Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on google
Assurantiebelasting

Assurantiebelasting

24 oktober 2011
Wat is assurantiebelasting? Wat is het tarief van de assurantiebelasting en wie moet het betalen? Een overzicht.

Assurantiebelasting
Assurantiebelasting wordt geheven over de premie van een verzekering die een verzekeraar en een verzekeringnemer afsluiten, enige uitzonderingen daargelaten (zie vrijstellingen onderaan dit artikel).

Als een verzekeraar of bemiddelaar de vergoeding voor de diensten die met de verzekering samenhangen apart in rekening brengt, dan moet ook daarover assurantiebelasting worden betaald.

Het gaat hierbij altijd om verzekeringen waarvan het risico in Nederland ligt.

Tarief assurantiebelasting
Sinds 1 maart 2011 staat het tarief van de assurantiebelasting op 9,7% van de verzekeringspremie en de eventuele afzonderlijke vergoeding voor diensten die samenhangen met de verzekering.

Forse verhoging
Per 1 januari 2013 gaat het tarief van de assurantiebelasting naar 21%.

Wie moet assurantiebelasting betalen?
De volgende personen of instellingen moeten assurantiebelasting betalen:

– Aangewezen bemiddelaar;
– In Nederland gevestigde verzekeraar of zijn gevolmachtigde agent;
– Bemiddelaar, als deze een vergoeding ontvangt van een ander dan een verzekeraar die in Nederland is gevestigd;
– Wettelijk vertegenwoordiger in Nederland van een verzekeraar in het buitenland;
– Bemiddelaar tussen een verzekeraar in het buitenland en een verzekeringnemer;
– Fiscaal vertegenwoordiger in Nederland van een verzekeraar in het buitenland;
– Verzekeraar in het buitenland die geen fiscaal vertegenwoordiger in Nederland heeft;
– Verzekeringnemer, als er geen andere belastingplichtige voor de assurantiebelasting is.

Vrijstelling van assurantiebelasting
Voor de volgende verzekeringen hoeft geen assurantiebelasting te worden betaald:

– Levensverzekeringen;
– Ongevallen-, invaliditeits-, en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen;
– Ziekte- en ziektekostenverzekeringen;
– Werkloosheidsverzekeringen;
– Verzekeringen van zeeschepen (behalve pleziervaartuigen) en luchtvaartuigen die bedoeld zijn als openbaar vervoermiddel in het internationale verkeer (dus bijvoorbeeld geen privévliegtuig);
– Transportverzekeringen;
– Herverzekeringen;
– Exportkredietverzekeringen.

Bron: Belastingdienst

Lees ook…