De regels van de WIA

Is uw werknemer arbeidsongeschikt, dan krijgt u te maken met de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen, de WIA. De belangrijkste regels op een rijtje.
De regels van de WIA

Voor wie?
De WIA is erop gericht werkgevers en werknemers (financieel) te prikkelen álles te doen om gedeeltelijk arbeidsongeschikten aan het werk te helpen of te houden. De WIA-regels gelden voor iedereen die op of na 1 januari 2004 ziek is geworden, het hele Poortwachtertraject heeft doorlopen en na twee jaar nog niet (volledig) terug is op de werkvloer.
'Oude gevallen' – mensen die voor 1 januari 2004 arbeidsongeschikt werden – blijven onder het oude WAO-regime vallen.

De keuring
Een werknemer die zich na één jaar en acht maanden meldt bij het UWV om een WIA-uitkering aan te vragen, wordt door een UWV-arts medisch gekeurd. Die keuring concentreert zich niet op de beperkingen van de aanvrager, maar op wat hij nog wél kan. Daarna volgt vrijwel altijd een arbeidskundige keuring. Uit die keuring komen twee dingen:

  • Op basis van de mogelijkheden van de aanvrager, selecteert een computerprogramma welke banen hij nog kan uitvoeren (de keuze wordt gemaakt uit een database van alle ongeveer 9000 verschillende functies die in Nederland worden uitgeoefend);
  • Elk van die geselecteerde functies is gekoppeld aan het gemiddelde salaris dat ermee te verdienen is. Op basis daarvan maakt de arbeidsdeskundige van het UWV een rekensom: 'wat verdiende de aanvrager eerst?' minus 'wat kán hij nog verdienen?'. De uitkomst van dat sommetje is iemands 'verdiencapaciteit'. Die is bepalend voor de vraag óf de aanvrager een uitkering krijgt en zo ja, hoe hoog die zal zijn.
     

Bedrijfsleider wordt brugwachter
Een theoretisch rekenvoorbeeld om de mate van arbeidsongeschiktheid te bepalen 

 

De bedrijfsleider van een supermarkt lijdt na een auto-ongeluk aan een combinatie van klachten die hem het managen van een winkel onmogelijk maakt. Zijn keuringsarts stelt vast dat de ogen van de man nog prima zijn, dat hij zijn handen nog kan bewegen en zijn vermogen zich te concentreren uitstekend is. Hij zou als brugwachter nog prima kunnen functioneren.

Als bedrijfsleider verdiende de man € 40.000 per jaar. Als brugwachter kan hij hooguit € 20.000 verdienen, de helft van zijn oude inkomen. Zijn verdiencapaciteit en daarmee zijn arbeidsgeschiktheidspercentage is dus 50%. De 50% die hij níet meer kan verdienen, wordt zijn 'mate van arbeidsongeschiktheid' genoemd.

Drie categorieën
De WIA onderscheidt drie categorieën, waarin mensen op basis van hun verdiencapaciteit worden ondergebracht. Ook het begrip 'mate van arbeidsongeschiktheid' is daarbij van belang: het percentage dat mensen níet meer kunnen verdienen.

Let op: Die verdiencapaciteit en mate van arbeidsongeschiktheid zijn dus theoretische percentages en kunnen heel erg afwijken van wat uw werknemer wérkelijk verdient of kan verdienen.

  • 0 tot 35%: geen WIA-uitkering Werknemers die er niet meer dan 35% in verdiencapaciteit op achteruit gaan, vallen niet onder de WIA. Ze krijgen dus geen arbeidsongeschiktheidsuitkering en worden geacht in dienst te blijven bij hun werkgever.
  • 35% tot 80%: de WGA Werknemers die tussen de 35 en de 80% terugvallen in verdiencapaciteit, komen in de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA). Die regeling geldt ook voor mensen die meer dan 80% in verdiencapaciteit terugvallen, maar voor wie er goede kansen op herstel zijn. De WGA begint met een loongerelateerde fase. De duur daarvan is afhankelijk van het arbeidsverleden en de leeftijd, maar maximaal vijf jaar. De WGA'er die niet werkt, krijgt in deze periode 70% van het laatstverdiende loon. Wie wél werkt, wordt beloond met een toeslag op zijn loon: 70% van het verschil tussen het oude loon (dat de WGA'er verdiende voor hij arbeidsongeschikt werd) en het nieuwe loon.

