24 oktober 2011
Een groot aantal goederen in diverse sectoren van de samenleving is vrijgesteld van btw.

Onroerende zaken

Leveren van onroerende zaken, uitgezonderd:

  • Leveren van een product voor, op, of uiterlijk 2 jaar na dat goed in gebruik te hebben genomen;
  • Andere leveringen, als de ondernemer die de levering verricht en degene aan wie wordt geleverd samen bij de inspecteur van Belastingen daartoe een verzoek hebben ingediend en ook voldoen aan bepaalde voorwaarden;

De verhuur (ook pacht) van onroerende zaken, uitgezonderd:

  • De verhuur van machines en bedrijfsinstallaties;
  • De verhuur binnen het kader van het hotel-, pension-, kamp-, en vakantiebestedingsbedrijf aan personen die daar slechts voor korte duur blijven;
  • De verhuur van parkeerruimte voor voertuigen en de verhuur van lig- en bergplaatsen voor vaartuigen;
  • De verhuur van safeloketten;
  • De verhuur van onroerende zaken – andere dan gebouwen en delen daarvan die als woning worden gebruikt – indien de verhuurder en huurder samen bij de inspecteur van Belastingen daartoe een verzoek hebben ingediend.

Cultuur, media, onderwijs en maatschappij

Diensten aan de jeugd en jeugdleiders door organisaties voor het algemeen jeugdwerk, als zodanig door de overheid erkend;

Diensten door organisaties, die zich de beoefening van sport of de bevordering daarvan ten doel stellen aan hun leden en daarmee geen winst beogen, uitgezonderd:

  • Het toegang verlenen tot wedstrijden, demonstraties e.d.;
  • Diensten door watersportorganisaties waarbij een of meer personen in dienstbetrekking zijn die werk verrichten met vaartuigen of met het ter beschikking stellen van lig- of bergplaatsen voor vaartuigen.

Leveringen en diensten van sociale en culturele aard zonder winstoogmerk en zonder ernstige verstoring van concurrentieverhoudingen;

Niet-commerciele activiteiten van openbare radio- en televisieorganisaties (lees: journalistieke activiteiten);

Het verstrekken van onderwijs door daartoe bestemde instellingen (zoals omschreven in de Wetten voor het onderwijs dat onderworpen is aan het Rijksschooltoezicht of aan een ander toezicht door of namens de minister van Onderwijs). Het betreft daarbij de volgende soorten onderwijs:

  • Beroepsopleidingen: algemeen vormend onderwijs, ontleend aan het uit openbare kassen bekostigd onderwijs (vrijgesteld volgens de regel hierboven), uitgezonderd het onderwijs dat een vrijetijdskarakter heeft, of dient om persoonlijke levenssfeer-vaardigheden te verwerven;
  • Muziekonderwijs aan personen jonger dan 21 jaar en bijles, tentamen-, en examentraining verstrekt binnen het kader van voornoemd onderwijs;
  • Voordrachten, lezingen e.d., mits tegen een vergoeding die in hoofdzaak strekt tot dekking van de kosten;
  • Diensten door componisten, schrijvers en journalisten;
  • Diensten (en daarmee nauw samenhangende leveringen) door werkgevers- en werknemersorganisaties en door organisaties van politieke, godsdienstige, vaderlandslievende, levensbeschouwelijke, of liefdadige aard aan hun leden tegen een statutair vastgestelde contributie zonder winstoogmerk;
  • Bepaalde diensten die door samenwerkingsverbanden verleend worden aan leden die vrijgestelde prestaties verrichten of prestaties waarvoor zij geen ondernemer zijn (sociale instellingen).

Gezondheid

  • Het verzorgen en verplegen van in een inrichting opgenomen personen en het verstrekken van spijzen en dranken, genees- en verbandmiddelen aan die personen zonder winstoogmerk;
  • De diensten door artsen, psychologen, logopedisten, verpleeg- en verloskundigen;
  • De diensten door beoefenaren van een paramedisch beroep waarvoor regels gelden op grond van de Wet op de paramedische beroepen (Staatsblad 1963 113); leveringen en diensten door tandartsen en tandtechnici; het vervoer van zieken of gewonden met ambulances;
  • De diensten door lijkbezorgers;
  • De levering van menselijke organen, menselijk bloed en moedermelk;
  • Leveringen en diensten van bijkomstige aard door ziekenhuis-inrichtingen – voorzover die leveringen en diensten het gevolg zijn van activiteiten ter verkrijging van financiele steun en op voorwaarde dat de ontvangsten voor de leveringen niet meer dan ? 125.000,- per jaar bedragen en voor de diensten niet meer dan ? 25.000,- per jaar.

Geld en verzekeringen

De volgende leveringen en diensten:

  • De handelingen waaronder bemiddeling in deviezen, bankbiljetten en munten die in een land de hoedanigheid van wettig betaalmiddel bezitten, uitgezonderd bankbiljetten en munten die gewoonlijk niet als wettig betaalmiddel worden gebruikt of een verzamelwaarde hebben;
  • De handelingen waaronder bemiddeling (uitgezonderd bewaring en beheer) in effecten en andere waardepapieren (uitgezonderd documenten die goederen vertegenwoordigen);
  • Het verlenen van en de bemiddeling in krediet;
  • De handelingen, waaronder bemiddeling in giro- en rekening-courantverkeer, deposito’s, betalingen, overboekingen, schuldvorderingen, cheques en andere handelspapieren, uitgezonderd de invordering van schulden;
  • Aangaan van en bemiddelen bij borgtochten en andere zekerheids- en garantieverbintenissen;
  • De verzekeringen en de diensten door tussenpersonen bij verzekeringen.

Diversen

  • Kansspelen in de zin van artikel 2 lid 1 van de Wet op de kansspelbelasting (Staatsblad 1961 313);
  • Diensten en daarmee gepaard gaande leveringenbedoeld in artikel 4 lid 1 en 2 van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen (Staatsblad 1988 52) – die worden verricht door de houder van de concessies als bedoeld in genoemde wetten of diens dochterbedrijven;
  • De levering van een roerende zaak die in het bedrijf van de ondernemer uitsluitend wordt gebruikt voor vrijgestelde prestaties of ter verbetering van uw maatschappelijk aanzien, of voor persoonlijk gebruik door uw personeel, als er bij levering van die zaak tenminste geen belastingaftrek heeft plaatsgehad.

Meer informatie vindt u op de site van de Belastingdienst.

Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Lees ook…