Pas op met vermogensverschuivingen in box 3 rond 1 januari: De Belastingdienst kijkt mee
De Belastingdienst waarschuwt voor zogenoemde peildatumarbitrage – het bewust verschuiven van vermogen vlak vóór of ná 1 januari om belasting te besparen in box 3. Omdat het rendement op spaargeld veel lager wordt belast dan op beleggingen of andere bezittingen, lijkt het aantrekkelijk om tijdelijk te schuiven en je geld even te parkeren op een spaarrekening. Maar wie dat puur doet om belasting te ontwijken, kan fiscaal worden teruggefloten.
Sinds 2024 geldt een arbitrageperiode van drie maanden voor en na (van 1 oktober tot en met 31 maart). Als je binnen die periode vermogen tijdelijk omzet – bijvoorbeeld door beleggingen kort voor 1 januari te verkopen en begin januari weer terug te kopen – kan de Belastingdienst die handelingen negeren. In dat geval word je alsnog belast alsof je die bezittingen nooit hebt verkocht. Alleen als er aantoonbare zakelijke redenen zijn (zoals het vrijmaken van liquiditeit of een geplande herinvestering), kun je aan die sanctie ontkomen.
De controle op peildatumarbitrage gebeurt handmatig en risicogericht. Je moet in je aangifte zelf aangeven of er sprake is van dergelijke transacties. Laat je dat veld leeg, dan kun je worden geselecteerd voor controle.
Advies van De Zaak: Verkoop of verschuif je vermogen rond de jaarwisseling? Documenteer goed waarom je dat doet. Noteer zakelijke overwegingen, facturen of offertes die je handelingen onderbouwen. Zo voorkom je dat je later box 3-belasting moet bijbetalen. En controleer direct of de tegenbewijsregeling voor jou gunstig is — daarmee kun je belasting betalen over je werkelijke rendement als dat lager uitvalt dan het forfait.
Vanaf 2028 kijkt de fiscus bij vastgoedbezit in box 3 niet alleen naar huurinkomsten, maar ook naar de waardestijging van het pand. In dit whitepaper lees je hoe dat precies werkt.
Nieuwsbrief Loonheffingen 2026: dit verandert er vanaf 1 januari
De Belastingdienst publiceerde de eerste editie van de Nieuwsbrief Loonheffingen 2026. Voor werkgevers is dit hét document om te weten welke regels per 1 januari veranderen rondom het inhouden en afdragen van loonheffingen. Er zijn meerdere aanpassingen die direct impact kunnen hebben op je loonkosten, vergoedingen en administratieve verplichtingen.
De komende maanden volgt nog een tweede editie, maar de belangrijkste wijzigingen zijn nu al bekend.
Belangrijkste wijzigingen op een rij
- RVU-vrijstelling en pseudo-eindheffing worden aangepast
De drempelvrijstelling voor de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) wordt bijgesteld. Ook het tarief van de pseudo-eindheffing verandert. Dit kan gevolgen hebben voor werkgevers die ouderen willen ondersteunen richting hun pensioen. - Aanpassing van de fietsregeling
De bijtelling voor deelfietsen die alleen gebruikt worden voor woon-werkverkeer vervalt helemaal. Het gaat om echte deelfietsen, zoals een ov-fiets of een hubfiets, die hooguit 10% van de tijd bij de werknemer thuis mag staan. De nieuwe regeling geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020. Staat een fiets van de zaak meer dan 10% thuis en is deze voor privé beschikbaar, dan blijft de bijtelling van 7% gelden.
- Versobering van de regeling voor extraterritoriale kosten
De 30%-regeling en vergoedingen voor buitenlandse werknemers worden verder beperkt. Dit kan de loonkosten voor internationale medewerkers verhogen en vereist mogelijk herziening van bestaande afspraken. - Wijzigingen in de loonkostenvoordelen (LKV’s)
Diverse LKV’s krijgen aangepaste voorwaarden of bedragen. Vooral voor werkgevers die personeel aannemen uit doelgroepen zoals oudere werknemers of arbeidsgehandicapten is het belangrijk om te checken of hun voordeel verandert.
De Belastingdienst publiceert in december een aparte bijlage met alle tarieven en bedragen voor 2026. Pas dan wordt definitief duidelijk wat er verandert in bijvoorbeeld premies werknemersverzekeringen of het maximumpremieloon.
Advies van De Zaak: Bekijk nu wat de wijzigingen betekenen voor jouw vergoedingen, mobiliteitsregeling en loonkostenplanning voor 2026. Vooral de aanpassingen in de fietsregeling, extraterritoriale kosten en LKV’s kunnen directe financiële impact hebben.
Ruim kwart zelfstandigen met belastingschuld: stijgende druk op ondernemers
Nieuwe cijfers van het CBS laten opnieuw zien hoe hard belastingschulden blijven drukken op ondernemers. In 2024 had 27% van de zzp’ers en 31% van de zelfstandigen met personeel (zmp’ers) een openstaande schuld bij de Belastingdienst. Dat is weliswaar iets minder dan een jaar eerder, maar de schuldbedragen zelf stijgen door – en stevig ook.