Na de loongerelateerde fase maakt de WGA onderscheid tussen:

  1. Mensen die hun verdiencapaciteit voor 50% of meer benutten; na afloop van de loongerelateerde fase hebben deze WGA'ers tot hun pensioen recht op een loonaanvulling ter hoogte van 70% van het verschil tussen de verdiencapaciteit, zoals berekend door het UWV, en het nieuwe loon.
  2. Mensen die hun resterende verdiencapaciteit minder dan 50% of helemaal niet benutten; zij krijgen een WGA-vervolguitkering. De hoogte daarvan wordt berekend door hun 'mate van arbeidsongeschiktheid' te vermenigvuldigen met '70% van het minimumloon'. De uitkomst van die ingewikkelde som is áltijd lager dan het sociaal minimum. Heeft de uitkeringsgerechtigde geen partner met een inkomen, dan wordt zijn uitkering tot het sociaal minimum aangevuld.
  • Meer dan 80%: de IVAWanneer een werknemer meer dan 80% minder verdiencapaciteit heeft én er sprake is van 'duurzame arbeidsongeschiktheid', dan valt hij in de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA). Onder duurzaam wordt verstaan tenminste vijf jaar. Na de periode van verplichte loondoorbetaling (twee jaar), krijgt de werknemer van het UWV een IVA-uitkering: 70% van zijn laatstverdiende loon.  Een werknemer die onder de IVA valt, mag u ontslaan.

 

Verkort uw loondoorbetaling!

Is al binnen twee jaar duidelijk dat de werknemer duurzaam en volledig arbeidsongeschikt is, dan kan hij in overleg met de werkgever een vervroegde IVA-uitkering aanvragen. Dit kan éénmalig vanaf de derde tot de 68ste ziekteweek op grond van een verklaring van de bedrijfsarts. Wordt de vervroegde uitkering toegekend, dan kunt u die in mindering brengen op het restant van de verplichte loondoorbetaling!

Een werknemer die volgens de 'oude' WAO al eens arbeidsongeschikt was en door dezelfde oorzaak uitvalt als destijds, kan soms al na vier weken ziekte recht hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering (of een verhoging daarvan). Dit kan het geval zijn als:

  • hij of zij al eens een WAO-uitkering ontving en deze minder dan vijf jaar geleden is beëindigd.
  • hij of zij al eens arbeidsongeschikt was en de wachttijd voor de WAO heeft doorlopen (voor 2004 was dit 52 weken, daarna 104 weken), maar nooit een uitkering heeft ontvangen omdat de wet veranderde.

U kunt de toegekende (of verhoogde) uitkering (WAO, WAZ of WAJONG) in mindering brengen op de loondoorbetaling.

 

Vier praktijkvoorbeelden
De sommen van het UWV en de selectie van functies sluiten lang niet altijd aan bij uw dagelijkse praktijk. Dat kan leiden tot situaties waarin de wet u weinig houvast biedt en waarin u zelf uw knopen moet tellen. De volgende theoretische voorbeelden verduidelijken hoe de mate van arbeidsongeschiktheid wordt bepaald.

1. Léon
Werkt in de bouw en verdient € 25.000. Hij gaat door zijn rug en kan zijn werk niet meer doen. De keuringsarts bepaalt dat hij wel aan de slag zou kunnen als callcentermedewerker. Daar kan hij € 22.000 verdienen. Hij valt minder dan 35% terug in verdiencapaciteit, valt níet onder de WIA en krijgt geen uitkering.

