Wat is box 3 eigenlijk?

Box 3 draait om jouw privévermogen. Denk aan spaargeld, aandelen, crypto, vastgoed (niet je eigen huis), maar ook vorderingen of een tweede woning. Daarover draag je belasting af – zolang je vermogen boven het heffingsvrije bedrag uitkomt.

Als IB-ondernemer mag je een aparte spaarrekening aanhouden voor je onderneming. Denk bijvoorbeeld aan het reserveren van geld voor toekomstige investeringen of het opvangen van tegenvallers. Dit vermogen hoort bij je onderneming en valt dus niet in box 3. Daarmee voorkom je dat je zakelijke spaargeld wordt belast alsof het privévermogen is.

Let wel: het gaat om zakelijk gebruik. Zet je er structureel grote bedragen op met als enige doel om box 3-heffing te vermijden, dan kan de Belastingdienst dit zien als privé sparen. In dat geval loop je risico op correcties. De rente die je ontvangt op deze zakelijke spaarrekening telt gewoon mee als bedrijfsopbrengst en geef je aan in box 1, samen met je winst.

Voor bv’s geldt dat niet: het vermogen zit dan in de bv en telt niet mee bij jouw box 3.

Wat valt er in box 3?

  • Spaargeld
  • Beleggingen
  • Een tweede woning of verhuurd pand
  • Cryptomunten
  • Vorderingen en contant geld


Eigen woning niet

Let op: je eigen huis valt níét onder box 3, maar onder box 1 (eigenwoningforfait).

Wanneer wordt er belasting in box 3 geheven bij toepassing van het forfaitair rendement?

Je draagt alleen belasting af als je vermogen op 1 januari van het belastingjaar hoger is dan het heffingsvrije vermogen. In 2026 is dat:

  • € 59.357 per persoon
  • € 118.714 voor fiscale partners


Alles daarboven wordt belast.

Groene beleggingen

Voor groene beleggingen geldt nog een aparte vrijstelling van € 26.715 en voor fiscaal partners € 53.430. Maar na 2027 wordt dit voordeel bijna nul en in 2028 stopt het voordeel helemaal.

Hoeveel betaal je in box 3?

Heffingsvrij vermogen box 3

2026
JaarZonder fiscale partnerMet fiscale partner
2026€ 59.357€ 118.714
2025€ 57.684€ 115.368
2024€ 57.000€ 114.000

Alleen het vermogen boven het heffingsvrije deel telt mee voor het fictieve rendement; daarover betaal je 36% belasting. Geef je je werkelijke rendement door, dan geldt er geen heffingsvrij vermogen.

Bron: Belastingdienst, gecontroleerd op 2 september 2026

Belasting over je vermogen

2026

Wat je in box 3 betaalt over spaargeld, beleggingen en schulden.

Ook een tweede woning, een verhuurd pand of crypto.

Alleen het deel boven € 3.800 telt mee, of € 7.600 met een fiscale partner.

Fiscale partner
Box 3-belasting

€ 623

Over € 60.643 boven de vrijstelling, tegen 36%

Rendementsgrondslag€ 120.000
Gemiddeld rendementspercentage2,85%
Belastbaar voordeel€ 1.730

Rekent met de forfaitaire rendementen van 2026. Is je werkelijke rendement lager, dan mag je dat doorgeven en betaal je minder. Geen fiscaal advies.

Rekenen gebeurt in je browser; wat je invult versturen we niet. Deze rekentool op een eigen pagina

De Belastingdienst werkt sinds 2023 met een berekening waarbij gekeken wordt naar het soort vermogen. Er zijn drie verschillende fictieve rendementen.

Fictief rendement 2026 per vermogenstype:

  1. Banktegoeden/spaarrekening: 1,28% (voorlopig)
  2. Beleggingen en overige bezittingen: 6%
  3. Schulden: 2,70%


Je daadwerkelijke heffing is dan 36% over het berekende fictieve rendement. In de praktijk betaal je dus meer belasting over beleggingen dan over gespaard kapitaal.

Wat is het probleem met box 3?

Box 3 is al jaren onderwerp van discussie en lastige procedures. Niet alleen voor de Belastingdienst, maar ook voor ondernemers. De regels veranderen, de bedragen stijgen, en ineens draag je belasting af over geld dat je niet eens hebt verdiend.

