Aftrekposten voor ondernemers
Welke aftrekposten als ondernemer je kunt opvoeren in de aangifte inkomstenbelasting is afhankelijk van je situatie, hoeveel je werkt en hoe groot je onderneming is. Mocht je meer willen weten over hoe een aftrekpost in jouw situatie van toepassing is, laat deze dan altijd controleren door een belastingadviseur. Wil je een snel overzicht van jouw mogelijke aftrekposten en toelages als zzp’er? Start dan de gratis ZZP Aftrekpostenscan.
Bedrijfskosten
Je hebt altijd kosten die je moet maken om winst te creëren. En die mag je in de aangifte inkomstenbelasting aftrekken van de winst. Denk daarbij aan de aanschaf van een pc, zakelijke reiskosten, gereedschap, werkkleding, vakliteratuur of de huur van een bedrijfsruimte.
Autokosten
Autokosten vallen ook onder deze categorie. Of je een auto van de zaak neemt of niet is van invloed op welke kosten je kunt aftrekken.
Btw-aangifte
De btw (omzetbelasting) die bijvoorbeeld door een leverancier aan je berekend is, mag je aftrekken. Deze aftrekpost wordt in de btw-aangifte verrekend met de btw die je zelf verschuldigd bent aan de Belastingdienst. Ook hier geldt dat de aftrek alleen van toepassing is voor zakelijke kosten. Als je privé gebruik maakt van bedrijfsmiddelen moet je dit verrekenen.
Mkb-winstvrijstelling
In 2025 en 2026 bedraagt deze 12,7% en die mag je aftrekken van de winst die overblijft na de ondernemersaftrek. Je hoeft daar geen belasting over te betalen. Mooi meegenomen toch?
De Belastingdienst heeft voor de mkb winstvrijstelling behoorlijk wat regels opgesteld, dus check wel goed welke van toepassing zijn voor jou. Je mag alleen het zakelijk gebruik van middelen in mindering brengen in de aangifte inkomstenbelasting.
Let op!
Er is wel een klein addertje onder het gras: als je onderneming verlies maakt (negatieve winst), wordt dit percentage ook toegepast en pakt het nadelig voor je uit omdat de vrijstelling het fiscale verlies verkleint. De mkb-winstvrijstellingen wordt automatisch verrekend via de inkomstenbelasting.
Ondernemersaftrek
De ondernemersaftrek bestaat uit verschillende posten, die je zelf moet aangeven in de aangifte inkomstenbelasting. Hier is wel een belangrijke voorwaarde: je hebt in een jaar minimaal 1225 uur aan je onderneming besteed, het zogenoemde urencriterium.
Zelfstandigenaftrek
De zelfstandigenaftrek is een vast bedrag dat je van de winst mag aftrekken. De overheid is deze aftrekpost langzaam aan het afbouwen. Ben je ondernemer, voldoe je aan het urencriterium en heb je aan het begin van het kalenderjaar de AOW-leeftijd nog niet bereikt? Dan is de zelfstandigenaftrek in 2026 een bedrag van € 1200 (€ 2470 in 2025). Voor deze aftrekpost geldt een tariefcorrectie, waardoor je deze kosten kunt aftrekken tegen een tarief van maximaal 37,56% in 2026 (37,48% in 2025).
Minder belasting
Hoewel deze aftrekpost omlaag gaat word je als zelfstandige tegemoetgekomen in hogere heffingskortingen en een lager basistarief in de inkomstenbelasting. Hoe dan ook: je gaat hierdoor minder belasting betalen.
Startersaftrek
Deze aftrekpost van € 2.123 mag je bij de zelfstandigenaftrek optellen als je voldoet aan de extra voorwaarde: je zit nog in de eerste 5 jaar van je onderneming en hebt het nog niet 3 keer toegepast. Zo stimuleert de overheid het ondernemerschap in Nederland.
Er geldt ook een startersaftrek als je vanuit gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid of zwangerschap een onderneming begint. Er geldt dan ook een urencriterium, alleen een stuk lager: 800 uur. De startersaftrek is in deze gevallen dus hoger.
De startersaftrek is een verhoging van de zelfstandigenaftrek. Je krijgt de startersaftrek maximaal 3 keer in de eerste 5 jaar dat je ondernemer bent. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:
- Je hebt recht op de zelfstandigenaftrek.
- Je was in de afgelopen 5 jaar niet elk jaar ondernemer voor de inkomstenbelasting.
- Je hebt de zelfstandigenaftrek in de afgelopen 5 jaar maximaal 2 keer gebruikt.
- Er was in het kalenderjaar of in 1 van de 5 voorafgaande jaren geen sprake van een zogenoemde geruisloze terugkeer uit een bv.
Het kan zijn dat de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek bij elkaar hoger zijn dan je winst. Je hebt dan een verlies. Je kunt dit verrekenen met andere inkomsten uit werk en woning. Heb je geen andere inkomsten, dan kun je het verlies verrekenen in andere jaren.
Aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk
De Nederlandse overheid stimuleert innovatie met de WBSO, de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (S&O). Simpel gezegd: je investeert tijd en geld in ontwikkeling van nieuwe producten of processen.
Het voordeel dat je ontvangt via de WBSO is afhankelijk van je situatie. Procentueel ziet het voordeel er als volgt uit: 36% over de Research & Development (R&D) kosten tot € 380.000 (1e schijf), als starter is dit 50% en 16% over de R&D kosten hoger dan € 380.000 (2e schijf). De grens tussen de 1e en de 2e schijf is in 2026 verhoogd naar € 391.020.
Vaste aftrek boven 500 uur
Voor zelfstandigen zonder personeel die meer dan 500 uren besteden aan R&D werk is er een vaste aftrek. Ben je bovendien een starter, dan kun je ook nog profiteren van startersaftrek. De vaste aftrek voor zelfstandig ondernemers is € 15.738 en voor zelfstandige starters € 23.613.
Ben je ondernemer mét personeel, dan is de hoogte van deze aftrekpost afhankelijk van het aantal uren, het uurloon en overige kosten die je investeert. Via de WBSO-wijzer kun je je fiscale voordeel berekenen.
Meewerkaftrek
Als je partner voor minder dan € 5000 per jaar meewerkt in je onderneming, mag je hiervoor ook een percentage van je winst aftrekken. Je partner moet minimaal 525 uur gewerkt hebben. Het percentage meewerkaftrek ligt tussen de 1,25% en 4%.
Stakingsaftrek
Dit is niet de eerste aftrekpost waar je aan denkt, omdat deze geldt als je je onderneming staakt, bijvoorbeeld omdat je je bedrijf verkocht hebt. Over die stakingswinst betaal je belasting, verlaagd met maximaal € 3.630 aftrek. De hoogte van de aftrek is gelijk aan de stakingswinst.
Investeringsaftrek
De overheid moedigt ook het investeren in milieu- en energiebesparende bedrijfsmiddelen aan. Daar komt de investeringsaftrek om de hoek kijken. Hieronder zie je drie veel voorkomende aftrekposten, maar check ook ons uitgebreide artikel over de investeringsaftrek.
Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)
Om in 2026 in aanmerking te komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) moet je een bedrag tussen € 2.901 en € 398.236 investeren in bedrijfsmiddelen voor jouw onderneming.
De aftrek is:
- tussen de € 2.901 en € 71.683: het maximale tarief van 28% van het investeringsbedrag
- tussen de € 71.683 en € 132.746: een bedrag van € 20.072
- tussen de € 132.746 en € 398.236: een bedrag van € 20.072 min 7,56% van het investeringsbedrag boven de € 132.746
Bekijk de bedragen van de KIA in de tabel van de Belastingdienst.
Milieu-investeringsaftrek (MIA) en VAMIL
Deze aftrekpost kun je inzetten als je investeert in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen of technieken. Bij de MIA kun je in 2026 tot 45% van het geïnvesteerde bedrag aftrekken van de winst en bij de VAMIL tot 75%. De MIA en VAMIL worden vaak in combinatie gebruikt. De middelen moeten op de Milieulijst van het RVO staan.
Energie-investeringsaftrek (EIA)
Investeringskosten die je maakt voor nieuwe, energiebesparende bedrijfsmiddelen en duurzame energie kun je in 2026 tot 40% aftrekken van de winst. Voor de energie-investeringsaftrek moeten de investeringen minimaal € 2.500 per middel bedragen en op de Energielijst staan van het RVO. Deze aftrek kan gecombineerd worden met de KIA, wat het nog aantrekkelijker maakt.
Whitepaper Belastingvrij schenken
Fiscale reserves
Daarnaast zijn er ook enkele fiscale reserves waar je als ondernemer van kunt profiteren, namelijk:
Herinvesteringsreserve
De herinvesteringsreserve is een eerste voorbeeld van een fiscale reserve. Hierbij reserveer je een bedrag en verlaag je net als bij andere aftrekposten je fiscale winst. Bij de herinvesteringsreserve doe je dat door de opbrengst van de verkoop van een bedrijfsmiddel te reserveren voor het kopen van weer een bedrijfsmiddel.
Voorwaarde is wel dat je op de balansdatum daadwerkelijk van plan bent om te herinvesteren in een bedrijfsmiddel. Ook moet je rekening houden met regels voor het afboeken van de herinvesteringsreserve. Verder is het mogelijk dat de reserve in een aantal situaties vrijvalt, onder andere als je besluit om toch niet te herinvesteren.
Egalisatiereserve
Maak je eens in de zoveel jaar hoge kosten voor periodiek onderhoud van de bedrijfsmiddelen? Bijvoorbeeld voor onderhoud aan je bedrijfspand? Dan is de egalisatiereserve mogelijk interessant.
Je mag een egalisatiereserve niet vormen voor jaarlijks terugkerende uitgaven of de aanschaf van bedrijfsmiddelen. Daarnaast moet je rekening houden met een groot aantal andere voorwaarden.