Wat betekent dat voor de werkgever?Léon blijft in dienst. De werkgever moet een andere functie voor hem zien te vinden. Maar het bouwbedrijf zit niet te springen om een callcentermedewerker. Het is dus zaak om Léon te helpen elders een baan te vinden (re-integreren volgens het tweede spoor). In zo'n geval kunt u contact leggen met collega-ondernemers om te zien of zij Léon ergens kunnen plaatsen. Of u kunt op zoek gaan naar een banenpool, waarvan er in den lande inmiddels verschillende zijn opgezet.

 

Ontslag bij onevenredig veel schade

Als u kunt aantonen dat uw bedrijf 'onevenredig veel schade' lijdt als Léon langer in dienst blijft, mág u hem ontslaan. Maar zo'n ontslagprocedure verloopt vaak zeer moeizaam. Vraag een deskundige om uw kansen in te schatten voor u eraan begint.

2. Sarah
Verdient als salesmanager € 60.000. Wanneer zij wordt geveld door RSI, stelt de keuringsarts vast dat de functie van bibliothecaresse aansluit bij wat ze nog wel kan. Op die plek kan ze € 24.000 verdienen. Ze valt meer dan 35% terug in verdiencapaciteit - haar arbeidsongeschiktheidspercentage is 60% -  dus Sarah krijgt een WGA-uitkering.

Wat betekent dat voor de werkgever? Sarah krijgt een uitkering, maar de werkgéver blijft verantwoordelijk voor haar re-integratie – binnen of buiten de deur – en draagt de kosten daarvan. Als hij haar binnenboord houdt, kan worden bekeken wat Sarah nog kan betekenen voor het bedrijf en zij – eventueel part time – in dienst kan blijven.

Afhankelijk van de grootte van het bedrijf gaat Sarah meetellen voor het gedifferentieerde deel van de premie. Let wel, lukt het Sarah niet om 50% van haar verdiencapaciteit binnen te halen, dan valt zij na haar loongerelateerde uitkering fors terug in inkomen.
Dat is die ingewikkelde rekensom die u vindt onder het kopje WGA. Sarah krijgt dan 60% (haar mate van arbeidsongeschiktheid) van 70% van het minimumloon. Dat is dus maar 42% van het minimumloon!

U kunt zich verzekeren, zodat u uw werknemers in vergelijkbare situaties een aanvulling op hun inkomen kunt bieden. U kunt uw werknemers ook aanbieden zich daarvoor zélf – via u – te verzekeren.

Laagbetaalden hebben minder toegang tot de WIA

Léon en Sarah zitten in gelijke situaties. Toch krijgt Sarah wel een uitkering en Léon niet. Dat komt omdat het recht op een uitkering is gekoppeld aan de mate waarin iemand in inkomen achteruit gaat en níet aan de mate waarin hij of zij nog geschikt is voor zijn werk. Mensen die veel verdienen zullen sneller een stapje terug moeten doen dan laagbetaalden.

3. Kapster Anneke
Is 100% uitgeschakeld omdat ze kapperseczeem heeft. Ze kan aan de slag bij een kledingzaak, oordeelt de keuringsarts, waar ze evenveel kan verdienen. Met die overstap derft ze geen inkomen. Haar verdiencapaciteit is 100%, dus krijgt ze geen uitkering.

Wat betekent dat voor de werkgever? In de praktijk zal Anneke waarschijnlijk niet eens een WIA-aanvraag doen. Al in de Poortwachterfase is duidelijk dat ze niet bij de kapsalon kan blijven en dat er (door haarzelf én de werkgever) buiten het bedrijf moet worden gezocht naar een nieuwe werkplek. Ze is jong en wel in voor iets nieuws, dus dat komt wel goed. Werkt ze onverhoopt toch niet mee, dwarsboomt ze haar re-integratie, dan kan de werkgever haar al tijdens de Poortwachterfase ontslaan.
Let wel: u moet in dat geval duidelijk aantonen dat de medewerkster zélf zich niet voldoende inspant voor haar re-integratie, anders maakt uw ontslagaanvraag geen schijn van kans.

