Begin met een vermogensplan
De basis is een persoonlijk vermogensplan. Daarin zet je op een rij welk inkomen je nu hebt, wat je in de toekomst verwacht, en wat je daarnaast nodig hebt uit je vermogen. Op basis daarvan bepaal je hoe je je vermogen verdeelt over de vier belangrijkste beleggingscategorieën: aandelen, obligaties, sparen en vastgoed.
Wees terughoudend met extra vastgoed
Begin bij die laatste categorie. Voor veel ondernemers zijn de eigen woning en het bedrijfspand al grote bouwstenen in hun vermogen. Extra beleggen in vastgoed maakt je dan nog afhankelijker van één markt. Levert vastgoed dat je al hebt huurinkomsten op, neem die dan wel mee in je overzicht. Blijven over: sparen, obligaties en aandelen. Een voorbeeld laat zien wat die keuzes betekenen.
Praktijkvoorbeeld
Een echtpaar heeft jarenlang samen een bedrijf gehad. De verkoop leverde € 1.000.000 op, dat in de bv staat. Over drie jaar krijgen ze AOW. Ze zijn gewend om € 5.000 per maand te besteden en willen dat zo houden.
Stap 1: zet drie jaar inkomen apart
Houd minstens drie jaar inkomen aan op een spaarrekening. Zo heb je voor de korte termijn genoeg geld en hoef je je beleggingen niet op een ongunstig moment te verkopen. Voor het echtpaar is dat € 180.000 netto. Omdat het geld in de bv staat, moet het eerst als dividend naar privé. Daarvoor is een bruto-uitkering van zo'n € 240.000 nodig. Er blijft dan € 760.000 over om te beleggen voor de lange termijn.
Stap 2: bereken je rendementsdoel
Over drie jaar ontvangt het echtpaar samen ongeveer € 2.168 netto AOW per maand. Om op € 5.000 te blijven, is dan nog zo'n € 3.000 netto per maand nodig: € 36.000 per jaar. Ook dat bedrag komt via dividend uit de bv, wat neerkomt op een bruto-uitkering van circa € 48.000 per jaar. Met € 760.000 belegbaar vermogen is dan een rendement van 6,3 procent per jaar nodig.
Stap 3: kies de beleggingscategorie die past
Sparen
Een zakelijke spaarrekening levert op dit moment ongeveer 1,2 procent rente op. Het risico is klein, en het depositogarantiestelsel beschermt je spaargeld binnen de geldende voorwaarden. Stijgt de rente, dan stijgt je rendement mee. Daalt de rente, dan levert sparen minder op.
Obligaties
Nederlandse staatsobligaties leveren op dit moment ongeveer 3,3 procent rente op. Bij obligaties met minimaal een A-rating is het risico op verlies relatief beperkt. Let wel op de rente: daalt die, dan stijgt de waarde van je obligaties, en andersom. Laat je het beheer over aan een vermogensbeheerder, dan reken je in dit voorbeeld op 1 tot 1,5 procent kosten per jaar.
Aandelen
Aandelen bieden een hoger mogelijk rendement, maar ook meer risico. In dit voorbeeld gaan we uit van gemiddeld zo'n 8 procent per jaar. Dat rendement staat niet vast: het kan per jaar sterk verschillen en verliezen zijn mogelijk. Ook hier reken je met een vermogensbeheerder op 1 tot 1,5 procent kosten per jaar.
Wat betekent dat voor het vermogen?
Sparen: met 1,2 procent haal je het doel van 6,3 procent niet. Het verschil komt uit je vermogen. Op basis van deze uitgangspunten is het vermogen na ongeveer 15 jaar op en blijft alleen de AOW over.
Obligaties: ook hier haal je het doel niet. Na vennootschapsbelasting en kosten blijft in dit voorbeeld zo'n 1,2 procent over. Ook dan is het vermogen na ongeveer 15 jaar op.
Aandelen: met gemiddeld 8 procent kom je in de buurt van het rendementsdoel. Na belastingen en kosten neemt het vermogen naar verwachting met gemiddeld zo'n 1,5 procent per jaar af. Op basis van deze uitgangspunten gaat het vermogen dan ongeveer 30 jaar mee.
Combineer sparen en beleggen
Voor dit echtpaar ligt een combinatie voor de hand. Het geld voor de korte termijn staat op een spaarrekening, de rest is belegd voor de lange termijn. Elk jaar gebruik je een deel van het rendement om de spaarrekening aan te vullen, zodat je buffer van drie jaar op peil blijft. Zo combineer je zekerheid op korte termijn met rendement op lange termijn. Welke verdeling bij jou past, hangt af van je persoonlijke situatie, je inkomenswens en hoeveel risico je kunt en wilt nemen.
Benieuwd hoe dit er in jouw situatie uitziet? Lees meer over een persoonlijk vermogensplan.
Dit artikel is informatief en geen (financieel) advies. In dit voorbeeld is geen rekening gehouden met inflatie en mogelijke wijzigingen in belastingtarieven. Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.




