De sleutels van je eerste winkel liggen op tafel. Het pand is leeg, het huurcontract is getekend en de openingsdatum staat al in de agenda. Alleen: er moeten nog kledingrekken, wandsystemen, verlichting, displays, een toonbank en een etalage komen. En iedere week dat de winkel nog niet open is, loopt de huur door zonder dat er omzet tegenover staat.

Inhoudsopgave

Juist daar gaat het bij starters vaak mis. De inrichting wordt gezien als een verzameling losse aankopen: eerst de rekken, dan de verlichting en uiteindelijk nog ergens een toonbank. Maar al die onderdelen beïnvloeden elkaar. Een verkeerde indeling kan je looproute verstoren, slechte verlichting laat je collectie minder goed uitkomen en een onpraktische balie zorgt dagelijks voor ergernis.

De oplossing is niet om overal het duurste van te kopen. Het gaat erom dat je vooraf weet waar een verkeerde keuze later geld kost. Dit zijn zeven fouten die je bij je eerste winkelinrichting beter kunt voorkomen.

Fout 1: je begint met losse meubels in plaats van een winkelindeling

Een veelgemaakte fout is om direct kledingrekken en displays in het midden van de winkel te zetten. Dat lijkt logisch, maar zorgt er al snel voor dat de ruimte voller en kleiner oogt.

Begin daarom met het totaalplan. Kijk eerst naar de muren en benut die met wandsystemen, wandrekken of kasten. Door de randen van de winkel goed te gebruiken, blijft het midden van de ruimte lager en overzichtelijker. Dat geeft niet alleen een ruimtelijker gevoel, maar zorgt er ook voor dat medewerkers beter zicht houden op de winkel.

Denk vervolgens na over de looproute. Waar komt de klant binnen? Welke collectie moet als eerste opvallen? Waar komt een centrale presentatie of actie? En waar is ruimte voor rustigere productpresentaties? Ook de toonbank hoort al in deze fase in het plan. Zet die niet automatisch helemaal achterin, maar kijk naar een plek waar medewerkers goed overzicht houden en klanten gemakkelijk terechtkunnen.

Een goede winkelindeling begint dus niet met de vraag: welk rek zal ik kopen? De échte vraag is: hoe wil ik dat een klant door mijn winkel beweegt?

Fout 2: je koopt goedkope verlichting en je collectie ziet er dof uit

Verlichting is een van de belangrijkste onderdelen van een winkel, maar krijgt bij starters vaak te weinig aandacht.

Kijk bij winkelverlichting niet alleen naar wattage of prijs, maar vooral naar kleurechtheid. De CRI, oftewel Color Rendering Index, geeft aan hoe natuurgetrouw kleuren worden weergegeven. Daglicht geldt daarbij als referentie met een CRI van 100. Voor winkels waar kleur een belangrijke rol speelt, zoals fashion, is een hoge kleurweergave daarom verstandig. Een CRI van 94 of hoger zorgt ervoor dat kleding en andere producten zeer natuurgetrouw worden weergegeven. 

Ook de kleurtemperatuur maakt verschil. Rond 3500K is een bruikbaar uitgangspunt voor algemene winkelverlichting: neutraal genoeg om producten goed te beoordelen en warm genoeg voor een aangename winkelomgeving. Op plekken waar sfeer belangrijker is, zoals paskamers, zithoeken en bij de balie, kan ongeveer 2700K juist prettiger zijn. Een warmere lichtkleur zorgt daar voor een zachtere en gastvrije uitstraling.

Vergeet bovendien de paskamer niet. Daar kan een kleur anders overkomen dan op de winkelvloer. Zeker bij kleding is dat vervelend: wat op het rek de juiste kleur lijkt, kan onder ander licht ineens heel anders ogen.

Fout 3: je maakt het lichtplan pas als de inrichting al staat

Licht en inrichting moeten samen worden ontworpen. Maak het lichtplan daarom voordat rekken, toonbanken en displays definitief worden geplaatst.

Een praktische startvuistregel is ongeveer één spot per 2 m² winkeloppervlak. Voor een winkel van 100 m² kom je daarmee uit op circa 50 spots. De uiteindelijke behoefte hangt natuurlijk af van de hoogte van de ruimte, het type armatuur, de lichtsterkte en de indeling.

Laat ook voldoende (universele) 3-fase spanningsrails plaatsen. Daarmee kun je spots later verschuiven, draaien en uitbreiden wanneer je collectie of winkelindeling verandert. Zo blijft het licht op je producten gericht in plaats van op een lege muur of, erger nog, recht in de ogen van je klant. Systemen als de railverlichting van Gruppo Corso werken zodanig, dat je volop collecties kunt wisselen zonder opnieuw te boren of een elektricien te bellen.

De positie van de rails moet aansluiten op de inrichting. Staan er kledingrekken langs de wand, dan moet je rekening houden met de afstand om verblinding te voorkomen. Ook in de etalage vraagt de verlichting om een eigen plan.

