Wat gebeurt er als je lijfrente vrijkomt?
Zodra je lijfrente de einddatum bereikt – bijvoorbeeld als je met pensioen gaat – komt je opgebouwde kapitaal vrij. De Belastingdienst stelt één duidelijke regel: dat geld moet worden gebruikt voor een lijfrente-uitkering. Oftewel, je zet je opgebouwde kapitaal om in maandelijkse of jaarlijkse uitkeringen.
Maar binnen die verplichting heb je wél keuzeruimte. Je bepaalt – binnen bepaalde grenzen – namelijk zelf wanneer je de uitkering laat ingaan en hoe je het geld laat renderen.
Meteen laten uitkeren of nog even wachten?
De eerste keuze: ga je meteen uitkeren of stel je het nog even uit?
Je mag de start van je lijfrente-uitkering uitstellen tot het eind van het kalenderjaar vijf jaar na het bereiken van je AOW-leeftijd. Dus als je in 2026 de AOW-leeftijd bereikt, dan moet de uitkering uiterlijk in december 2031 beginnen.
Uitstellen kan fiscaal aantrekkelijk zijn, want na je AOW-leeftijd betaal je minder belasting in de eerste schijf. Dat betekent: meer geld in je eigen zak. Tegelijk geeft het uitstel je de mogelijkheid om je geld langer te laten renderen.
Sparen of beleggen?
Daarna komt de volgende afweging: kies je voor (bank)sparen of wil je beleggen met je lijfrentekapitaal?
Nog niet iedereen weet dat doorbeleggen in de uitkeringsfase überhaupt kan. Terwijl dit juist interessant kan zijn in een tijd van lage rente. Je geld blijft dan aan het werk, en dankzij de langere looptijd kan dat duizenden euro’s extra opleveren.
Een rekenvoorbeeld:
Stel je hebt een bedrag van EUR 150.000 beschikbaar en je wilt dat in 12 jaar laten uitkeren. Bij de bank met de beste aanbieding ontvang je op dit moment een rente van 2,8%.
- Je ontvangt dan een (bruto) uitkering per maand van EUR 1.225.
Ga je beleggen en er wordt een gemiddeld (netto) rendement van 5% behaald, dan bedraagt je gemiddelde maandelijkse uitkering EUR 1.373.
- Over de gehele looptijd ontvang je dan ruim EUR 21.000 meer.
Beleggen met je uitkerende lijfrente
Het is (nog) niet mogelijk om zelf te beleggen met een uitkerende lijfrente, dus dit moet je uitbesteden aan een vermogensbeheerder
Het beheer van je uitkerende lijfrente wordt dus uitgevoerd door professionals. Deze vermogensbeheerders volgen de markten dagelijks en passen, als het goed is, de portefeuille aan waar nodig. Zo hoef jij er niet meer naar om te kijken. Maar net als overal is de ene vermogensbeheerder de ander niet. Het is dus belangrijk een aantal zaken goed uit te zoeken.
Hoe zit het bijvoorbeeld met de onafhankelijkheid van de beheerder. Sommige partijen werken maar met een beperkt aantal beleggingsfondsen. Dat kan de flexibiliteit beperken en het rendement drukken. Vraag dus goed door: hoe breed is het fondsenaanbod? Hoe actief wordt de portefeuille beheerd? En hoe vaak wordt er geherbalanceerd om het risicoprofiel op peil te houden?
Spreiding is key
Een goed opgebouwde beleggingsportefeuille draait om spreiding – over verschillende regio’s, sectoren en soorten beleggingen. Zo beperk je het risico dat één tegenvaller je hele rendement onderuit haalt. Een beheerder die daar structureel op let, zorgt ervoor dat je beleggingen in lijn blijven met jouw risicoprofiel en beleggingsdoelen.
Persoonlijk contact
Waar je ook op kunt letten is de bereikbaarheid van de beheerder. Is de beheerder alleen via een website en chatbox bereikbaar of kun je ze ook bellen? Krijg je dan een persoon aan de lijn? Of is wellicht een bezoek aan kantoor mogelijk?
Doorbeleggen kan slim zijn – maar past het bij je?
Doorbeleggen tijdens de uitkeringsfase is niet voor iedereen de beste optie. Als je zekerheid belangrijk vindt en geen risico wilt lopen, is banksparen een veilig alternatief. Maar wie een langere beleggingshorizon heeft en bereid is om wat meer schommelingen te accepteren, kan met doorbeleggen juist meer uit zijn lijfrente halen.
Het draait uiteindelijk om de balans tussen rust en rendement. En die is voor iedereen anders.
Wil je weten wat het verschil kan zijn tussen je lijfrente op rente zetten of ermee beleggen? Vraag nu een voorbeeldberekening aan.