Stelsel moet van de Hoge Raad veranderen

Lange tijd werd er belast op basis van een fictief rendement. Maar daar was bezwaar tegen en de Hoge Raad oordeelde: dat mag niet. Je mag geen belasting heffen over inkomen dat je niet hebt gehad. Dat heeft flinke gevolgen. Op last van de Hoge Raad moest de box 3 heffing worden aangepast.

Naar aanleiding daarvan is de Wet rechtsherstel box 3 (Herstelwet) in werking getreden: sinds 2023 wordt vermogen gesplitst in drie categorieën, elk met een eigen fictief rendement. Spaargeld bijvoorbeeld wordt minder zwaar belast dan beleggingen of vastgoed. Maar ook dat systeem bleek juridisch wankel.

Belangrijk: dit verandert er in het box 3 stelsel

Box 3, van Kerstarrest naar werkelijk rendement

Sinds eind 2021 ligt de heffing over vermogen bij de rechter en op de tekentafel tegelijk. Dit is de stand van dat dossier.

  1. Kerstarrest: heffen over rendement dat niemand haalde mag niet

    De Hoge Raad oordeelt dat de box 3-heffing in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens: spaarders werden belast over een rendement dat zij niet haalden.

  2. Wet rechtsherstel en Overbruggingswet treden in werking

    Sindsdien rekent box 3 met drie categorieën — spaargeld, overige bezittingen en schulden — elk met een eigen forfait. Bedoeld als tussenstap tot het nieuwe stelsel er is.

  3. Hoge Raad: ook het herstel schiet tekort

    Is je werkelijke rendement lager dan het forfait, dan is de heffing nog steeds in strijd met het EVRM. Dat geldt voor de Wet rechtsherstel én de Overbruggingswet.

  4. Nieuw stelsel uitgesteld naar 2028

    Het kabinet laat weten dat belasting over werkelijk rendement niet per 2027 haalbaar is. De nieuwe streefdatum wordt 1 januari 2028.

    Rijksoverheid, tijdlijn Wet werkelijk rendement box 3

  5. Wet tegenbewijsregeling box 3 in werking

    Kun je aantonen dat je werkelijke rendement lager was dan het forfait, dan betaal je over dat lagere bedrag. De Eerste Kamer stemde er op 8 juli 2025 mee in.

  6. Tweede Kamer neemt de Wet werkelijk rendement box 3 aan

    Het nieuwe stelsel belast als hoofdregel de vermogensaanwas; voor onroerend goed en aandelen in startende ondernemingen geldt een vermogenswinstbelasting bij verkoop.

    Rijksoverheid, tijdlijn Wet werkelijk rendement box 3

  7. Hoge Raad: geen herstel zonder bezwaar over 2017 tot en met 2020

    Wie over die jaren geen bezwaar maakte, krijgt niets terug. De tegenbewijsregeling blijft wel open voor de jaren daarna.

  8. Eerste Kamer debatteert, stemming uitgesteld

    De Eerste Kamer behandelt het wetsvoorstel plenair, maar stelt de stemming uit tot de aangekondigde novelles zijn behandeld. Het voorstel is dus nog geen wet.

    Eerste Kamer, wetsvoorstel 36748

  9. Gepland

    Beoogde invoering: belasting over je werkelijke rendement

    Vanaf dat moment tellen je echte inkomsten en waardeontwikkeling, en zijn kosten aftrekbaar. Tot die tijd blijven de forfaits van de Overbruggingswet gelden.

    Rijksoverheid, tijdlijn Wet werkelijk rendement box 3

De invoerdatum van 1 januari 2028 is een streefdatum: de Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel nog niet aangenomen. Reken je vermogen voor 2026 en 2027 dus nog met de forfaits van de Overbruggingswet.

Bron: Rijksoverheid, tijdlijn rechtsherstel box 3. Gecontroleerd op 2 september 2026.

Belasting terugvragen via de tegenbewijsregeling

Wie tussen 2017 en 2024 te veel aan de fiscus betaalde, kan daar alsnog iets aan doen. De tegenbewijsregeling maakt het mogelijk om werkelijk rendement aan te tonen. Is het werkelijke rendement lager dan wat de Belastingdienst rekende? Dan krijg je geld terug.

Hoe moet je werkelijk rendement doorgeven?