4. Metaaldraaier Harry
Wordt getroffen door lawaaidoofheid. Zijn werk en lawaai horen bij elkaar, er is geen ontkomen aan. Omdat hij een vaardig organisator is en aardig met computers overweg kan, wordt hij door het UWV geschikt bevonden om office manager te worden, waarmee hij evenveel kan verdienen. Hij levert dus geen verdiencapaciteit in en krijgt hij geen uitkering.

Wat betekent dat voor de werkgever?  Harry is 55, werkt al dertig jaar bij het bedrijf. Hij is een gewaardeerde kracht, ligt goed bij zijn collega's, dus de werkgever wil hem helemaal niet kwijt. Tijdens de Poortwachterfase is veel tijd en geld gespendeerd aan aanpassing van Harry's werkplek. Het mocht niet baten. Na één jaar en acht maanden doet hij een WIA-aanvraag bij het UWV. De uitkomst van zijn arbeidskundige keuring is dat hij geen uitkering krijgt. De werkgever moet hem in dienst houden.

De mogelijkheden om Harry's bezigheden en werkplek zó te organiseren dat hij geen last heeft van lawaai, zijn echter wel ongeveer uitgeput. De werkgever moet daarom kijken of hij hem extern kan herplaatsen, bijvoorbeeld als officemanager. Maar welk bedrijf plaatst een 55-jarige man als office manager? Harry heeft in theorie dus geen verlies aan verdiencapaciteit, maar in de praktijk valt er op kantoor voor hem geen droog brood te verdienen.
Als de werkgever alles op alles heeft gezet om Harry intern dan wel extern te herplaatsen, maar het wil niet lukken, dan mág hij Harry ontslaan. Hij moet dan wel kunnen aantonen dat hij onevenredig veel schade lijdt door Harry in dienst te houden. Harry zal door zijn ontslag in inkomen achteruitgaan.

De staat springt niet meer bij voor mensen zoals Harry. U kunt in zo'n situatie overwegen om het inkomensrisico van uw werknemers zelf te verzekeren, zodat u hen in soortgelijke situaties een aanvullend inkomen kunt bieden. Vindt u die secundaire arbeidsvoorwaarde te luxe, dan kunt u uw werknemers ook aanbieden om zichzelf – via u – voor dit soort risico's te verzekeren.

Wat Ingewikkeld Allemaal

 

De afkorting WIA staat onder specialisten voor Wat Ingewikkeld Allemaal. En dat is niet voor niets. Probeer de wet niet in uw eentje te doorgronden, maar laat u adviseren. Uw assurantieadviseur heeft zicht op de welke verzekeringsproducten er op de markt zijn. Breng uw situatie in kaart en bepaal waar u wel en geen behoefte aan heeft.

De premie
Voor de WAO en de WIA draagt u premies af aan de Belastingdienst. Hierbij is het van belang of u publiek verzekerd bent (bij het UWV aangesloten) of eigenrisicodrager bent. Eigenrisicodragers betalen alleen de basispremie WAO/WIA. Bij het UWV verzekerde bedrijven betalen daarnaast een uniforme WAO-premie en een gedifferentieerde WGA-premie.

1. Basispremie WAO/WIA Deze premie is voor alle werkgevers gelijk.

2. Uniforme premie WAO Bij UWV verzekerde werkgevers betalen naast de basispremie WAO/WIA een uniforme WAO-premie (sinds de gedifferentieerde WAO-premie is vervallen, per 1 januari 2008).

3. Gedifferentieerde premie WGA Bij UWV verzekerde werkgevers betalen tevens een gedifferentieerde premie voor de WGA. De hoogte van deze premie is afhankelijk van het arbeidsongeschiktheidsrisico in uw bedrijf. Afhankelijk van het aantal arbeidsongeschikte werknemers die aanspraak maken op de arbeidsongeschiktheidsregeling, vindt er een korting of opslag plaats op de zogenaamde rekenpremie. Tevens is van belang of u een grote of een kleine werkgever bent. Voor dit onderscheid geldt een loongrens.

