Het wettelijke kader: prioritaire versus niet-prioritaire locaties
De wetgever maakt een duidelijk onderscheid in de mate van verplichting op basis van het type vastgoed en de functie van het gebouw. Bedrijven en instellingen worden gecategoriseerd in prioritaire en niet-prioritaire locaties. Onder de prioritaire instellingen vallen locaties waar kwetsbare groepen verblijven of waar de kans op verneveling van water hoog is. Denk hierbij aan ziekenhuizen, zorginstellingen, hotels, asielzoekerscentra, campings en jachthavens. Deze categorie moet verplicht een gecertificeerde risicoanalyse laten uitvoeren en een sluitend beheersplan opstellen.
Voor reguliere kantoren, distributiecentra en productielocaties geldt in de basis een niet-prioritaire status. Dit betekent echter niet dat deze organisaties vrijgesteld zijn van verplichtingen. Volgens de algemene zorgplicht uit de Drinkwaterwet moet elke eigenaar van een collectieve leidinginstallatie deugdelijk drinkwater ter beschikking stellen. Zodra er binnen een kantoorpand of fabriek douches, oogspoelingen of andere vernevelende tappunten aanwezig zijn, is de werkgever vanuit de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) verplicht om aan te tonen dat de blootstelling aan biologische agentia, waaronder legionella, effectief wordt voorkomen.
Technische risico’s in de drinkwaterinstallatie
Legionellabacteriën zijn van nature in kleine, onschadelijke hoeveelheden aanwezig in ons drinkwater. Het risico ontstaat pas wanneer de bacterie de kans krijgt om zich exponentieel te vermenigvuldigen. Dit gebeurt met name in stilstaand water met een temperatuur tussen de 20 en 50 graden Celsius. Binnen bedrijfspanden zijn er verschillende technische factoren die deze vermenigvuldiging in de hand werken.
Een van de grootste risico’s binnen grotere installaties is de aanwezigheid van zogeheten dode leidingen. Dit zijn leidingdelen waar geen of nauwelijks doorstroming plaatsvindt, bijvoorbeeld door een weggenomen tappunt of een ongebruikte pantry. Het water in deze segmenten staat stil en warmt op tot de omgevingstemperatuur, waardoor een ideale voedingsbodem (biofilm) ontstaat. Daarnaast speelt ‘hotspot-vorming’ een grote rol. Dit treedt op wanneer koudwaterleidingen in de technische schacht of het verlaagde plafond te dicht naast ongeïsoleerde warmwater- of cv-leidingen liggen. Het koude water warmt hierdoor onbedoeld op tot boven de kritieke grens van 20 graden Celsius.
Opzet van een technisch beheersplan
Om de risico’s effectief te beheersen, is een gestructureerde aanpak noodzakelijk. Een technisch beheersplan vormt de blauwdruk van de preventiestrategie. Dit plan is gebaseerd op een grondige risicoanalyse waarbij de gehele installatie, inclusief alle tappunten en leidinglopen, in kaart wordt gebracht.
De uitvoering van het beheersplan rust op een aantal technische pijlers:
- Temperatuurbewaking: Periodieke metingen moeten aantonen dat het koude water onder de 20 graden Celsius blijft en het warme water bij het tappunt minimaal 60 graden Celsius bereikt.
- Spoelregimes: Tappunten die niet wekelijks worden gebruikt, dienen systematisch te worden doorgespoeld om stagnatie te voorkomen. Dit kan handmatig gebeuren of via automatische spoelsystemen.
- Keerklepcontroles: Jaarlijkse controle van keerkleppen zorgt ervoor dat warm of verontreinigd water niet kan terugstromen in het openbare net of andere delen van de installatie.
- Monitoren en logboek: Alle uitgevoerde handelingen en meetresultaten moeten nauwkeurig worden gedocumenteerd in een (digitaal) logboek om bij inspecties de naleving te kunnen bewijzen.
Handhaving, aansprakelijkheid en de zorgplicht
De handhaving van de wet- en regelgeving rondom drinkwaterkwaliteit ligt bij de Inspectie Leefomgeving en Transport. Zij voeren steekproefsgewijs controles uit bij prioritaire locaties. Bij niet-prioritaire bedrijven komt de Nederlandse Arbeidsinspectie in beeld, met name wanneer er sprake is van een bedrijfsongeval of een formele melding van besmetting.
Wanneer een werknemer of bezoeker de legionellabacterie oploopt door een gebrekkig beheer van de waterinstallatie, kan de gebouweigenaar of werkgever aansprakelijk worden gesteld op grond van nalatigheid. De bewijslast ligt in dergelijke casussen zwaar; de organisatie moet middels een sluitend logboek kunnen aantonen dat er voldaan is aan de zorgplicht en dat er proactief maatregelen zijn genomen om besmetting te voorkomen.
Uitbesteding en kwaliteitsborging
Het technisch beheren van een drinkwaterinstallatie vereist specifieke expertise. Het simpelweg opendraaien van kranen is vaak onvoldoende om aan de complexe wetgeving te voldoen. Veel ondernemingen kiezen er daarom voor om de risicoanalyse, het opstellen van het beheersplan en de periodieke laboratoriumbemonstering uit te besteden aan gecertificeerde BRL 6010-adviesbureaus. Door samen te werken met een gespecialiseerde partij zoals KDWS waarborgen bedrijven niet alleen de gezondheid van hun personeel, maar dekken zij ook de juridische risico’s rondom waterveiligheid professioneel af.