Sinds 2025 wordt er weer gecontroleerd op het feit of een zzp’er echt als zelfstandig ondernemer werkt, of eigenlijk in een verkapt dienstverband bij een bedrijf. Hoe zat het ook alweer? Schijnzelfstandigheid: de stand van zaken in 2025.
Geen verzuimboetes, wel controles en naheffingen
Net als in 2025 krijgen opdrachtgevers en zzp’ers in 2026 geen verzuimboetes als achteraf blijkt dat een arbeidsrelatie feitelijk loondienst is. De Belastingdienst blijft wel handhaven. Bij een vermoeden van schijnzelfstandigheid volgt in principe eerst een bedrijfsbezoek. Dat bezoek is bedoeld om de arbeidsrelatie te beoordelen en uitleg te geven over de regels. In deze fase kan alleen een waarschuwing volgen.
De Belastingdienst kan in 2026 naheffingen opleggen voor arbeidsrelaties vanaf 1 januari 2025, zij het zonder verzuimboetes. Voor naheffingen loonbelasting is een boekenonderzoek nodig. Dat zwaardere middel blijft ook in 2026 mogelijk.
Handhaving in cijfers
Tot en met oktober 2025 rapporteerde het kabinet 842 bedrijfsbezoeken en 237 boekenonderzoeken op het gebied van arbeidsrelaties. Er wordt uitsluitend gerapporteerd over het aantal controles, niet over naheffingen of correctiebedragen.
Verlenging zachte landing
De verlenging van de zachte landing komt voort uit brede steun in de Tweede Kamer. In december 2025 zijn meerdere moties aangenomen waarin zorgen worden geuit over de gevolgen van strikte handhaving voor de arbeidsmarkt en voor zelfstandigen. Zolang nieuwe wetgeving ontbreekt, wil de Kamer ondernemers niet opzadelen met verzuimboetes.
Het demissionaire kabinet koos niet voor een volledige verlenging. Dat zou ‘een verkeerd signaal geven aan partijen die hun bedrijfsvoering al hebben aangepast en het momentum richting betere naleving ondermijnen’.
De zachte landing wordt gedeeltelijk verlengd. Concreet betekent dit:
- geen verzuimboetes in 2026
- handhaving start in beginsel met een bedrijfsbezoek
- deze onderdelen vervallen pas per 1 januari 2027
Wat verandert er wél in 2026?
Nieuw is dat in 2026 weer vergrijpboetes kunnen worden opgelegd bij opzet of grove schuld. Het kabinet vindt het onwenselijk dat bewust misbruik onbestraft blijft, mede met het oog op de belastingmoraal.
De Europese Commissie speelt daarbij ook een rol: effectieve handhaving blijft nodig om te voldoen aan afspraken uit het Herstel- en Veerkrachtplan.
Aangepast handhavingsplan arbeidsrelaties 2026
De wijzigingen zijn verwerkt in het handhavingsplan arbeidsrelaties 2026. In dit plan beschrijft de Belastingdienst hoe zij controles uitvoert, welke instrumenten worden ingezet en hoe wordt omgegaan met signalen van schijnzelfstandigheid in de praktijk.
Controle naar aanleiding van aangifte inkomstenbelasting
De focus ligt vooral bij opdrachtgevers, maar ook zelfstandigen kunnen worden gecontroleerd. Via steekproeven kan de Belastingdienst onderzoeken instellen bij zzp’ers, vaak gericht op de laatst openstaande aangifte inkomstenbelasting. Blijkt dan dat er geen sprake is van winst uit onderneming, dan kunnen ondernemersfaciliteiten zoals de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling worden gecorrigeerd.
Schijnzelfstandigheid voorkomen bij freelance opdrachten
Als je als zzp’er een freelanceopdracht aanneemt, is het belangrijk om samen afspraken met de opdrachtgever vast te leggen in een overeenkomst. Hoe zorg je als freelancer dat je niet wordt gezien als personeel in loondienst? Lees meer in ons artikel: Zorgeloos freelancen in 2026. Zo voorkom je als zzp’er schijnzelfstandigheid.