Aan het einde van ieder jaar ontvangt u van de Belastingdienst de beschikking met het af te dragen WGA-premiepercentage voor het volgende jaar. Bij de berekening van het gedifferentieerde premiepercentage wordt gebruik gemaakt van jaarlijks door UWV en het ministerie van SZW vastgestelde premies en parameters.
De premiepercentages, rekenpremie en de loongrens voor grote/kleine werkgever vindt u elders op deze website in het overzicht Premies sociale verzekeringen »

Eigen risico, verzekeraars en het UWV
De overheid wil u de keuze laten:

  • of u zich verzekert bij het UWV;
  • of u het risico van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid van uw werknemers zelf draagt;
  • of dat u dat risico doorverzekert bij een verzekeringsmaatschappij.

Werkgevers kunnen ervoor kiezen het WGA-risico van hun werknemers tien jaar lang voor eigen rekening te nemen: de ultieme stok achter de deur om écht iets te doen aan re-integratie. De werkgever betaalt de uitkering dan zelf of verzekert dit risico bij een particuliere verzekeraar. Na tien jaar neemt het UWV de aanvullende uitkering sowieso over. Eigenrisicodragers betalen alleen de basispremie WAO/WIA.

Op de lange termijn kan eigenrisicodragen wél een goede keuze zijn, zeker wanneer u een WIA-verzekering koppelt aan een breder arbopakket, waar ook preventie in zit en ondersteuning tijdens de eerste twee Poortwachterjaren. Waar u ook voor kiest, u heeft áltijd de verplichting om uw werknemers aan het werk te houden en/of te re-integreren.

Welke oplossing voor u het beste is, hangt nauw samen met de omstandigheden binnen uw bedrijf. Zet ze op een rij en vraag een deskundige uw opties en de consequenties daarvan op een rij te zetten. Lees meer over eigenrisicodragen »

WGA-premies verhalen

Werkgevers die bij het UWV verzekerd zijn, kunnen de gedifferentieerde WGA-premie voor maximaal 50% verhalen op hun werknemers. Eigenrisicodragers kunnen óf de WGA-lasten (als zij geen private verzekering hebben) óf de verzekeringspremie voor maximaal de helft verhalen op het nettoloon van de werknemers. Het gaat om het deel van de premie dat betrekking heeft op het WGA-risico. 

No-riskpolis en premiekorting
Er zijn verschillende financiële voordelen die vastzitten aan het in dienst houden, dan wel in dienst nemen van een arbeidsongeschikte:

  • Zijn er speciale voorzieningen nodig om uw zieke terug te plaatsen op zijn oude plek – aanpassing van de werkplek, van werkmethoden, van de inrichting van het bedrijf – dan kunt u het UWV vragen om vergoeding van de kosten.
  • Houdt u een arbeidsongeschikte binnenboord, dan kunt u aanspraak maken op een premiekorting voor de sociale verzekeringen, die kan oplopen tot maximaal € 2042,- per jaar.
  • Als u een deels arbeidsgeschikte werknemer in dienst neemt of houdt, is uw financiële risico beperkt. Als de werknemer binnen vijf jaar na indiensttreding weer uitvalt door ziekte of arbeidsongeschiktheid, dan heeft hij recht op ziekengeld. Dit wordt door het UWV uitbetaald: aan u of rechtstreeks aan de werknemer.

Lees meer over de financiële prikkels waarmee de overheid werkgevers wil stimuleren om gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemers in dienst te nemen of houden »


Met dank aan Jos van Dam, productmanager/mkb-specialist bij AEGON

Lees ook…

Ga nu naar je mailbox

Je ontvangt een e-mailbericht met instructies om je registratie te bevestigen. Zonder de bevestiging wordt je registratie niet verwerkt.

Ook praktische tips in je mailbox?

Denk na over de toekomst van je bedrijf. Schrijf je in voor onze gratis nieuwsbrieven!

1
0

De Zaak website maakt gebruik van cookies.

We zijn verplicht om je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

/disclaimer
Meer informatie
Ja, ik geef toestemming