Wat is er sinds 2025 anders rondom zzp’ers inhuren?
Schijnzelfstandigheid, van moratorium naar handhaving
Sinds 2025 controleert de Belastingdienst weer op verkapte dienstverbanden, en de wetgeving eromheen schuift nog. Dit is de stand van dat dossier.
Het handhavingsmoratorium eindigt
Tot dan gaf de Belastingdienst eerst aanwijzingen en corrigeerde zij alleen bij kwaadwillendheid. Sindsdien gelden de normale regels: stelt zij schijnzelfstandigheid vast, dan volgen direct een correctieverplichting en een naheffingsaanslag loonheffingen.
Kabinet verlengt de zachte landing voor een deel
Ook in 2026 geen verzuimboetes, en een controle begint in beginsel met een bedrijfsbezoek. Vergrijpboetes kunnen wel weer. Vanaf 1 januari 2027 vervalt ook de rest van de zachte landing.
Kamerbrief gedeeltelijke verlenging zachte landing, 19 december 2025
Vergrijpboetes kunnen weer worden opgelegd
In 2025 legde de Belastingdienst nog geen verzuim- en vergrijpboetes op. Sinds 2026 kan een vergrijpboete wel, dus bij opzet of grove schuld. Verzuimboetes blijven ook in 2026 achterwege.
Het verduidelijkingsdeel gaat uit het wetsvoorstel Vbar
Met een nota van wijziging schrapt het kabinet het deel dat zou vastleggen wanneer iemand in dienst van een ander werkt. Wat overblijft is het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief; de verduidelijking zelf moet later terugkomen in een Zelfstandigenwet.
Tweede Kamer neemt het rechtsvermoeden aan
Werkt een zzp’er onder het uurtarief uit de wet, dan kan hij zich op een arbeidsovereenkomst beroepen en moet de opdrachtgever aantonen dat daar geen sprake van is.
Eerste Kamer neemt het rechtsvermoeden aan
Alleen FVD stemde tegen. De wet is op 29 juni 2026 in het Staatsblad gepubliceerd (Stb. 2026, 158) en voegt artikel 7:610aa toe aan het Burgerlijk Wetboek.
Ingangsdatum vastgesteld: 31 december 2026
Het inwerkingtredingsbesluit staat in het Staatsblad (Stb. 2026, 207). De datum wijkt af van de vaste verandermomenten omdat Nederland de wet vóór 1 januari 2027 in werking moet hebben voor het Herstel- en Veerkrachtplan van de EU.
Internetconsultatie Zelfstandigenwet opent
Het kabinet legt het voorstel met de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets voor.
Rijksoverheid, Zelfstandigenwet in internetconsultatie, 1 oktober 2026
Internetconsultatie Zelfstandigenwet gesloten
De termijn om te reageren is verstreken. Het kabinet kan de reacties nu verwerken.
Gepland
Het rechtsvermoeden treedt in werking
Vanaf die dag kan een zzp’er die onder het uurtarief werkt zich op een arbeidsovereenkomst beroepen, en moet de opdrachtgever aantonen dat daar geen sprake van is.
Gepland
De zachte landing is voorbij
De Belastingdienst kan weer verzuimboetes opleggen, en een controle begint niet meer standaard met een bedrijfsbezoek. Naheffen blijft mogelijk tot 1 januari 2025, bij kwaadwillendheid tot vijf jaar terug.
Kamerbrief gedeeltelijke verlenging zachte landing, 19 december 2025
Verwacht
Beoogde start Zelfstandigenwet
Het kabinet wil de Zelfstandigenwet op deze dag laten ingaan. Na de gesloten consultatie moeten de Raad van State, de Tweede Kamer en de Eerste Kamer het voorstel nog behandelen.
