“Kijk, als je daar over het water kijkt, zie je een groot reclamedoek. Dat is ongeveer duizend vierkante meter groot. Kunnen we zeker duizend tassen van maken.’’ Lisanne Addink-Dölle kijkt van haar kantoor in Rotterdam uit over de Maas. Van daaruit runt ze VerdraaidGoed, een groeiende onderneming die steeds op zoek is naar nieuwe manieren om reststromen te gebruiken.
Naam: Lisanne Addink-Dölle
Leeftijd: 31
Bedrijf: VerdraaidGoed
Plaats: Rotterdam
Motto:
Leeftijd: 31
Bedrijf: VerdraaidGoed
Plaats: Rotterdam
Motto:
“Maak van iets waardeloos iets waardevols.”“Ons doel is te laten zien dat je van iets waardeloos iets waardevols kunt maken. Afval heeft nou niet bepaald een sexy imago. Eigenlijk moet je zorgen dat iets om te beginnen al geen afval wordt. En bovendien, sommige dingen zijn gewoon te mooi om afval te mogen heten.” VerdraaidGoed is gevestigd in BlueCity, een haast surrealistische plek waar verschillende duurzame start-ups hun intrek hebben genomen. De bedoeling is om zoveel mogelijk de samenwerking aan te gaan. Het pand is het oude Tropicana, één van de eerste subtropische zwemparadijzen van Nederland. Het bad is leeg, de palmbomen wat verdord, maar verder is het onmiskenbaar een zwembad. Lisanne: “Ons kantoor is boven gevestigd, in de oude discotheek. Beneden in het bad worden de spandoeken schoongepoetst die wij verwerken tot tassen.
Nijlpaardenpoep
Het begon allemaal een jaar of vijf geleden. “Ik ben cum laude afgestudeerd als industrieel ontwerper en was tijdens mijn studie al veel bezig met duurzaamheid. Voor mijn afstudeerproject ging ik aan de slag met de dierentuin in Emmen die nu Wildlands heet. Ik dacht, als je de kans krijgt om een heel nieuw park op te zetten, wat zijn dan de mogelijkheden om dat zo duurzaam mogelijk te doen? Hoe kun je de afvalstromen van de dierentuin weer in de dierentuin verwerken? Kun je bijvoorbeeld je tractors laten rijden op oud frituurvet? Ik wilde het echt anders doen en ben op zoek gegaan naar het ultieme voorbeeld van onderschat materiaal. Dat werd nijlpaardenmest. Dat kun je zo verwerken dat je van de vezels souvenirs kunt maken. De productiekosten zijn bijna hetzelfde als de afvoerkosten, maar nu levert het ook nog een product op dat je weer kunt verkopen.’’Upcycling
Het afstudeerproject viel ook bij de gemeente Emmen in de smaak, die haar prompt vroeg ook met hen mee te denken over reststromen binnen de gemeente. “Toen ben ik me maar gaan inschrijven bij de Kamer van Koophandel”, lacht ze. “Maar daarna werd het ingewikkeld. Ik wilde niet alleen adviseren en plannen maken voor bedrijven en dan maar hopen dat er ook iets mee gedaan wordt. Ik hou van tastbare dingen. Zelf helpen om de ideeën ook werkelijkheid te laten worden. Dat was in het begin niet altijd eenvoudig. Tegenwoordig is upcycling echt een thema, maar toen was het hooguit een geinig dingetje. Daardoor kon ik niet gemakkelijk productiepartners vinden. Zoek maar eens in het telefoonboek naar een bedrijf dat wel dienbladen wil maken van reststroom X. Daarom zijn we ook de productie in eigen beheer gaan doen. In sociale werkplaatsen met mensen die een afstand hebben tot de arbeidsmarkt.’’“Over tien jaar halen we zulke waardevolle zaken uit de koffieboon, dan is dat kopje koffie misschien wel bijzaak geworden.”