Schulden nemen af, maar bedragen lopen juist op
Tijdens corona verdubbelde het aantal zelfstandigen met een belastingschuld. Sindsdien daalt dat percentage langzaam, maar de hoogte van de schuld groeit door:
- Doorsnee belastingschuld zzp’er: € 1.900
- Doorsnee belastingschuld zmp’er: € 2.700
- Aandeel met > €10.000 schuld: 67.000 zzp’ers en 22.000 zmp’ers
In totaal stond begin 2024 bij zelfstandigen ruim € 5,5 miljard open bij de Belastingdienst. Dat is meer dan een verdubbeling ten opzichte van 2019 (2,4 miljard).
Met name bouwondernemers hebben het zwaar
In sommige sectoren is de situatie ronduit zorgelijk:
- 44% van de zzp’ers in de bouw heeft een belastingschuld
(2019: 24%) - Bij zmp’ers in de bouw groeide dit van 15% naar 34%
- In overheid/onderwijs/zorg heeft zelfs 40% van de zmp’ers een schuld
Zelfstandigen met belastingschuld hebben bovendien vaker een negatief vermogen dan collega’s zonder schuld. Onder zzp’ers gaat het om 22% (tegen 7% zonder schuld).
Wat betekent dit voor jou?
Belastingschulden ontstaan steeds vaker door hoge voorheffingen, stijgende belastingsrente en tijdelijke cashflowdips — zeker in sectoren met seizoenswerk of wisselende opdrachten. De Belastingdienst houdt bovendien scherper toezicht op betalingsregelingen en achterstanden sinds de coronaregelingen zijn afgebouwd.
Advies van De Zaak: Wacht niet tot de Belastingdienst zelf aan de bel trekt. Check nu jouw voorlopige aanslag 2025/2026, openstaande posten én lopende betalingsregelingen. Veel ondernemers kunnen hun schuld verlagen door hun voorschot bij te stellen, btw-betalingen beter te plannen of een realistischere urenprognose te gebruiken. Neem contact op met de Belastingdienst: er is vaak meer mogelijk dan ondernemers denken, maar meestal alleen als je er op tijd bij bent.
‘Pin only’ verdwijnt: ondernemers moeten vanaf 2027 weer contant geld accepteren
Het demissionaire kabinet zet een flinke streep door het beleid van steeds meer bedrijven: vanaf 2027 wordt contant geld accepteren wettelijk verplicht. De groei van ‘pin only’-locaties baart de overheid zorgen, omdat niet iedereen digitaal kan of wil betalen. Volgens minister Heinen (Financiën) en staatssecretaris Rutte (Justitie & Veiligheid) hoort contant geld bij een ‘inclusieve en veilige betaalinfrastructuur’ — en dus moet het overal bruikbaar blijven.
Waarom deze nieuwe verplichting?
Het gebruik van contant geld daalt al jaren, maar de overheid ziet het als een cruciaal betaalmiddel voor onder meer ouderen, mensen met schulden en consumenten die bewust niet digitaal betalen. Uit onderzoek van De Nederlandsche Bank blijkt dat 4,8% van de toonbankinstellingen in 2024 geen contant geld meer aannam, een duidelijke stijging ten opzichte van 2023. Vooral bioscopen, apotheken en parkeerlocaties stappen massaal over op pin only.
Maar niet overal verplicht
Ondernemers hoeven niet altijd contant geld aan te nemen. De acceptatieplicht krijgt een paar uitzonderingen:
- ’s Nachts tussen 22:00 en 06:00 uur (veiligheidsrisico’s)
- Straatverkopers en verkoop aan de deur
- Maaltijdbezorgers
- Openbaar vervoer
Voor vrijwel alle andere winkels, horecazaken en baliebedrijven gaat straks: contant geld hoort erbij.
Advies van De Zaak: Begin nu al met nadenken wat dit betekent voor jouw bedrijf. Praat met je accountant of bank, test een eenvoudige kasoplossing en kijk naar je personeel en veiligheidsmaatregelen. Als je de overgang slim hebt voorbereid, voorkom je dat 2027 je dwingt tot haastwerk, hogere kosten en stress.
Belangrijke data voor ondernemers
- 21 november: Dag van de Ondernemer
- 30 november: uiterste aangifte- en betaaldatum btw maand oktober 2025
- 2 december: laatste dag om aan te melden voor de KOR als die vanaf 1 januari 2026 moet ingaan
- 20 december t/m 4 januari 2026: kerstvakantie
- 25 en 26 december: eerste en tweede kerstdag
- 31 december: uiterste deponeringsdatum jaarrekening 2024
- 31 december: uiterste aangifte- en betaaldatum btw maand november 2025
- 31 december: peildatum rekening-courant maatregel