Rijksoverheid, Zelfstandigenwet in internetconsultatie, 1 oktober 2026
De wettekst noemt een uurtarief van ten hoogste € 36 (artikel 7:610aa BW), dat net als het minimumloon wordt geïndexeerd. Het kabinet en de Eerste Kamer rekenen daardoor met € 38 op peildatum 1 januari 2026. Het bedrag dat op 31 december 2026 geldt, legt de minister van Werk en Participatie vast in een ministeriële regeling. De Zelfstandigenwet is nog een voorstel en januari 2028 is de datum waar het kabinet op mikt.
Bron: Belastingdienst, arbeidsrelaties en handhaving. Gecontroleerd op 4 november 2026.
Ten opzichte van 2025 is een groot verschil dat de Belastingdienst vanaf 2026 wel vergrijpboetes kan opleggen. Het kabinet geeft aan dit belangrijk te vinden, omdat deze boetes worden opgelegd in het geval van opzet of grove schuld. Bij verzuimboetes gaat het om maximaal € 6.709, bij vergrijpboetes bedraagt de boete 50 procent van de belasting die opzettelijk is verzwegen, bij grove schuld is dit 25 procent.
Een andere wijziging is dat de Belastingdienst bij het doen van een boekenonderzoek kan kiezen voor een onderzoek over een kalenderjaar of een recent aangiftetijdvak.
1. Eerst controle waar het echt misgaat, met een bedrijfsbezoek
De aankondiging dat de Belastingdienst per 1 januari 2026 strenger zou gaan controleren, zorgde voor onrust op de arbeidsmarkt. Onder druk verlengde het kabinet de ‘zachte landing’ voor een deel: ook in 2026 geen verzuimboetes en in beginsel eerst een bedrijfsbezoek. Vanaf 1 januari 2027 vervalt dat ook (Kamerbrief 19 december 2025). Ook voor 2026 geldt: ‘De uitvoerings- en handhavingsstrategie van de Belastingdienst is erop gericht dat burgers en bedrijven bereid zijn uit zichzelf fiscale regels na te leven, zonder dwingende en kostbare acties van de Belastingdienst.’
Wat betekent dit voor jouw organisatie?
De controle richt zich primair op situaties waar het echt misgaat, zoals gedwongen zelfstandigheid, onderbetaling van werknemers en schijnconstructies met arbeidsmigranten.
Inspecteurs voeren bedrijfsbezoeken uit en gaan in gesprek met de werkgever. Het doel is om inzicht te krijgen in de inzet van zelfstandigen en te signaleren of er sprake is van schijnzelfstandigheid. Als dat zo is, kan de Belastingdienst direct loonheffingen naheffen. Een waarschuwing vooraf (een aanwijzing) geeft hij sinds 2025 niet meer.
Met deze aanpak probeert de Belastingdienst bedrijven te ondersteunen bij het naleven van de regels, terwijl ze tegelijk toezien op situaties met mogelijke risico’s.
2. De Belastingdienst gebruikt data-analyse
De Belastingdienst zet data-analyse in om sectoren en situaties te identificeren waar schijnzelfstandigheid het meest voorkomt. Op basis van deze analyses selecteren ze organisaties die mogelijk met schijnconstructies werken.
3. Naheffingen en, sinds 2026, vergrijpboetes
In 2025 legde de Belastingdienst bij controle nog geen boetes op, geen verzuimboetes voor kleine fouten en geen vergrijpboetes voor ernstige overtredingen. In 2026 kan een vergrijpboete wel weer, bij opzet of grove schuld. Verzuimboetes kunnen pas weer vanaf 1 januari 2027. Fouten uit het verleden (voor 1 januari 2025) worden alleen aangepakt als er sprake is van bewuste kwaadwillendheid van de werkgever. Dan kan de Belastingdienst tot 5 jaar terug naheffen (Belastingdienst).
Maar let op: geen verzuimboete betekent niet dat je geen risico loopt. De Belastingdienst kan wel naheffingen opleggen. Een naheffing krijg je als blijkt dat jouw organisatie onvoldoende belastingen of premies heeft afgedragen. De bedragen kunnen flink oplopen en zijn vaak een groter financieel risico dan boetes.
