Pensioen in eigen beheer en de FOR
Voor dga’s was pensioen in eigen beheer lange tijd een bekende oplossing. De eigen bv vormde dan een pensioenvoorziening voor de directeur-grootaandeelhouder. Nieuwe opbouw is sinds 1 juli 2017 echter niet meer toegestaan. Voor oude pensioenrechten of een oudedagsverplichting blijven wel regels gelden. Ondernemers in de inkomstenbelasting kenden daarnaast de fiscale oudedagsreserve (FOR). Sinds 2023 kun je geen nieuwe FOR meer vormen of bedragen toevoegen. Een bestaande reserve mag wel op de balans blijven staan. De regels voor een bestaande oudedagsreserve blijven dan van toepassing. De FOR was evenwel geen echte pensioenpot. Je stelde belastingheffing over een deel van de winst uit, maar hoefde het geld niet apart te zetten. Is het in de onderneming gebruikt, dan kan bij afwikkeling een liquiditeitsprobleem ontstaan. Laat daarom vóór een bedrijfsbeëindiging, verkoop of wijziging van rechtsvorm berekenen wat er met een bestaande FOR of oude pensioenverplichting moet gebeuren.
Lijfrente, banksparen of pensioenbeleggen?
Voor nieuwe opbouw is een lijfrente een populaire optie. De uitvoering kan bestaan uit een verzekering, een geblokkeerde bankspaarrekening of een lijfrentebeleggingsrekening. Heb je een aantoonbaar pensioentekort, dan kun je de inleg binnen je jaarruimte aftrekken in box 1. Niet-benutte jaarruimte uit eerdere jaren kun je mogelijk via de reserveringsruimte gebruiken. Tijdens de opbouw valt een kwalificerende lijfrente niet in box 3. Later betaal je wel inkomstenbelasting over de uitkeringen. Je kunt echter niet vrij over het geld beschikken. Tussentijds afkopen is doorgaans fiscaal en financieel zeer ongunstig.
Banksparen past vooral bij ondernemers die voorspelbaarheid belangrijk vinden. Je stort geld op een geblokkeerde rekening en ontvangt rente. Het resultaat is overzichtelijk en het risico is kleiner, maar het opgebouwde vermogen kan door inflatie aan koopkracht verliezen. Door inflatie wordt het leven namelijk duurder en moet de rente voldoende hoog zijn om dat koopkrachtverlies te compenseren. Bij pensioenbeleggen wordt de inleg binnen een lijfrente belegd. Dat biedt meer rendementsmogelijkheden, maar ook meer risico. Kijk daarom niet alleen naar het verwachte rendement, maar ook naar het beleggingsbeleid, het risicoprofiel en de manier waarop het risico richting de pensioendatum wordt afgebouwd.
Je kunt uiteraard ook buiten een lijfrente sparen of beleggen. De inleg is dan niet aftrekbaar en het vermogen zal in principe meetellen in box 3. Het geld blijft wel beschikbaar en je bepaalt zelf wanneer je het opneemt. Die vrijheid is tegelijk een risico: bij een zakelijke tegenvaller wordt het verleidelijk om de pensioenreserve aan te spreken. Bij beleggen komen daar koersrisico’s en extra kosten bij. Houd daarom je zakelijke buffer en pensioenvermogen gescheiden, beleg geen geld dat je binnenkort nodig hebt en bouw het risico richting de pensioendatum af.
Sommige ondernemers rekenen tot slot op de verkoop van hun bedrijf, een afgeloste woning of vermogen in de bv. Zulke bezittingen kunnen onderdeel zijn van een pensioenplan, maar zijn geen gegarandeerd pensioeninkomen. De onderneming kan minder waard blijken dan aanvankelijk verwacht, een koper kan uitblijven en ook de vastgoedmarkt kan stagneren of kelderen. Het een en ander staat bovendien niet los van andere financiële keuzes binnen je onderneming. Als het bedrijf minder goed presteert, kan ook de verwachte verkoopopbrengst lager uitvallen. Het bedrijfsrisico wordt met andere woorden een pensioenrisico en dat is geen goed idee. Een goed pensioenplan combineert verschillende pensioenbronnen en rekent ook een ongunstig scenario door.
Advies van een expert
Welke combinatie passend is, hangt af van veel zaken: je rechtsvorm, kasstroom, hypotheek, partnerinkomen, eerdere werknemerspensioenen, gewenste pensioenleeftijd en bedrijfsplannen. Begin daarom met een overzicht van je verwachte AOW en reeds opgebouwde pensioenen. Bepaal daarna hoeveel netto-inkomen je later nodig hebt en welk deel ontbreekt. Reken ook een scenario door waarin je enkele jaren minder kunt inleggen of eerder stopt. Zo zie je hoe kwetsbaar het plan is.
Bestudeer daarom de mogelijkheden om zelf pensioen op te bouwen en maak gebruik van een rekentool om verschillende scenario’s uit te werken. Dit vervangt evenwel geen persoonlijk advies. Een adviseur kijkt namelijk verder dan de keuze tussen sparen en beleggen. Daarbij komen ook de fiscale ruimte, wisselende winst, de toegankelijkheid van het vermogen en voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid en nabestaanden aan bod. Vraag wel altijd na hoe de adviseur wordt betaald, welke aanbieders worden vergeleken en of het advies onafhankelijk tot stand komt. Via de AFM kun je de vergunning van een financieel adviseur of aanbieder controleren. Bij een bestaande FOR, oude pensioenrechten in de bv of een bedrijfsoverdracht kan ook advies van een fiscalist nodig zijn.