Over aandelen, obligaties en fondsen die je privé hebt, betaal je in 2026 geen belasting als je verkoopt of koerswinst maakt. Ze vallen in box 3. Daar telt de waarde op 1 januari: boven het heffingsvrije vermogen van € 59.357 betaal je 36% over een fictief rendement van 6% op je beleggingen. Ontvang je dividend van een Nederlands bedrijf, dan houdt dat 15% dividendbelasting in, die je met je inkomstenbelasting verrekent.

Wanneer betaal je belasting over beleggingen?

Eén keer per jaar, via je aangifte inkomstenbelasting. Je beleggingen horen bij je vermogen in box 3, samen met spaargeld, crypto, een tweede woning en andere bezittingen. Over dat vermogen betaal je vermogensrendementsheffing, ook wel spaartaks genoemd.

Wat je in de loop van het jaar koopt of verkoopt, maakt voor de belasting niet uit. De Belastingdienst kijkt alleen naar de waarde op 1 januari. Verkoop je in maart je aandelen met € 10.000 winst, dan betaal je over die winst niets apart. Staat de opbrengst op 1 januari van het jaar erna op je spaarrekening, dan telt hij vanaf dat jaar mee als banktegoed.

Grondslag sparen en beleggen

Je telt je bezittingen op 1 januari op en trekt je schulden af. Van je schulden telt alleen het deel boven de drempel van € 3.800 (€ 7.600 met fiscale partner). Wat overblijft min het heffingsvrije vermogen heet de grondslag sparen en beleggen. Met een fiscale partner mag je die grondslag onderling verdelen zoals je wilt.

Heffingsvrij vermogen belasting in 2026

Heffingsvrij vermogen box 3

2026
JaarZonder fiscale partnerMet fiscale partner
2026€ 59.357€ 118.714
2025€ 57.684€ 115.368
2024€ 57.000€ 114.000

Alleen het vermogen boven het heffingsvrije deel telt mee voor het fictieve rendement; daarover betaal je 36% belasting. Geef je je werkelijke rendement door, dan geldt er geen heffingsvrij vermogen.

Bron: Belastingdienst, gecontroleerd op 2 september 2026

Over de eerste € 59.357 van je vermogen betaal je in 2026 geen box 3-belasting. Met een fiscale partner is dat samen € 118.714. In 2025 was het € 57.684 en € 115.368 (Belastingdienst).

Blijft je vermogen daaronder, dan betaal je niets over je beleggingen. Het vermogen van minderjarige kinderen tel je op bij dat van de ouder met het gezag.

Met welke percentages rekent de Belastingdienst?

De Belastingdienst gaat uit van een vast, fictief rendement per soort vermogen. Het tarief over dat rendement is in 2026 36%. Het percentage voor beleggingen staat voor 2026 vast. Dat voor banktegoeden en schulden is nog voorlopig en wordt begin 2027 vastgesteld (Belastingdienst).

Soort vermogen20252026
Banktegoeden en spaargeld1,37%1,28%
Beleggingen en andere bezittingen (aandelen, obligaties, crypto, tweede woning)5,88%6,00%
Schulden2,70%2,70%
Tarief box 336%36%

Rekenvoorbeeld 2026

Je hebt geen fiscale partner. Op 1 januari 2026 staat er € 30.000 op je spaarrekening en € 70.000 in aandelen en fondsen. Schulden heb je niet.

  1. Fictief rendement: € 30.000 × 1,28% = € 384, plus € 70.000 × 6% = € 4.200. Samen € 4.584.
  2. Grondslag sparen en beleggen: € 100.000 min € 59.357 = € 40.643.
  3. Jouw deel van het vermogen dat belast wordt: € 40.643 ÷ € 100.000 = 40,64%.
  4. Voordeel uit sparen en beleggen: € 4.584 × 40,64% = € 1.862.
  5. Belasting: € 1.862 × 36% = € 670.

Had je dezelfde € 100.000 helemaal op een spaarrekening, dan betaal je € 187 (€ 1.280 × 40,64% = € 520, keer 36%). Beleggen kost in box 3 dus meer belasting, ook in een jaar waarin de beurs daalt.