  • Met het formulier Opgaaf werkelijk rendement (OWR) beschikbaar via de Belastingdienst.
  • Je krijgt per belastingjaar een brief als je in aanmerking komt. Wacht dus op de brief voordat je het formulier invult.
  • Je moet het formulier indienen binnen 12 weken na ontvangst van de brief. Voor fiscale dienstverleners geldt een ruimere termijn van 24 weken.
  • Je vult in wat je écht hebt verdiend met je vermogen (dus rente, dividend, huur, enzovoort).
  • Komt het bedrag bij de berekening lager uit dan het fictieve rendement? Dan volgt een teruggave.
  • Let op: je betaalt nooit méér belasting als je werkelijke rendement uit die jaren hoger ligt.
  • Doen jij en je fiscale partner gezamenlijk aangifte? Dan mogen jullie samen óf apart kiezen voor de tegenbewijsregeling. De Belastingdienst kiest automatisch de meest gunstige uitkomst per persoon.


Wie maakt aanspraak op teruggave?

  • Iedereen met box 3-inkomen vanaf belastingjaar 2021.
  • Voor 2017– 2020 gelden extra voorwaarden, zoals een nog niet onherroepelijke aanslag op 24 december 2021 en tijdig bezwaar of verzoek tot vermindering.

Tip! De Belastingdienst maakte een lijst met heel veel vragen en antwoorden over de tegenbewijsregeling en het formulier Opgaaf werkelijk rendement. Twijfel je ergens over? Check dan eerst of het antwoord op deze pagina staat.


Het nieuwe box 3 stelsel in 2028: alleen werkelijk rendement

Het kabinet is bezig met een compleet nieuw stelsel dat per 2028 in werking moet treden. Maar of dit een vermogenswinstbelasting of een vermogensaanwasbelasting wordt, is op dit moment nog niet helemaal duidelijk (verschil wordt hieronder uitgelegd). Het kabinet wil zo snel mogelijk een vermogenswinstbelasting instellen.

Het bezwaar is dat dit ook meer administratie en onzekerheid met zich meebrengt. Rendementen kunnen flink schommelen, en je moet je volledige vermogensontwikkeling bijhouden.

Belangrijk: het heffingsvrije vermogen vervalt en wordt vervangen door een heffingvrij inkomen. De hoogte daarvan moet nog worden vastgesteld.

Wetsvoorstel werkelijk rendement box 3

Het nieuwe stelsel is vastgelegd in het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3. Deze wet werkt met twee verschillende manieren van belasten. Let op: het wetsvoorstel is nog niet door de Eerste Kamer aangenomen en er is veel kritiek op.

Vermogensaanwasbelasting als hoofdregel

Voor de meeste bezittingen geldt een vermogensaanwasbelasting. Dat betekent dat je elk jaar belasting betaalt over het rendement dat je in dat jaar daadwerkelijk behaalt. Denk aan de rente die je echt ontvangt op je spaarrekening. Dat jaarlijkse inkomen wordt direct meegenomen in de box 3-heffing.

Vermogenswinstbelasting als uitzondering

Voor onroerende zaken en voor aandelen of winstbewijzen in start-ups geldt een andere systematiek: de vermogenswinstbelasting. Daarbij betaal je pas belasting op het moment dat je de winst realiseert. Bijvoorbeeld als je een tweede woning verkoopt met winst. Zolang je niet verkoopt, wordt de waardestijging nog niet belast.

Wat kun je nu doen?

  • Check jaarlijks je vermogen op 1 januari.
  • Houd rekening met het heffingsvrije bedrag.
  • Je werkelijk rendement doorgeven aan de Belastingdienst sinds 2017 kan via het speciale formulier.
  • Verzamel documenten waarmee je het werkelijk rendement kunt aantonen.
  • Overweeg een andere rechtsvorm als je veel vermogen opbouwt.
  • Laat je tijdig adviseren, zeker als de regels veranderen.


Alternatieven voor belasting box 3

Je kunt een aantal dingen doen om je vermogen voor box 3 te verlagen:

  • Stort je vermogen in een lijfrente of bankspaarproduct. Dit valt in box 1 (en dus niet in box 3). Je kunt de premie onder voorwaarden aftrekken én je box 3-vermogen verlagen. Voor ondernemers met jaarruimte of reserveringsruimte is dit een slimme zet.
  • Privévermogen onderbrengen in een bv. Voor grotere vermogens kan een beleggings-bv of holding fiscaal aantrekkelijker zijn. Je betaalt dan vennootschapsbelasting en box 2-belasting, vaak voordeliger dan box 3.
  • Een agiostorting in een bv. Dit is een extra kapitaalstorting door aandeelhouders bovenop de nominale waarde van de aandelen. Dit extra bedrag wordt ook wel informeel kapitaal genoemd. Ook hier geldt dat het vermogen dan onder box 2 valt.