Een vakantiewoning in Nederland kan een aantrekkelijke investering zijn, ook om zelf af en toe in te genieten van een heerlijke vakantie. Een tweede woning is dan ook een geliefd beleggingsobject, al is de markt aan het veranderen. In 2026 gaan de regels flink op de schop en is het belangrijk om na te gaan of het je nog genoeg rendement oplevert.

Lees ook onze tips voor als je gaat investeren in een vakantiehuis.

Belasting over werkelijk rendement in box 3

Tot nu toe gold in box 3 een relatief mild forfaitair rendement voor tweede woningen. De Belastingdienst rekende met een fictief percentage dat vaak lager lag dan de eigenlijke huurinkomsten. In 2026 geldt dat forfait nog. Het kabinet wil vanaf 2028 belasting heffen over het werkelijke rendement: de echte huuropbrengsten minus kosten. Hoe beter je verhuurt, hoe hoger de aanslag. De wet daarvoor is nog niet aangenomen.

Het forfaitaire rendement in de overgangsperiode gaat licht omhoog: van 5,88 procent  naar 6 procent in 2026. Het heffingsvrije vermogen is wel gestegen naar € 59.357. 

De gevreesde flinke verhoging van het forfaitaire rendement is afgeblazen. Ook zou het heffingsvrije vermogen behoorlijk dalen, maar ook die maatregel is uitgesteld.

Hogere lasten en minder voordelen

Ondernemers die een vakantiewoning in een bv aanhouden, hebben ook te maken met verslechterende regels. Veel faciliteiten, zoals renteaftrek of soepele doorschuifmogelijkheden, verdwijnen. Daarnaast betaal je bij aankoop nog steeds een stevige overdrachtsbelasting, al daalt die in 2026 van 10,4 naar 8 procent. Dat klinkt prettig, maar het is een eenmalige meevaller. De jaarlijkse box 3-heffing hakt er structureel veel harder in.

Strenger bij eigen gebruik vakantiehuis

Een andere verandering zit in de zogenoemde tegenbewijsregeling. Tot nu toe kon je met het formulier opgaaf werkelijk rendement aantonen dat je rendement lager was dan het forfait en zo belasting besparen. Vanaf 2026 telt de Belastingdienst ook de economische huurwaarde van je eigen gebruik mee. Met andere woorden: ook de weken waarin je er zelf zit, worden gezien als opbrengst.

Btw-verhoging bij verhuur

Als je het huis verhuurt aan vakantiegangers, reken je btw over de huurprijs. Daarvoor geldt op dit moment het verlaagde btw-tarief van 9 procent. De fiscus beschouwt dat als ‘verhuur voor korte duur’ (minder dan zes maanden per verblijf).

Maar vanaf 2026 gaat het btw-tarief voor logies omhoog naar 21 procent. Alleen campingplaatsen blijven dan onder het lage tarief vallen. Heb je als verhuurder bijvoorbeeld een huisje mét een kampeerplek? Dan moet je mogelijk twee verschillende tarieven hanteren.

Minder rendement, meer risico

De hogere belastingdruk zorgt ervoor dat het netto rendement flink slinkt. En dat terwijl kosten – onderhoud, energie, verzekeringen, lokale heffingen – blijven stijgen. Daar komt nog onzekerheid bij over toeristenbelasting en gemeentelijke regels. Steeds meer gemeenten beperken verhuur via platforms als Airbnb of stellen vergunningsplichten in. Het verdienmodel staat dus niet alleen fiscaal, maar ook praktisch onder druk.

Wat betekent dit voor de aankoop van een vakantiehuis

Houd vanaf 2026 rekening met:

  • Btw van 21 procent over verhuur aan vakantiegasten
  • Hoger forfaitair rendement (6 procent) 
  • Strengere regels bij eigen gebruik
  • Hogere jaarlijkse lasten en minder faciliteiten in de bv
  • Onzekerheid door gemeentelijke regels en toeristenbelasting

Alternatieven voor ondernemers

Wil je toch vastgoed in je beleggingsmix? Kijk dan eens naar alternatieven:

  • Zakelijk vastgoed, zoals garageboxen of kantoorruimtes: vaak stabielere huurcontracten en minder afhankelijk van toeristen.
  • Beleggingsfondsen: meer spreiding, minder gedoe met onderhoud en regelgeving.
  • Investeren in je eigen onderneming: duurzame bedrijfsinvesteringen leveren soms juist fiscale voordelen op.

Vooruitblik: 2028 en verder

Alsof dit nog niet genoeg is, staat er al een nieuw box 3-stelsel op stapel. Vanaf 2028 wil het kabinet belasting heffen over het werkelijke rendement. Voor een tweede woning betekent dat: de huur min de kosten wordt elk jaar belast, en de waardestijging pas als je verkoopt. De wet is nog niet aangenomen; de Eerste Kamer hield de stemming in juni 2026 aan. Dat maakt beleggen in vastgoed minder voorspelbaar.

Conclusie

Een vakantiewoning in Nederland leek jarenlang een slimme belegging, maar de rek lijkt eruit. Vanaf 2026 betaal je fors meer belasting en heb je minder vrijheid in gebruik en verhuur. Voor veel ondernemers is de vraag dan ook: levert dat vakantiehuis straks meer gedoe op dan winst en is het nog de moeite waard?

De opbrengst loopt uiteraard erg uiteen. Voor welk bedrag je je vakantiehuis kan verhuren hangt af van onder meer de locatie, regio, omgeving, voorzieningen (aantal slaapkamers, terras, sauna, keuken, balkon, uitzicht, zwembad, omheinde tuin). Ligt de accommodatie in de natuur of in de buurt van het strand of kust? Is het makkelijk te bereiken? Is het een populaire bestemming met een ruim aanbod? Het zijn allemaal factoren die meespelen voor het rendement.

Checklist: vóórdat je in een vakantiewoning stapt

0 van 6 afgevinkt

Open als losse checklist