Zorg voor veilig werk tijdens de zwangerschap

Een zwangere werkneemster moet veilig en gezond kunnen blijven werken. Risico’s voor zwangere en pas bevallen werknemers moeten daarom onderdeel zijn van je risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).

Denk aan fysieke belasting, gevaarlijke stoffen, biologische agentia, lawaai, trillingen, straling, hoge werkdruk en onregelmatige werktijden. Zodra een werkneemster haar zwangerschap meldt, moet je haar opnieuw informeren over de risico’s en maatregelen.

Kan zij haar gewone werk niet veilig uitvoeren? Dan geldt een vaste volgorde. Probeer eerst de risico’s binnen haar eigen functie weg te nemen. Lukt dat niet, pas dan het werk of de werk- en rusttijden aan. Daarna komt tijdelijk ander werk in beeld. Tijdelijke vrijstelling van arbeid is de laatste mogelijkheid.

Let op werktijden en zwaar werk

Tijdens de zwangerschap en tot zes maanden na de bevalling gelden extra regels. Een werkneemster heeft onder meer recht op extra betaalde pauzes van maximaal een achtste van haar werktijd en regelmatige werk- en rusttijden. Ook heeft ze recht op een geschikte, afsluitbare rustruimte.

In principe hoeft ze geen nachtdiensten te draaien. Verder geldt een maximum van tien uur per dienst, gemiddeld vijftig uur per week over vier weken en gemiddeld 45 uur per week over zestien weken.

Ook voor fysieke belasting gelden grenzen. Tillen moet zoveel mogelijk worden beperkt. Is tillen noodzakelijk, dan gaat het om minder dan tien kilo per keer. Vanaf de twintigste zwangerschapsweek mag een werkneemster maximaal tien keer per dag vijf kilo tillen. Vanaf de dertigste week is dat maximaal vijf keer per dag vijf kilo.

Zwangerschapsverlof: minimaal 16 weken

Een werkneemster heeft recht op minimaal zestien weken zwangerschaps- en bevallingsverlof. Het zwangerschapsverlof begint tussen zes en vier weken voor de dag na de uitgerekende datum. Wat zij minder dan zes weken voor de bevalling opneemt, komt in principe bij het bevallingsverlof.

Na de bevalling heeft zij altijd minimaal tien weken bevallingsverlof. Wordt de baby later geboren dan verwacht? Dan kan de totale verlofperiode dus langer dan zestien weken worden.

De werkneemster vraagt het verlof uiterlijk drie weken voordat zij met verlof wil aan. Als werkgever vraag je vervolgens bij UWV de zwangerschaps- en bevallingsuitkering aan.

Wie betaalt tijdens het verlof?

Tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof ontvangt de werkneemster een WAZO-uitkering van UWV. Die bedraagt 100 procent van het dagloon, tot het geldende maximumdagloon.

UWV betaalt de uitkering meestal aan jou als werkgever. Je blijft dan het loon aan de werkneemster betalen. De aanvraag bij UWV kan tussen vier en twee weken voor de ingangsdatum van het verlof worden gedaan.

Wordt een werkneemster vóór of na haar verlof arbeidsongeschikt door de zwangerschap of bevalling? Dan kan zij recht hebben op een Ziektewetuitkering van UWV.

Ontslag tijdens zwangerschap

Een werkneemster mag niet worden ontslagen vanwege haar zwangerschap. Het opzeggingsverbod geldt onder meer tijdens de zwangerschap, het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de eerste zes weken daarna.

Er bestaan uitzonderingen. Denk bijvoorbeeld aan ernstig verwijtbaar gedrag of beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming of afdeling.

Een tijdelijk arbeidscontract mag tijdens de zwangerschap wel van rechtswege aflopen. Je bent als werkgever niet verplicht het contract te verlengen. Maar zwangerschap mag nooit de reden zijn om niet te verlengen.

Kolven en borstvoeding op het werk

De eerste negen maanden na de geboorte mag een werkneemster tijdens werktijd borstvoeding geven of kolven. Zij mag hiervoor maximaal een kwart van haar werktijd gebruiken. Die tijd betaal je door.

Je moet bovendien een geschikte, hygiënische en van binnen afsluitbare ruimte beschikbaar stellen. Een toilet of auto voldoet niet. De ruimte moet voldoende privacy en rust bieden.

Bespreek dit bij voorkeur al vóór het einde van het bevallingsverlof. Zo voorkom je dat je op haar eerste werkdag nog een geschikte ruimte moet regelen.

Vergeet de partner niet

Ook werknemers van wie de partner is bevallen hebben verlofrechten. De partner heeft recht op één werkweek geboorteverlof met volledige loondoorbetaling. Daarnaast kan de werknemer maximaal vijf weken aanvullend geboorteverlof opnemen. UWV verstrekt daarvoor een uitkering van 70 procent van het dagloon, tot het maximumdagloon.

Ouders hebben daarnaast per kind recht op 26 weken ouderschapsverlof. Negen weken daarvan zijn betaald als ze in het eerste levensjaar van het kind worden opgenomen. UWV betaalt hiervoor 70 procent van het dagloon, eveneens tot het maximumdagloon.

Praktisch: regel dit zodra je de zwangerschap hoort

Wacht niet tot het verlof begint. Controleer de RI&E, bespreek eventuele risico’s en maak afspraken over werkzaamheden, werktijden, overdracht en vervanging. Bespreek ook tijdig de terugkeer na het verlof en eventuele wensen rond kolven of ouderschapsverlof.

Zo voldoe je niet alleen aan je wettelijke verplichtingen, maar voorkom je ook dat je vlak voor of na de bevalling onverwacht de planning moet omgooien.