Regel dit allemaal vooraf. Als de elektricien moet terugkomen omdat de indeling inmiddels is veranderd, betaal je in feite twee keer voor hetzelfde werk.

Fout 4: je koopt óf alles tweedehands óf meteen volledig maatwerk

Een beperkt startbudget maakt de verleiding groot om zoveel mogelijk gebruikte winkelinrichting te zoeken. Dat kan interessant zijn, maar goedkoop is niet automatisch voordelig.

Gebruikte rekken, kasten, displays of etalagepoppen kunnen prima bruikbaar zijn, zeker wanneer ze technisch en cosmetisch in goede staat zijn. Maar een willekeurige verzameling tweedehands meubels past lang niet altijd bij elkaar. Een winkel kan daardoor al snel gedateerd of rommelig ogen.

Aan de andere kant kiezen sommige starters direct voor volledig maatwerk. Dat kan prachtig zijn, maar de kosten en levertijden lopen vaak flink op. Bovendien is een maatwerkoplossing niet altijd handig als je collectie of winkelindeling regelmatig verandert.

Kijk daarom naar een derde mogelijkheid: een professionele winkelinrichting die direct beschikbaar is uit voorraad en die je kunt combineren tot één passend winkelconcept. Denk aan kledingrekken, wandsystemen, toonbanken, kasten, displays en etalagepoppen die qua uitstraling op elkaar aansluiten.

Zo hoef je niet voor ieder onderdeel opnieuw het wiel uit te vinden en houd je tegelijkertijd meer flexibiliteit dan bij volledig maatwerk.

Fout 5: je etalage en presentatie vertellen geen duidelijk verhaal

Een volle etalage is nog geen goede etalage. Starters gebruiken de ruimte soms vooral om zoveel mogelijk producten te laten zien. Daarmee wordt juist het belangrijkste communicatiemiddel van de winkel onrustig.

Begin liever met één duidelijk verhaal. Kies bijvoorbeeld één collectie, productgroep of combinatie die je vanaf de straat wilt laten opvallen. Etalagepoppen helpen daarbij, maar kies een stijl die aansluit bij je winkel: van abstract of faceless tot realistisch of vintage – als het maar consistentie is.

Hetzelfde geldt binnen de winkel. Gebruik niet alleen hoge kledingrekken, maar wissel die af met lage presentaties, displays, tafels, kasten of podia. Daardoor ontstaat een rustig beeld en krijgen producten de ruimte om op te vallen.

Ook het licht speelt hierbij een grote rol. Overdag is het buiten veel lichter dan binnen. Is de etalage onvoldoende verlicht, dan kan de ruit vooral de omgeving weerspiegelen. De winkel lijkt dan van buitenaf donker of gesloten.

Denk daarom bij je presentatie steeds vanuit de klant: wat moet iemand zien zodra hij binnenkomt en welk product wil je dat als eerste opvalt?

Fout 6: je behandelt de toonbank als sluitpost

De toonbank is geen meubel dat je er op het laatste moment nog even bij zet. Het is een werkplek voor medewerkers én een belangrijk contactpunt voor de klant.

Denk vooraf na over de werkhoogte en de ruimte die je nodig hebt voor het pinapparaat, bonnen, tassen en retouren. Is er plek voor voorraad en verpakkingsmateriaal? En wil je bij de kassa kleine artikelen presenteren voor impulsaankopen?

Ook de positie is belangrijk. Een balie dichter bij de ingang kan medewerkers een beter overzicht over de winkel geven en zorgt ervoor dat klanten snel weten waar ze terechtkunnen. Tegelijkertijd moet de toonbank de looproute niet blokkeren.

Vooral opbergruimte wordt makkelijk onderschat. Zonder voldoende opslag verandert een toonbank al snel in een verzamelplek voor dozen, tassen, retouren en administratie. Dat is precies de plek waar je klant zijn laatste indruk van de winkel krijgt.

Kijk dus niet alleen naar hoe een toonbank eruitziet, maar vooral naar hoe hij dagelijks gebruikt wordt.

Fout 7: je richt in voor de winkel van vandaag, niet voor die van volgend jaar

De duurste inrichting is soms de inrichting die je te goedkoop hebt gekocht. Niet omdat de aanschaf voordelig was, maar omdat je alles opnieuw moet kopen zodra je winkel verandert.

Je collectie verandert. Acties wisselen. Misschien voeg je een nieuwe productcategorie toe of wil je een deel van de winkel anders gebruiken. Als rekken, displays, wanden en verlichting niet kunnen meebewegen, volgt al snel een nieuwe investering.

Kies daarom waar mogelijk voor modulaire systemen. Een 3-fase railsysteem kun je aanpassen wanneer de indeling verandert. Verrijdbare kledingrekken zijn gemakkelijk te verplaatsen. Modulaire wandsystemen kunnen meegroeien met je collectie en hergroepeerbare displays geven je meer mogelijkheden voor nieuwe presentaties.

