Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on google
Geen btw afdragen levert niet altijd boete op

Geen btw afdragen levert niet altijd boete op

24 oktober 2011
De btw die u in rekening brengt, moet u tijdig afdragen. Doet u dit niet, dan volgt er al snel een naheffingsaanslag, mét een boete. Maar niet altijd.

De btw die u bij uw klanten in rekening brengt, moet u tijdig aan de schatkist afdragen. Doet u dit niet, dan volgt er al snel een naheffingsaanslag, mét een boete.

Als u echter twijfelt over de vraag of u wel btw verschuldigd bent, kunt u zich daarover laten informeren door uw belastingadviseur. Weet die het ook niet, dan kan die de zaak voorleggen aan de bevoegde belastinginspecteur. Het kán zijn dat dan een naheffing volgt voor de omzetbelasting, maar u hoeft niet altijd ook een boete te betalen. Dat blijkt uit onderstaand voorbeeld.

‘Aan het Werk’, een samenwerkingsverband van arbeidsdeskundigen en medisch instellingen, startte in maart 2001 een arbeidskundig adviesbureau. De werkzaamheden bestonden voor een groot deel uit het stellen van diagnoses; op medisch, psychisch en arbeidskundig terrein. Onduidelijk was of voor die werkzaamheden de btw-vrijstelling voor medische dienstverlening van toepassing was.

De belastingadviseur van het adviesbureau legde die vraag voor aan de bevoegde inspecteur. ‘Aan het Werk’ declareerde de werkzaamheden voorlopig – in afwachting van de beslissing van de inspecteur –  mét btw aan zijn afnemers, maar droeg die btw niet af aan de fiscus. Wel werden aangiften omzetbelasting gedaan, met een af te dragen bedrag van nihil; in de aangiften werd géén aftrek van voorbelasting geclaimd.

In januari 2002 deelde de inspecteur mee dat de btw-vrijstelling niet van toepassing was op de volledige dienstverlening van ‘Aan het Werk’. Afgesproken werd dat het adviesbureau over 2001 en 2002 een gesplitste jaarrekening zou opmaken met een btw-belaste en een btw-vrijgestelde omzet. De belastingadviseur zou die splitsing en de toerekening van de btw-vooraftrek kritisch bezien en de afdracht van de per saldo verschuldigde btw begeleiden.

In maart 2003 werd de concept jaarrekening over 2002 afgerond. De belastingadviseur verzond die maand een memo naar de inspecteur, met daarin een toelichting op de eind 2002 op de balans opgevoerde schuld inzake de nog af te dragen btw.

In juli 2004, toen nog steeds geen afdracht had plaatsgevonden, legde de inspecteur een naheffingsaanslag op (tot een bedrag van € 119.972), met een boete van 25 procent. Volgens de inspecteur was het aan grove schuld van het adviesbureau te wijten dat de verschuldigde btw nog steeds niet was afgedragen. ‘Aan het Werk’ had zijn diensten mét btw gefactureerd, en dan verplicht de wet om die btw tijdig af te dragen, zelfs als later blijkt dat de btw niet verschuldigd is. Het uitstellen van die afdracht was verwijtbaar als grove schuld.

Rechtbank Haarlem was het daarmee eens en noemde de 25 procent boete ‘passend en geboden’. Het Hof Amsterdam bleek in hoger beroep echter veel milder. ‘Aan het Werk’ kon geen grove schuld worden verweten omdat er gegronde redenen waren om te betwijfelen of de verrichte diensten mét btw moesten worden gefactureerd. Bovendien was die vraag voorgelegd aan de Belastingdienst, en toen die was beantwoord, was de uitwerking van de met de inspecteur gemaakte afspraken overgelaten aan de adviseur.

Het vermelden van btw op de uitgereikte facturen zonder die btw op de aangifte te voldoen, vond het Hof onvoldoende reden om grove schuld aanwezig te achten. De boete werd daarom vernietigd.

Commentaar
De omzetbelasting hanteert een eenvoudig principe: gefactureerde btw is per definitie verschuldigd. De wet kent daarvoor een speciale vangnetbepaling: als een ondernemer – maar ook een particulier – op een door hem verstrekte factuur ‘op enigerlei wijze melding maakt van omzetbelasting, hij die omzetbelasting verschuldigd is’. Oók als later blijkt dat die belasting volgens de reguliere regels van de btw niet verschuldigd is. Op grond van deze regeling had de belanghebbende in deze procedure de door haar gefactureerde btw al lang moeten afdragen aan de schatkist. Dat zij dat niet gedaan heeft, vindt de Amsterdamse belastingrechter in de gegeven situatie terecht niet verwijtbaar. Daarmee blijft het principe van ‘gefactureerde omzetbelasting is verschuldigd’ in stand, maar bij gegronde twijfel aan die btw-afdracht moet een boete bij naheffing achterwege blijven.

 


 

Hans Zwagemaker is hoofdredacteur van BelastingBelangen, dat onder meer een digitale nieuwsbrief voor MKB-ondernemers uitgeeft. Hij is partner bij BDO CampsObers Accountants & Belastingadviseurs BV en spreekt regelmatig op fiscale congressen en seminars.

Voor meer informatie, zie: www.belastingbelangen.nl

Lees ook…

Boekhouder
De basisbeginselen van de btw
Belastingadviseur
Ultieme bespaartip: koop auto privé, maar boek ‘m zakelijk
Eindejaarstip DGA: auto van de zaak aan uzelf verkopen?

Lees ook…