Eerst: wat is genormaliseerde EBITDA?
EBITDA staat voor Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization. Kort gezegd geeft EBITDA inzicht in het operationele resultaat van een onderneming, voordat rente, belastingen en afschrijvingen worden meegenomen.
Bij een bedrijfsovername wordt vaak nog een stap verder gekeken. Dan draait het om de genormaliseerde EBITDA: het resultaat nadat kosten en opbrengsten zijn gecorrigeerd die niet representatief zijn voor de normale bedrijfsvoering.
Dat onderscheid is belangrijk. Een koper wil uiteindelijk weten wat de onderneming onder normale omstandigheden structureel kan verdienen.
1. Zijn er eenmalige kosten gemaakt?
Begin met kosten waarvan je redelijkerwijs verwacht dat ze niet terugkomen. Denk aan een eenmalig juridisch geschil, advieskosten voor een reorganisatie of uitzonderlijke herstelkosten.
Als zo’n kostenpost het resultaat van één jaar flink drukt, kan een correctie gerechtvaardigd zijn. De vraag is steeds: zou een nieuwe eigenaar deze kosten in een normaal jaar ook maken?
2. Zijn er ook eenmalige opbrengsten?
Normaliseren werkt twee kanten op. Een uitzonderlijke bate die de EBITDA verhoogt, moet je net zo kritisch bekijken.
Denk bijvoorbeeld aan een eenmalige vergoeding of andere inkomsten die geen onderdeel zijn van de reguliere bedrijfsactiviteiten. Voor een realistisch beeld van de verdiencapaciteit horen ook zulke positieve uitschieters niet automatisch bij de structurele EBITDA.
3. Is de beloning van de ondernemer marktconform?
Bij veel ondernemingen heeft de eigenaar invloed op zijn of haar eigen beloning. Die kan hoger of lager liggen dan wat gebruikelijk is voor iemand die dezelfde werkzaamheden uitvoert.
Bij normalisatie kijk je daarom naar een marktconforme managementvergoeding. Is de huidige vergoeding opvallend hoog, dan kan dat de EBITDA drukken. Is deze juist erg laag, dan geldt het tegenovergestelde.
4. Lopen er privégerelateerde kosten via de onderneming?
Sommige kosten hebben wel een plek in de administratie, maar zijn niet noodzakelijk voor de toekomstige bedrijfsvoering.
Denk aan bepaalde autokosten, reizen of andere uitgaven met een sterk persoonlijk karakter. Bij een verkoop wordt bekeken welke kosten daadwerkelijk nodig zijn om de onderneming voort te zetten. Alleen aantoonbare en verdedigbare correcties horen thuis in een genormaliseerde EBITDA.
5. Vinden alle transacties plaats onder marktconforme voorwaarden?
Een belangrijke normalisatie betreft transacties tussen gelieerde partijen die niet volledig op arm’s length basis plaatsvinden. Om de structurele winstgevendheid van de onderneming inzichtelijk te maken, worden dergelijke transacties waar nodig gecorrigeerd naar marktconforme voorwaarden.
Een veelvoorkomend voorbeeld is de huur van een bedrijfspand van de aandeelhouder, waarbij de overeengekomen huurprijs hoger of lager kan zijn dan gebruikelijk in de markt. In dat geval wordt een correctie toegepast, zodat de resultaten aansluiten bij een situatie waarin onafhankelijke partijen onder marktconforme voorwaarden zaken doen.
6. Zijn er veranderingen die structureel doorwerken?
Soms is er al iets veranderd waarvan het volledige financiële effect nog niet in de historische cijfers zichtbaar is.
Denk aan het beëindigen van een structureel verlieslatende activiteit of een wijziging in de organisatie die blijvend kosten verlaagt. Ook dergelijke veranderingen kunnen relevant zijn, mits goed onderbouwd en daadwerkelijk structureel.
7. Kun je iedere correctie onderbouwen?
Een correctie opnemen is één ding, een potentiële koper ervan overtuigen is iets anders.
Tijdens een verkoopproces worden normalisaties kritisch beoordeeld. Zorg daarom dat duidelijk is waarom een post wordt gecorrigeerd en welke documentatie daarbij hoort. Te optimistische of moeilijk aantoonbare correcties kunnen juist discussie oproepen en de geloofwaardigheid van de cijfers verminderen.
Een realistischer beeld van de onderneming
Genormaliseerde EBITDA draait dus niet om het zo hoog mogelijk maken van het resultaat. Het doel is om incidentele effecten weg te nemen en zo een representatief beeld te krijgen van de structurele verdiencapaciteit.
Dat maakt de cijfers beter vergelijkbaar en vormt een belangrijk vertrekpunt bij een bedrijfswaardering of verkoopproces. Uiteindelijk gaat het niet alleen om het getal onderaan de berekening, maar vooral om de vraag hoe goed je kunt uitleggen waar dat getal vandaan komt.