Herkennen van hartstilstand
Herkenning begint bij kijken, luisteren en direct handelen zodra iemand niet reageert. Spreek de persoon duidelijk aan en schud voorzichtig aan de schouders, zodat je snel merkt of er bewustzijn is. Reageert iemand niet, laat dan direct 112 bellen en vraag om een AED in de buurt. Controleer de ademhaling door de borstkas te bekijken en te luisteren naar normale ademhaling. Happen naar lucht is geen normale ademhaling, waardoor snelle actie nodig is. Blijf bij de persoon en geef duidelijke taken aan omstanders, zodat hulp zonder vertraging wordt geregeld.
Compressies op de borst uitvoeren
Borstcompressies zorgen ervoor dat bloed blijft rondgaan zolang het hart zelf niet goed pompt. Plaats de hiel van je hand midden op de borstkas en leg je andere hand daarbovenop. Houd je armen gestrekt en druk de borstkas stevig vijf tot zes centimeter in. Laat de borstkas na elke druk volledig omhoogkomen, omdat het hart zich dan opnieuw kan vullen. Werk in een gelijkmatig tempo van ongeveer honderd tot honderdtwintig compressies per minuut. Kun je lucht inblazen en ben je daarin getraind, gebruik dan dertig compressies en twee beademingen.
Schokapparaat klaarmaken en gebruiken
Zodra de AED aanwezig is, zet je het apparaat aan en volg je de gesproken aanwijzingen stap voor stap. Ontbloot de borstkas en plak de elektroden op de plekken die op de afbeeldingen staan aangegeven. Raak de persoon niet aan wanneer het apparaat het hartritme beoordeelt, omdat een verkeerde meting vertraging kan geven. Geeft de AED aan dat een schok nodig is, zorg dan dat niemand de persoon aanraakt. Bij 112BHV leer je hoe je dit veilig oefent, zodat jouw medewerkers weten wat ze moeten doen onder druk.
Nazorg en hulpdiensten informeren
Na het starten van de hulp blijf je doorgaan tot professionele hulpverleners het overnemen of de persoon normaal gaat reageren. Vertel de ambulancezorg duidelijk wat er is gebeurd, wanneer de persoon niet meer reageerde en hoe lang er is gereanimeerd. Meld ook of de AED een schok heeft gegeven, want die informatie helpt bij verdere behandeling. Voor betrokken collega’s kan de gebeurtenis heftig zijn, waardoor opvang en een rustig gesprek veel waarde hebben. Bespreek later wat goed ging en wat beter kan, zodat jouw organisatie sterker staat bij een volgend incident.