4. De focus ligt op opdrachtgevers
Loop je risico bij deze zzp-inhuur?
Vier vragen langs het afwegingskader van de Belastingdienst. Ze wijzen een richting aan, geen oordeel: de dienst weegt altijd alle omstandigheden samen.
Stap 1 van 4
Wie bepaalt hóé het werk gedaan wordt?
De mogelijkheid tot werkgeversgezag is het eerste van de drie kenmerken van loondienst. Het gaat om de praktijk, niet om wat er in het contract staat.
Stap 2 van 4
Doet de zzp’er hetzelfde werk als je eigen personeel?
De rechter kijkt naar de mate waarin zowel het werk als de persoon onderdeel zijn van je organisatie: dezelfde taken, hetzelfde rooster, dezelfde werkoverleggen.
Stap 3 van 4
Mag hij zich zonder jouw toestemming laten vervangen?
De verplichting het werk persoonlijk te doen is het tweede kenmerk van loondienst. Staat vrije vervanging wel in het contract maar gebeurt het in de praktijk nooit, dan telt de praktijk.
Stap 4 van 4
Loopt de zzp’er bij deze opdracht echt ondernemersrisico?
Denk aan: hij bepaalt zijn eigen tarief, werkt met eigen materiaal, herstelt fouten in eigen tijd, wordt niet doorbetaald bij ziekte en heeft meer opdrachtgevers.
Dit wijst sterk op loondienst
Stuur je op de manier waarop en de tijden waarop gewerkt wordt, dan is dat werkgeversgezag. Een overeenkomst van opdracht verandert daar niets aan: de Belastingdienst kijkt naar hoe er feitelijk gewerkt wordt en kan de relatie als dienstbetrekking aanmerken.
Dit wijst op werken buiten loondienst
Een afgebakende opdracht, eigen regie en vrije vervanging wijzen alle drie weg van een dienstbetrekking. Leg vast hoe je werkt en houd het zo, want de beoordeling gaat over de praktijk en die schuift ongemerkt.
Grijs gebied: leg vast waaróm dit geen loondienst is
Het commerciële risico en het ondernemersgedrag trekken de andere kant op dan de aansturing of de inbedding. Dat kan standhouden, maar dan moet je het kunnen laten zien: het tarief, de eigen middelen, de andere opdrachtgevers en de aansprakelijkheid bij klachten. Zet dat op papier vóórdat er een bedrijfsbezoek komt.
Verhoogd risico op een correctie en een naheffing
Vast werk in jouw organisatie, geen vrije vervanging en geen eigen risico: dat is het profiel waar de handhaving op zoekt. Sinds 2025 kan de Belastingdienst direct een correctieverplichting en een naheffingsaanslag loonheffingen opleggen. Pas de samenwerking aan of neem de zzp’er in dienst.
De Belastingdienst beoordeelt nooit één kenmerk los: alle feiten en omstandigheden wegen in samenhang, en dezelfde klus kan bij de ene zzp’er wél en bij de andere niet buiten loondienst vallen. Deze boom geeft dus een richting en geen oordeel. Twijfel je, gebruik dan de webmodule beoordeling arbeidsrelatie of leg de arbeidsrelatie voor in vooroverleg met de Belastingdienst.
We tellen anoniem welke antwoorden gekozen worden, zonder cookie en zonder dat het aan jou te koppelen is. Bron: Belastingdienst, wanneer is er sprake van loondienst?. Gecontroleerd op 2 september 2026.
De Belastingdienst richt zich sinds 2025 bij de handhaving vooral op opdrachtgevers. Zij zijn primair verantwoordelijk voor het correct kwalificeren van arbeidsrelaties en het toepassen van loonheffingen. Werk je met zelfstandigen? Dan moet je kunnen bewijzen dat hun werk buiten de arbeidsrelatie van een dienstverband valt.
