Elektrische auto fiscaal steeds dichter bij de brandstofauto

Het fiscale speelveld voor elektrische auto’s wordt richting 2028 vrijwel gelijkgetrokken met dat van benzine- en dieselauto’s. De tijd van forse belastingvoordelen loopt ten einde – maar het jaar waarin je instapt, maakt nog altijd veel uit.

1. Bijtelling: bijzonder tarief loopt af, maar geleidelijk

De lage bijtelling was jarenlang het bekendste voordeel van elektrisch rijden. In 2019 was dat nog 4% (tot € 50.000 cataloguswaarde), in 2025 al 17% (tot € 30.000).

In het definitieve Belastingplan 2026 is besloten het bijzondere tarief niet in één keer af te schaffen, maar af te bouwen:

  • 2025: 17% tot € 30.000 (daarboven 22%)
  • 2026: 18% tot € 30.000 (daarboven 22%)
  • 2027: 20% tot € 30.000 (daarboven 22%)
  • Vanaf 2028: 22% over de volledige cataloguswaarde, net als bij benzine- en dieselauto’s


Het verlaagde percentage geldt dus alleen over de eerste € 30.000 van de cataloguswaarde; over het deel daarboven betaal je 22%.

Let op! Plug-in hybrides vallen niet onder dit verlaagde tarief. Zij kennen geen bijzonder EV-tarief en hebben de standaardbijtelling van 22%.

Tarief staat 60 maanden vast

Het bijtellingspercentage bij de eerste tenaamstelling blijft daarna 60 maanden (5 jaar) staan. Die termijn start op de eerste dag van de maand na de eerste toelating. Zet je een nieuwe elektrische auto in 2026 op kenteken, dan houd je dus 5 jaar lang 18% (tot € 30.000) – ook al loopt het tarief voor nieuwe auto’s daarna op naar 20% (2027) en 22% (2028). Hoe eerder je instapt, hoe langer je van een lager tarief profiteert.

Rekenvoorbeeld: wat scheelt het instapjaar?

Stel, je neemt een elektrische auto van de zaak met een cataloguswaarde van € 50.000. Dan pakt de bijtelling per jaar zo uit:

  • Registratie in 2026: 18% over de eerste € 30.000 (€ 5.400) + 22% over de resterende € 20.000 (€ 4.400) = € 9.800 per jaar bij je inkomen.
  • Registratie in 2028: 22% over de volledige € 50.000 = € 11.000 per jaar bij je inkomen.


Dat is een verschil van € 1.200 per jaar in de bijtelling. Wat je daar netto van merkt, hangt af van je belastingtarief. In het toptarief (49,5%) betaal je in 2026 zo’n € 4.851 per jaar (± € 404 per maand), tegenover € 5.445 per jaar (± € 454 per maand) bij een auto uit 2028. Dat scheelt ongeveer € 50 per maand, vijf jaar lang – en dankzij de 60-maandenregeling houd je dat lagere tarief vast, ook als het standaardtarief inmiddels 22% is.

Val je in het middentarief (37,56%), dan is het verschil kleiner: circa € 3.681 om € 4.132 per jaar, ofwel zo’n € 38 per maand.

Let op: dit gaat alleen om de bijtelling voor privégebruik. De mrb en bpm staan hier los van.

2. Motorrijtuigenbelasting: minder korting

Tot en met 2024 betaalden elektrische rijders geen motorrijtuigenbelasting (mrb, ook wel wegenbelasting). In 2025 werd die vrijstelling vervangen door een korting van 75% op het normale tarief.

In 2026 daalt die korting naar 30%. Je betaalt dan 70% van het normale tarief. Omdat elektrische auto’s vaak zwaarder zijn (accupakket), kan dat bedrag flink oplopen. De korting van 30% blijft gelden tot en met 2028. In 2029 daalt die naar 25%, en vanaf 2030 verdwijnt de korting helemaal – dan betaal je ook met een elektrische personenauto het volledige tarief.

Let op! Voor elektrische bestelauto’s vervalt de korting al vanaf 2026 volledig. Je betaalt dan hetzelfde tarief als voor een bestelauto op brandstof.

Provinciale opcenten

Naast de mrb betaal je een provinciale toeslag: de provinciale opcenten. Deze extra belasting komt bovenop de hoofdsom van de mrb. Elke provincie bepaalt jaarlijks zelf het tarief, tot een wettelijk maximum. Wat je betaalt, hangt dus af van waar je woont.

3. Bpm: vaste voet omhoog

Kopers van een volledig elektrische auto betaalden voorheen geen aanschafbelasting (bpm). Die vrijstelling is in 2025 afgeschaft; sindsdien geldt een vaste voet. Die was € 667 in 2025 en is door de inflatiecorrectie gestegen naar € 687 in 2026.

Deze bpm is niet afhankelijk van gewicht, omvang of het soort motorvoertuig. Het bedrag wordt elk jaar met een inflatiecorrectie aangepast.

Een volledig elektrische bestelauto met 0-uitstoot blijft ook in 2026 vrijgesteld van bpm.

Wat betekent dit voor jou als ondernemer?

Voor ondernemers met een elektrische personenauto van de zaak loopt de bijtelling stapsgewijs op: van 17% (2025) via 18% (2026) en 20% (2027) naar 22% vanaf 2028. Ook de vaste lasten (mrb) en de aanschafbelasting (bpm) nemen toe. Doordat het tarief 60 maanden vaststaat, is het jaar van eerste tenaamstelling bepalend: instappen in 2026 of 2027 levert nog jaren een lager tarief op dan instappen vanaf 2028.

Praktische tips:

  • Bereken de meerkosten: kijk wat de nieuwe regels betekenen voor jouw maandlasten.
  • Overweeg het instapmoment: wie in 2026 of 2027 een auto op kenteken zet, legt een lager bijtellingstarief voor 5 jaar vast.
  • Houd rekening met doorberekening aan klanten: gebruik je elektrische voertuigen in je bedrijfsvoering (bijvoorbeeld in mobiliteitsdiensten), dan kunnen de hogere kosten je tarieven raken.


Zo pak je het slim aan

  • Check je huidige bijtellingstarief: rijd je al elektrisch? Dan geldt je huidige percentage nog tot het einde van de 60-maandenperiode.
  • Maak een kostenvergelijking: bereken wat je in jouw situatie aan bijtelling en mrb betaalt in 2026 en 2027.
  • Let op de bpm bij aanschaf: sinds 2025 geldt voor EV’s een vaste voet (€ 667 in 2025, € 687 in 2026).
  • Kies bewust je instapjaar: zet je de auto in 2026 op kenteken, dan profiteer je 5 jaar lang van 18% (tot € 30.000); in 2027 wordt dat 20%.