het kader van de kredietcrisis was de tijdelijke regeling versnelde afschrijving op investeringen. Deze geldt ook nog in 2011. Hierdoor kan een groot aantal bedrijfsmiddelen in twee jaar volledig worden afgeschreven.

6. Investeringsaftrek
Wanneer u in een boekjaar meer dan € 2.200 in bedrijfsmiddelen investeert, komt u in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Sinds 2010 komen ook zeer zuinige auto's in aanmerking voor deze regeling. De aftrek is getrapt en bedraagt maximaal 28% van het investeringsbedrag. Wanneer in een jaar tijd meer dan € 301.800 wordt geïnvesteerd, dan bedraagt de aftrek 0%. Naast de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek is er een speciale regeling voor energiezuinige en milieuvriendelijke investeringen.

7. Energie-investeringsaftrek (EIA)
Duurzaamheid is in. En energiekosten stijgen alleen maar. Investeren in zuinige bedrijfsmiddelen loont niet alleen daarom al. Het is ook fiscaal aantrekkelijk, dankzij de Energieinvesteringsaftrek.

Dubbel voordeel kortom: bovenop de gebruikelijke afschrijving mag u 41,5% van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst. Om voor de regeling in aanmerking te komen, moet het nieuwe bedrijfsmiddel voldoen aan de energieprestatie-eisen van de Energielijst. Deze is te vinden op de site van Agentschap NL. Om in aanmerking te komen voor de regeling, dient u de investering te melden aan het Bureau Investeringsregelingen en willekeurige afschrijving (bureau IRWA), Postbus 3338, 4800 DH Breda. Dit kan met het formulier Melding/Verzoek om verklaring Energie-investeringsaftrek. Dit kunt u downloaden op de site van de Belastingdienst.

Meer in De investeringsaftrek »

8. Milieu-investeringsaftrek/Willekeurige afschrijving (Mia/Vamil)
Wat geldt voor energiezuinige apparatuur en bedrijfsmiddelen, geldt ook voor nieuwe bedrijfsmiddelen die het milieu sparen, maar ook voor veiligheidsvoorzieningen. Daarbij geldt een extra aftrek bovenop de gebruikelijke afschrijving van 36% van de investeringskosten. De regeling is niet alleen interessant voor ondernemers in de agrarische sector, maar ook voor ondernemers die investeren in duurzame gebouwen, duurzaam vervoer of duurzame recreatie. Om voor de Mia/Vamil in aanmerking te komen, dient het bedrijfsmiddel op de Milieulijst te staan. Deze is te vinden op de site van Agentschap NL. Op de site van de Belastingdienst kunt u het formulier Melding/Verzoek om verklaring Milieu-investeringsaftrek/Willekeurige afschrijving downloaden.

9. Herinvesteringsreserve en egalisatiereserve
Wanneer u een bedrijfsmiddel heeft verkocht, maar niet meteen een ander bedrijfsmiddel heeft aangeschaft, kunt u de opbrengst van de verkoop reserveren voor de herinvestering. De belastingheffing over de boekwinst wordt hierdoor uitgesteld. Voor sommige periodieke kosten, zoals het groot onderhoud aan het bedrijfspand, mag u een egalisatiereserve aanleggen.

10. Vooraftrek btw
Over de goederen en diensten die u inkoopt, brengt uw leverancier btw in rekening. Als btw-plichtig ondernemer kunt u deze door uw leveranciers in rekening gebrachte btw in aftrek brengen bij de btw-aangifte. Voorwaarde is dat op de bon of factuur de btw én de bedrijfsnaam duidelijk staan vermeld. De btw over zakendiners mag u niet als vooraftrek in mindering brengen. Dit zijn echter wel zakelijke kosten.

Wanneer u zowel omzet hebt waarover u btw moet betalen als omzet die is vrijgesteld, dan mag u alleen de btw aftrekken over de uitgaven die u maakt voor de belaste omzet. De uiteindelijke vooraftrek berekent u als volgt:

- de btw over goederen en diensten die u alleen gebruikt voor belaste omzet is volledig aftrekbaar;
- de btw over goederen en diensten die u alleen gebruikt voor vrijgestelde omzet is niet aftrekbaar;
- over de goederen en diensten die u gebruikt voor zowel belaste als vrijgestelde omzet is de btw gedeeltelijk aftrekbaar. U mag alleen de btw aftrekken over het percentage van de belaste omzet ten opzichte van de totale omzet.

Voorbeeld
U heeft belaste en vrijgestelde omzet. In het aangiftetijdvak is door leveranciers voor € 1.000 aan btw bij u in rekening gebracht. U heeft in het betreffende tijdvak een omzet gedraaid van € 500.000. Hiervan is € 400.000 belast met btw en € 100.000 vrijgesteld. De verhouding tussen belaste en totale omzet is dus € 400.000 / € 500.000 = 4/5. Dit betekent dat u 4/5de deel van de betaalde btw (€ 1.000) kunt aftrekken als voorbelasting: dit is € 800.

11. Margeregeling
Koopt u in van een particulier, dan wordt geen btw in rekening gebracht, maar heeft u te maken met de zogenoemde margeregeling. U berekent dan niet over de omzet btw, maar over het verschil tussen de verkoopprijs en inkoopprijs, de winstmarge. Hierover moet u btw betalen. Stel: u koopt voor € 50 een tweedehandsfiets van een particulier. Deze knapt u op en verkoopt u voor € 150. In dat geval berekent u btw over de winstmarge (= € 100 x 19% = € 19).

Meer in Btw-margeregeling »

12. Btw-aftrek buitenlandse leveranciers
Wanneer u goederen koopt van een leverancier uit een ander EU-land, dan moet u de btw wel opvoeren bij de btw-aangifte, maar betaalt desondanks niks. Dat werkt als volgt: bij vraag 4b 'prestaties vanuit het buitenland aan u verricht' voert u de omzet op. Tegelijkertijd trekt u de btw weer af als voorbelasting, als u de goederen heeft gebruikt voor belaste omzet.

Wanneer u in het buitenland btw heeft betaald – bijvoorbeeld voor de overnachtingen tijdens een zakenreis of voor handelssamples – dan kunt u deze btw via de Nederlandse belastingdienst terugvragen uit het EU-land. Dit kan via de site van de Belastingdienst. U kunt het dus niet aftrekken als voorbelasting
bij uw Nederlandse btw-aangifte. Bij leveringen vanuit landen van buiten de Europese Unie moet u zelf de btw terugvragen via het betreffende land.

13. Suppletie omzetbelasting
Wanneer aan het eind van het jaar blijkt dat u – berekend over de vier kwartaalaangiften – te veel of te weinig omzetbelasting heeft betaald, dan kunt u de eerder ingediende aangiften corrigeren door middel van een 'suppletie'. U kunt een verzoek doen om het te veel betaalde terug te krijgen. Heeft u te weinig betaald, dan krijgt u een naheffing, maar geen boete.

Meer in Suppletie: als u te veel of te weinig btw hebt betaald »

Ga nu naar je mailbox

Je ontvangt een e-mailbericht met instructies om je registratie te bevestigen. Zonder de bevestiging wordt je registratie niet verwerkt.

Ook praktische tips in je mailbox?

Denk na over de toekomst van je bedrijf. Schrijf je in voor onze gratis nieuwsbrieven!

1
0

De Zaak website maakt gebruik van cookies.

We zijn verplicht om je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

/disclaimer
Meer informatie
Ja, ik geef toestemming