Waarom dit nú belangrijk is

Werk je met zzp’ers of huur je regelmatig zelfstandigen in? Dan moet je scherp zijn op de regels rondom arbeidsrelaties. Per 1 januari 2025 kwam er een einde aan het zogeheten handhavingsmoratorium. De Belastingdienst controleert daardoor weer actief op schijnzelfstandigheid.

In 2025 werden nog geen boetes uitgedeeld, niet voor kleine fouten en niet voor ernstige overtredingen. In 2026 kan bij opzet of grove schuld wel een vergrijpboete volgen. Verzuimboetes voor kleine fouten kunnen vanaf 1 januari 2027 weer. De Belastingdienst kan wel naheffingen opleggen als blijkt dat jouw bedrijf onvoldoende belastingen of premies heeft afgedragen. De bedragen kunnen flink oplopen.

Lees ook: 6 dingen die je moet weten over de controle.

Wat is het Deliveroo-arrest en wat betekent dit?

De handhaving op schijnzelfstandigheid gaat op de schop en het juridische speelveld verschuift om oneerlijke concurrentie te voorkomen. Daarbij speelt rechtspraak met het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad van 24 maart 2023 een belangrijke rol.

In deze zaak werkte een groep maaltijdbezorgers op basis van een overeenkomst van opdracht. Toch oordeelde de hoogste rechter dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst, omdat de feitelijke uitvoering daar op wees. De conclusie: het gaat niet om wat er op papier staat, maar om hoe het werk in de praktijk wordt uitgevoerd.

Een zzp’er is géén zelfstandig ondernemer als:

  • jij bepaalt waar, wanneer en hoe hij of zij werkt;
  • hij of zij economisch afhankelijk is van jouw bedrijf;
  • hij of zij weinig tot geen vrijheid heeft in de uitvoering van zijn werkzaamheden.


Wet DBA en misverstanden over handhaving

De Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) verving in 2016 de VAR-verklaring. Die wet moest zorgen voor duidelijkheid over zelfstandigen, maar leidde in de praktijk tot verwarring en onduidelijkheid. Sindsdien werd er nauwelijks gehandhaafd op schijnzelfstandigheid, tenzij sprake was van opzettelijk misbruik.

Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volgens de normale regels. Stelt hij schijnzelfstandigheid vast, dan kan hij direct loonheffingen naheffen, terug tot 1 januari 2025. Hoe hij controleert, staat in het Handhavingsplan arbeidsrelaties, waarin de nadruk ligt op feitelijke beoordeling. De Belastingdienst kijkt dus niet puur naar contracten, maar naar hoe de arbeidsrelatie in werkelijkheid functioneert.

De praktijk is bepalend voor zzp’er

De Hoge Raad gaf in het Deliveroo-arrest duidelijk aan: niet de bedoelingen of contractvorm, maar de dagelijkse gang van zaken bepaalt of iemand werknemer is of zelfstandig. De Belastingdienst volgt dit uitgangspunt uit de rechtspraak. Daarom is het belangrijk om goed te kijken naar de manier waarop je een zzp’er inzet binnen je bedrijf.

Let op signalen als:

  • De werkzaamheden zijn structureel en maken deel uit van je kernactiviteiten.
  • De zzp’er werkt volgens jouw instructies of vaste procedures.
  • Jij bepaalt werktijden, werkwijze of locatie.
  • De opdrachtnemer loopt weinig of geen ondernemersrisico.


Als meerdere van deze elementen aanwezig zijn, is de kans groot dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties: 9 punten

Om ondernemers meer houvast te geven, publiceerde de Belastingdienst eind 2024 een toelichting met 9 beoordelingspunten. Samen vormen deze een afwegingskader waarmee wordt gekeken of sprake is van loondienst of zelfstandig ondernemerschap.

  1. Aard en duur van de werkzaamheden
  2. Wie bepaalt de inhoud van het werk en de werktijden?
  3. Mate van organisatorische inbedding in jouw bedrijf
  4. Is de opdrachtnemer verplicht het werk zelf uit te voeren?
  5. Hoe zijn de afspraken tot stand gekomen?
  6. Hoe is de beloning geregeld?
  7. Wat is de hoogte van de beloning?
  8. Draagt de opdrachtnemer commercieel risico?
  9. Gedraagt de opdrachtnemer zich als ondernemer?


Hulpmiddelen voor ondernemers

Om je te helpen bij het beoordelen van de arbeidsrelatie en de verduidelijking van schijnzelfstandigheid zijn er nuttige tools beschikbaar:

  • Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie
    Een online vragenlijst van het ministerie van Sociale Zaken die je inzicht geeft in de arbeidsrelatie. Let op: er wordt rekening gehouden met het wettelijk toetsingskader, maar de uitkomst is niet juridisch bindend.
  • Keuzehulp voor de juiste contractvormen
    De keuzehulp voorkomen van schijnconstructies van het ministerie van Sociale Zaken.


Geen nieuwe modelovereenkomsten meer

De modelovereenkomsten die de Belastingdienst eerder aanbood, boden schijnzekerheid. Want ook al heb je een goedgekeurde overeenkomst, als de praktijk anders is, val je alsnog door de mand. Sinds september 2024 beoordeelt de Belastingdienst geen nieuwe modellen meer. De bestaande overeenkomsten mogen nog tot eind 2029 worden gebruikt, maar zonder garantie. De uitvoering in de praktijk is en blijft doorslaggevend.

