Als ijssalon niet afhankelijk zijn van de zomer, hoe doe je dat? Erwin de Koeijer bedacht iets 
Naam: Edwin de Koeijer (45)
Functie: oprichter, eigenaar
Bedrijf: IJscuypje
Wat: ijssalon met 16 filialen
Omvang: 5 vast, circa 100 freelance
 
 
Hoe kwam je erop?
“Ik had acht jaar geleden een ijssalon aan de Albert Cuyp. Dat was mijn inkomstenbron. Ik vond 
het zonde hem ‘s winters dicht te doen. Iemand riep iets over broodjes rookworst. Toen ben ik 
gaan nadenken over Hollandse kost. Het werd Stamppotje. Een megasucces. Twee concepten 
onder één dak was uniek. We zijn gegroeid tot zestien winkels. Afgelopen jaar zijn we ermee 
gestopt. Toeristen snapten niet dat er plotseling stamppot in de vitrine lag. Slagers en 
supermarkten zijn ook meer stamppot gaan verkopen. Nu draaien we het hele jaar ijs. De omzet 
ligt in de winter op een kwart, maar we zijn dik tevreden. Het is genoeg voor de vaste lasten.”
 
Wat doe je in de winter?
“Dan gaan we naar Italië om nieuwe recepten te ontwikkelen en grondstoffen in te kopen. En 
we bouwen aan de winkels. Verder uitbreiden? Ach, er is vraag naar IJscuypje vanuit andere 
steden, maar ik vind het belangrijk om nu eerst de winkels te finetunen en de service te 
upgraden. Als ik daarna nog wil, dan zoek ik waarschijnlijk een andere partij. Want het is leuk 
om over producten te fantaseren, maar ik heb geen trek om de hele dag in de auto te zitten.”
 
Een tip voor collega‐ondernemers?
“Nou, zo’n idee van twee concepten werkt denk ik vooral in Amsterdam. Daarbuiten wordt het 
moeilijk. Als je gaat switchen, zorg dan dat je daarover al in de zomer met klanten 
communiceert. Wij gaan voor de kerst liters ijs en ijstaarten maken. Dat laten we in de winkels 
nu al aan onze gasten weten.”
Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter

Lees ook…