De lijn van het demissionair kabinet
In de voortgangsbrief van 10 december 2025 schetste het kabinet de bredere aanpak van arbeidsrelaties langs drie samenhangende lijnen:
- Een gelijker speelveld tussen werknemers en zelfstandigen, zodat verschillen in fiscale en sociale behandeling minder leiden tot oneigenlijke constructies.
- Meer duidelijkheid vooraf over wanneer sprake is van loondienst en wanneer van zelfstandig ondernemerschap, om onzekerheid en discussies achteraf te beperken.
- Effectievere handhaving, met een gerichtere inzet van controles en sancties waar dat nodig is.
De kern van deze aanpak is dat opdrachtgevers en zelfstandigen sneller moeten weten waar zij aan toe zijn en kunnen blijven ondernemen. Dat moet voorkomen dat pas jaren later naheffingen volgen of dat langdurige juridische procedures nodig zijn.
Wetsvoorstel Vbar: minder grijs gebied
Een belangrijk onderdeel van die duidelijkheid is het wetsvoorstel Vbar (Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden). Dit voorstel ligt sinds juli 2025 bij de Tweede Kamer.
De Vbar verankert twee hoofdelementen in de wet: werkinhoudelijke en organisatorische sturing en werken voor eigen rekening en risico.
Daarnaast introduceert het voorstel een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst, gekoppeld aan een uurtarief van € 36 als ondergrens.
In de praktijk betekent dit dat laagbetaalde zzp’ers sneller kunnen stellen dat zij feitelijk werknemer zijn. Voor opdrachtgevers neemt het risico toe als zij zelfstandigen inzetten in een setting die sterk lijkt op loondienst.
Zelfstandigenwet
Ook ligt er het initiatiefwetsvoorstel van VVD, D66, CDA en SGP: de Zelfstandigenwet. Dat voorstel heeft hetzelfde doel als Vbar: meer duidelijkheid en zekerheid bieden over het werken met en als zelfstandige.
Whitepaper Schijnzelfstandigheid
Lijn van het nieuwe kabinet
De fractievoorzitters van D66, VVD, CDA presenteerden op 30 januari 2026 het coalitieakkoord van het nieuwe kabinet. In ‘Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland’ (pdf) beschrijven de coalitiepartijen in 67 pagina’s hun plannen voor de komende regeerperiode.
Combinatie Vbar en Zelfstandigenwet
Om schijnzelfstandigheid tegen te gaan, worden het voorstel voor de Vbar en de Zelfstandigenwet gecombineerd. Uit de Vbar wordt het rechtsvermoeden van werknemerschap overgenomen: bij een uurtarief van € 36 of minder wordt juridisch ‘vermoed’ dat de zzp’er deze arbeid verricht volgens een arbeidsovereenkomst. De overige inhoud van het wetsvoorstel wordt vervangen door de Zelfstandigenwet met duidelijke criteria.
Vereniging ZZP Nederland positief
De Vereniging ZZP Nederland reageert ‘verheugd’ op deze plannen. De grootste belangenbehartiger voor zzp’ers in Nederland ziet dit als een belangrijke stap richting meer rust en duidelijkheid: “Het lijkt erop dat de zelfstandig ondernemer eindelijk op waarde wordt geschat. Dit is een wisseling van uitgangspunt, namelijk van werknemer tenzij, naar ondernemer tenzij”.
Meer houvast met ‘zzp ja of nee’
Om ondernemers meer duidelijkheid te geven, breidde het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de handleiding ‘zzp ja of nee’ uit. Die bevat 11 beknopte voorbeeldcasussen, onder meer uit de zorg, creatieve sector en particuliere beveiliging. Voor verdieping is er een apart document met uitgewerkte praktijkvoorbeelden waarin alle criteria uit het Deliveroo-arrest zijn meegenomen.
Belangrijk blijft dat deze voorbeelden richting geven, maar geen zekerheid bieden: elke arbeidsrelatie wordt individueel beoordeeld op basis van alle feiten en omstandigheden.
Nog steeds goed opletten
Kortom: 2026 is opnieuw een tussenjaar. Geen verzuimboetes, wel handhaving. Voor ondernemer en opdrachtnemer blijft het zaak om arbeidsrelaties kritisch tegen het licht te houden en niet te wachten tot nieuwe wetgeving duidelijkheid brengt.