Nieuwe wetgeving: wetsvoorstel Vbar

Om het verschil tussen een werknemer en zzp’er duidelijker te maken, werkte de overheid aan een opvolger van de Wet DBA. Dit was de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). Volgens het oorspronkelijke wetsvoorstel was iemand in loondienst en dus werknemer als:

  • het werk onder inhoudelijke aansturing gebeurt;
  • de werkzaamheden organisatorisch zijn ingebed in jouw bedrijf;
  • en de zzp’er niet voor eigen rekening en risico werkt.


Is er sprake van duidelijke aansturing of inbedding, en weegt dat zwaarder dan ondernemersrisico? Dan zou het als loondienst gelden.

Dit deel van de Vbar gaat niet door. Het kabinet schrapte het in maart 2026.

Wetsvoorstel aangepast en vertraagd

Op het wetsvoorstel VBAR kwam veel kritiek en daarom werd het in 2025 aangepast: ondernemerschap bleef een volwaardig criterium, naast de vraag of iemand wordt aangestuurd in het werk en voor eigen risico werkt. Op 6 maart 2026 schrapte het kabinet het hele deel over de beoordeling van arbeidsrelaties.

Het rechtsvermoeden ging wel door. De Tweede Kamer stemde op 21 april 2026 in, de Eerste Kamer op 16 juni 2026. De wet gaat in op 31 december 2026. Werkt iemand voor jouw bedrijf tegen een laag uurtarief, dan wordt vermoed dat er een arbeidsovereenkomst is. In de wettekst staat € 36 per uur, het kabinet rekent met € 38 (peildatum 1 januari 2026). Beroept de werkende zich op het vermoeden, dan moet jij aantonen dat het geen loondienst is. Particuliere opdrachtgevers vallen erbuiten.

Tegenvoorstel uit Tweede Kamer: Zelfstandigenwet

Ook presenteerden 4 partijen een alternatief om schijnzelfstandigheid aan te pakken, de Zelfstandigenwet. Het wetsvoorstel is geïnspireerd op het Belgische model voor beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden en bestaat uit deze hoofdpunten:

Zelfstandigentoets: Toets of iemand buiten de opdracht als zelfstandige werkt. Belangrijke criteria: KvK- en btw-nummer, ondernemersrisico lopen, investeren in bedrijfsmiddelen, meerdere opdrachtgevers/opdrachten, zichtbaarheid op de markt, eigen arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioen.

Werkrelatietoets & sectorale risico’s
Beoordeelt of de opdracht zélf op zelfstandige basis kan worden uitgevoerd: vrijheid in werktijd en uitvoering, opdracht komt uit vrije wil, geen hiërarchische controle van opdrachtgever.

Sectoraal rechtsvermoeden: In risicosectoren (zoals bezorging zonder eigen voertuig) wordt sneller aangenomen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst – tenzij je dit weerlegt met de werkrelatietoets.

Toetsing & aansluiting bij bestaande rechtspraak

  • De wet wordt getoetst door een onafhankelijke commissie en sluit grotendeels aan bij de Deliveroo-uitspraak.
  • Commissie Beoordeling Toetsingskader Zelfstandigenwet oordeelt over zelfstandigheid.
  • Gezichtspunt ‘inbedding’ (zoals in wetsvoorstel VBAR) is bewust weggelaten vanwege onduidelijkheid.
  • Ruimte voor zzp’ers om werknemerswerk te doen, zolang zij echt zelfstandig werken.


Uit een enquête van Knab blijkt dat een groot aantal zzp’ers achter het alternatieve wetsvoorstel staat.

De Zelfstandigenwet van het kabinet

Het kabinet nam het idee over en maakte een eigen Zelfstandigenwet. Die ligt tot en met 29 oktober 2026 in internetconsultatie. Het kabinet mikt op januari 2028. Het is dus nog geen wet.

  • Zelfstandigentoets: een aparte zakelijke rekening, zelf factureren, een betalingstermijn, in het lopende en het vorige jaar samen minstens 3 opdrachtgevers of klanten, en elk jaar een bedrag aan voorzieningen tegen ondernemersrisico’s, zoals een AOV of pensioen. Hoe hoog dat bedrag wordt, staat nog niet vast.
  • Werkrelatietoets: jullie willen allebei geen arbeidsovereenkomst, de zzp’er bepaalt hoe, waar en wanneer hij werkt, en werkt voor eigen rekening en risico.

Haal je beide toetsen en werk je zo, dan kun je zeker als zelfstandige werken. Haal je ze niet, dan gelden de huidige regels uit het Deliveroo-arrest. Het sectorale rechtsvermoeden en de toetsingscommissie uit het initiatiefvoorstel zitten niet in de kabinetsversie.

Wat betekent dit voor jou?

Het risico van schijnzelfstandigheid is in 2026 groter dan ooit. Neem je arbeidsrelaties daarom serieus onder de loep. Twijfel je? Gebruik de webmodule, raadpleeg een juridisch adviseur of herzie je overeenkomsten. Want als de Belastingdienst langskomt, moet het kloppen. Houd De Zaak in de gaten voor updates en veranderingen in de wetgeving en handhaving.