De Belastingdienst signaleert dat opdrachtgevers het risico van een (bewust) onjuiste kwalificatie van een arbeidsrelatie willen verschuiven naar een arbeidsbemiddelaar. In 2026 werkt de Belastingdienst verder aan meer inzicht in driehoeksrelaties tussen zzp’ers, opdrachtgevers en tussenpersonen.
Samen verantwoordelijk
Zzp’ers dragen ook een deel van de verantwoordelijkheid en lopen ook risico. Wanneer een zzp’er een schijnzelfstandige is, verliest hij of zij fiscale voordelen, zoals de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling (met alle gevolgen van dien voor de inkomstenbelasting). Deze voordelen moeten mogelijk met terugwerkende kracht worden terugbetaald.
Kortom: goede communicatie tussen opdrachtgever en zzp’er én het vastleggen van afspraken in het juiste contract is cruciaal.
5. De overheid helpt met tools en advies
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) erkent dat de regels ingewikkeld en soms lastig te interpreteren zijn. Het kwalificeren van arbeidsrelaties is een afweging van alle omstandigheden, en een situatie is vaak niet zwart-wit.
Daarom werkt de Belastingdienst samen met brancheorganisaties en fiscaal dienstverleners om werkgevers te ondersteunen. Ook zijn er online tools beschikbaar die helpen bepalen of een zzp’er als zelfstandige kan werken in plaats van als werknemer. Een voorbeeld van zo’n keuzehulp is de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie. Of de snelle check ZZP ja of nee. Hier hoort ook een document bij met vragen en antwoorden.
Meer over schijnzelfstandigheid
Op onze themapagina over schijnzelfstandigheid lees je aan welke eisen de arbeidsrelatie met je opdrachtnemers moet voldoen.
6. Modelovereenkomsten verdwijnen langzaam
Veel organisaties maakten jarenlang gebruik van door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomsten. Zolang je je daaraan hield, was er geen sprake van schijnconstructies. Maar de Belastingdienst is gestopt met het goedkeuren van nieuwe modelovereenkomsten. Lopende overeenkomsten blijven geldig tot eind 2029, zolang ze aan de vereisten voldoen. Ook als er een andere datum op staat.
Het is belangrijk dat je voor elke samenwerking met een zzp’er een overeenkomst van opdracht opstelt. Hierin leg je de afspraken en voorwaarden van de feitelijke samenwerking vast en beschrijf je hoe in de praktijk gewerkt wordt.
Praktische tips om problemen te voorkomen
Wil je problemen vermijden? Controleer dan of jouw arbeidsrelaties voldoen aan de regels en of je de juiste contractvorm gebruikt. Lees meer op onze themapagina over schijnzelfstandigheid en vraag zo nodig advies aan een specialist.
Zzp’er inhuren? Het merendeel van de opdrachten die nu door zelfstandigen worden uitgevoerd, kan ook in 2026 prima op die manier blijven bestaan. Let wel op de volgende punten:
- De opdracht heeft een duidelijk begin en einde.
- Een zzp’er voert de opdracht zelfstandig en zonder gezagsverhouding uit.
- Een zzp’er bepaalt zijn eigen tarieven en werkt met eigen bedrijfsmiddelen.
- Een zzp’er kan zich zonder restricties laten vervangen door een ander.
- Een zzp’er loopt ondernemersrisico, bijvoorbeeld bij klachten of bij de aansprakelijkheid.
Betaal je een zzp’er een laag uurtarief? Vanaf 31 december 2026 geldt een rechtsvermoeden van werknemerschap. In de wet staat € 36 per uur, het kabinet rekent met € 38 (peildatum 1 januari 2026). Beroept de zzp’er zich daarop, dan moet jij aantonen dat het geen arbeidsovereenkomst is (Staatsblad 2026, 158).