Reken bij grotere aankopen bovendien niet alleen met de aanschafprijs, maar met de kosten over bijvoorbeeld vijf jaar:

aanschaf + installatie + vervanging + energie = werkelijke kosten.

Dat betekent niet dat je bij de opening overal het nieuwste en duurste materiaal nodig hebt. Maak juist onderscheid. Investeer waar kwaliteit direct zichtbaar of functioneel belangrijk is en kies voor andere onderdelen een betaalbare oplossing die wel bij het totaalconcept past.

En misschien nog belangrijker: koop niet meteen voor drie winkels als je er één begint. Laat je inrichting meegroeien met je onderneming. En zorg dat de eerste winkel goed draait, voordat je gaat uitbreiden.

Veelgestelde vragen over het inrichten van een winkel

Wat kost het inrichten van een winkel?

Dat hangt sterk af van de oppervlakte, het type winkel, de uitstraling en de hoeveelheid maatwerk. Verlichting, kledingrekken, wandsystemen, toonbanken, kasten, displays en etalagemateriaal vormen samen een flinke investering. Door vooraf een totaalindeling te maken en te kiezen voor voorraadproducten, modulaire systemen of showroommodellen kun je het budget beter beheersen.

Hoeveel spots heb ik nodig per m²?

Als grove startvuistregel kun je rekenen met ongeveer één spot per 2 m² winkeloppervlak. Voor 100 m² betekent dat ongeveer 50 spots. De uiteindelijke behoefte hangt onder meer af van de hoogte, het type armatuur, de lichtsterkte en de gewenste indeling. Een lichtplan blijft daarom belangrijk.

Is tweedehands winkelinrichting betrouwbaar?

Dat kan zeker, maar controleer het materiaal voordat je koopt. Kijk naar de technische staat, slijtage en compleetheid en vraag naar eventuele garantie. Let er ook op of alle onderdelen qua stijl en formaat bij elkaar passen. Een lage aanschafprijs is pas interessant als de inrichting ook daadwerkelijk bij je winkelconcept past.

Waar kun je bij de start het beste op besparen?

Besparen kan vooral door niet alles als maatwerk te laten produceren. Denk aan modulaire systemen, voorraadartikelen, showroommodellen en eventueel zorgvuldig geselecteerde gebruikte inrichting. Bespaar liever niet blind op onderdelen die dagelijks bepalend zijn voor de uitstraling en werking van je winkel, zoals verlichting, presentatie en de basis van je inrichting.

Waar moet ik beginnen met mijn winkelinrichting?

Begin niet met het kopen van een rek of toonbank. Maak eerst een totaalplan. Bepaal de looproute, benut de wanden, bepaal de plaats van de toonbank, plan de verlichting en kijk daarna welke rekken, kasten, displays en etalagematerialen daarbij passen.

 

Een goede winkelinrichting groeit met je mee.

Een eerste winkel hoeft niet perfect te zijn. Wel moet de inrichting passen bij je budget, je producten en je doelgroep én kunnen meegroeien met wat er na de opening gebeurt.

Juist daar zit voor starters de grootste besparing: niet in overal de goedkoopste optie kiezen, maar voorkomen dat je dezelfde inrichting twee keer moet betalen. Kies voor een winkelconcept waarin verlichting, kledingrekken, wandsystemen, toonbanken, kasten, displays en etalage samen één geheel vormen. En kijk daarbij niet alleen naar de prijs, maar ook naar beschikbaarheid, kwaliteit, flexibiliteit en het advies dat je van je leverancier krijgt.

Een goede winkelinrichting is uiteindelijk geen losse verzameling meubels en lampen. Het is de basis waarop je winkel dagelijks moet kunnen draaien én groeien.

Is jouw pensioenpot al gevuld voor een zorgeloze oude dag? Check binnen 2 minuten welke pensioenopties voor jou (fiscaal) het beste zijn. Start de gratis Pensioen Scan van De Zaak.

Dit artikel is een ingezonden bericht en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.

Lees ook…
Voor veel ondernemers is de zoektocht naar een nieuw kantoor een tijdrovend bijproduct van iets anders: groei, een nieuwe vestiging, of een team dat te…
Als je een stand huurt om met je bedrijf deel te nemen aan een congres of beurs, dan wil je daar natuurlijk het maximale…
Steeds meer ondernemers willen hun wagenpark stap voor stap verduurzamen. Dat is ook logisch, want het aandeel elektrische modellen in de verkoop…
Of je nu een webshop runt, in de bouw zit of dagelijks bestellingen aflevert bij klanten: goederen vervoeren hoort bij het ondernemerschap. Toch gaat…
De energierekening is voor veel ondernemers een flinke kostenpost. Zeker met de schommelende prijzen van de laatste jaren is het een post die je scherp…
Voor veel mkb-ondernemers is klantenservice een sluitpost die ongemerkt veel tijd en geld kost. Een eigen medewerker aannemen is een flinke vaste last,…