€ 3 invoerrechten per productcategorie
Tot 1 juli 2026 waren zendingen met een waarde tot en met € 150 vrijgesteld van invoerrechten. Die vrijstelling is vervallen. Voor e-commercezendingen van buiten de EU geldt nu tijdelijk een vast douanerecht van € 3 per productcategorie in een pakket.
Dat betekent niet dat je voor ieder los product € 3 betaalt. Zitten er bijvoorbeeld vijf dezelfde USB-kabels in één zending en vallen die onder dezelfde productcategorie, dan betaal je één keer € 3. Bestaat een pakket uit een USB-kabel, een jas en een lippenstift, dan gaat het om drie categorieën en bedragen de invoerrechten € 9.
De regeling is tijdelijk. Volgens de huidige planning geldt het vaste tarief tot 1 juli 2028. Daarna moeten de normale douanetarieven voor deze pakketten gaan gelden.
Niet iedere importeur heeft vergunningen nodig
Door het vervallen van de vrijstelling ontstaat bij import een douaneschuld. Dat heeft ook gevolgen voor de aangifte. De Douane benadrukt dat aangevers van e-commercegoederen over de juiste vergunningen moeten beschikken als zij gebruikmaken van uitgestelde betaling.
Het gaat om twee vergunningen:
- DPO (uitstel van betaling): hiermee kunnen verschuldigde invoerrechten periodiek worden betaald.
- CGU (doorlopende zekerheid): hiermee wordt zekerheid gesteld voor de douaneschuld.
Doe je als ondernemer niet zelf aangifte, maar laat je dat bijvoorbeeld over aan een douane-expediteur, postbedrijf of koerier? Ga dan na wie formeel als aangever optreedt en wie verantwoordelijk is voor de vergunningen. Je hoeft dus niet automatisch zelf beide vergunningen aan te vragen omdat je goederen importeert.
De Douane controleert bij e-commerceaangiften of de benodigde vergunningen aanwezig zijn. Heb je de vergunningen al, controleer dan ook of het referentiebedrag van de gestelde zekerheid nog aansluit bij je huidige en verwachte goederenstroom.
Aangifte via DECO of DMS
Voor e-commercezendingen met een waarde tot en met € 150 wordt in principe het aangiftesysteem DECO gebruikt. Voor zendingen boven € 150 is dat DMS.
Er zijn uitzonderingen. Gelden voor goederen bijvoorbeeld verboden of beperkingen, accijns, verbruiksbelasting of een preferentieel tarief, dan moet je ook bij een waarde tot en met € 150 DMS gebruiken.
Nieuwe verplichting vanaf 1 november
Ondernemers moeten bovendien rekening houden met een volgende wijziging. Vanaf 1 november 2026 wordt productidentificatie verplicht in de invoeraangifte voor e-commerce. Zo'n productidentificatie helpt ook te toetsen of goederen voldoen aan Europese en Nederlandse veiligheids-, gezondheids- en milieueisen. Die eisen zijn, afhankelijk van de toepassing, ook relevant voordat producten op de markt komen. Producten moeten eerst aan strenge EU-veiligheidseisen voldoen voordat ze verkocht mogen worden. Voor levensmiddelen gelden bovendien extra strenge eisen rond voedselveiligheid en traceerbaarheid. Zo'n productidentificatie is een unieke code waarmee een specifiek product, model of partij kan worden herkend en gevolgd.
Daarnaast verwacht de Douane dat per 1 november 2026 een Europese afhandelingsvergoeding voor e-commercegoederen wordt ingevoerd. Die staat los van het douanerecht van € 3. De hoogte van deze handling fee is op dit moment nog niet bekend.
Wat moet je nu regelen bij import?
Importeer je e-commercegoederen van buiten de EU, breng dan eerst in kaart wie de douaneaangifte doet. Doe je die zelf en maak je gebruik van uitgestelde betaling, controleer dan je DPO- en CGU-vergunning. Heb je die vergunningen al, kijk dan of de gestelde zekerheid nog voldoende is.
Controleer ook hoe je vanaf 1 november de verplichte productidentificatie in je aangifte gaat opnemen. Zo voorkom je dat een pakket straks bij de grens vertraging oploopt doordat je administratie of douaneaangifte niet op orde is.