Werkelijk rendement opgeven

Was je echte rendement lager dan het fictieve, dan mag je dat aantonen. Dat is de tegenbewijsregeling, geregeld in de Wet tegenbewijsregeling box 3 die sinds 1 juli 2025 geldt. De Belastingdienst rekent dan op twee manieren en neemt de uitkomst die voor jou het voordeligst is. Je betaalt nooit meer dan eerder berekend.

Je werkelijk rendement is alles wat je vermogen in dat jaar opbracht: rente, dividend, huur, en de waardestijging of -daling van je aandelen, crypto of tweede woning, ook als je niets verkocht. Kosten, zoals aan- en verkoopkosten, trek je niet af. Alleen rente die je betaalde op een schuld in box 3, bijvoorbeeld een lening waarmee je belegt, mag eraf. Bij het werkelijk rendement krijg je geen heffingsvrij vermogen: het gaat over je hele vermogen. Was je rendement negatief, dan telt het als € 0. Dat verlies schuif je niet door naar een ander jaar (Belastingdienst).

Wanneer dat loont, lees je in werkelijk of forfaitair rendement in box 3.

Zo geef je het door

JaarHoeVoorwaarde
2017 tot en met 2020Formulier Opgaaf werkelijk rendement (2017 tot en met 2019 met DigiD op de site van de Belastingdienst, 2020 in Mijn Belastingdienst)Alleen als je op tijd bezwaar maakte of op tijd om ambtshalve vermindering vroeg. Dan kreeg je een brief van de Belastingdienst.
2021 tot en met 2024Formulier Opgaaf werkelijk rendement in Mijn BelastingdienstAltijd. Je hoeft niet op een brief te wachten en geen bezwaar te hebben gemaakt.
2025 en laterIn je aangifte inkomstenbelastingHeb je vermogen in box 3, dan vraagt de aangifte er zelf naar.

Voor elk jaar vul je een apart formulier in. Reken op geduld: de Belastingdienst verwacht zo'n 10 miljoen formulieren en stuurt sinds juni 2026 de eerste berichten over 2021 tot en met 2023. Een antwoord kan tot 2030 duren. Mis je de datum in de brief, dan kun je het formulier nog tot 5 jaar na afloop van dat belastingjaar insturen, voor 2021 dus tot eind 2026 (Belastingdienst). Wie over 2017 tot en met 2020 niet op tijd bezwaar maakte, krijgt niets terug: dat besliste de Hoge Raad op 25 juni 2026.

Advies van De Zaak: Zat je vooral in aandelen, vul dan de opgaaf over 2022 in. Aandelen daalden dat jaar gemiddeld 7,97%, terwijl de Belastingdienst met 5,53% rendement rekende. In 2021, 2023 en 2024 stegen aandelen gemiddeld 23,32%, 15,04% en 8,43%, ruim boven het fictieve rendement van 5,69%, 6,17% en 6,04% (Rijksoverheid). Met een gespreide aandelenportefeuille levert de opgaaf over die jaren meestal niets op. Twijfel je over een jaar, vul het online formulier dan wel in: je ziet meteen of je werkelijk rendement lager uitvalt, en je verstuurt het pas als dat zo is.

Box 3 in 2027 en 2028

Het heffingsvrije vermogen gaat volgens het kabinet in 2027 terug naar het niveau van 2020: € 30.846. Dat is € 28.511 minder dan nu. Dat bedrag staat nog niet vast: op 6 oktober 2026 nam de Tweede Kamer moties aan om kleine spaarders te ontzien, en het kabinet past het plan daarop aan. Daarnaast gaat het fictieve rendement op beleggingen en andere bezittingen in 2027 met 1,5 procentpunt omhoog. Dat staat in de Kamerbrief van 29 september 2026. Het is een voorstel: de Kamers moeten er nog mee instemmen. Wat dat in euro's betekent, rekent ons artikel over box 3 in 2027 voor.

Vanaf 2028 moet het nieuwe stelsel er zijn: de Wet werkelijk rendement box 3. De Tweede Kamer nam die wet op 12 februari 2026 aan. Daarin wordt de waardestijging van aandelen elk jaar belast, ook als je niet verkoopt. De Eerste Kamer besprak de wet op 30 juni 2026, maar stelde de stemming uit (Eerste Kamer).

Het kabinet wil de wet nu met een novelle aanpassen. Dan wordt de koerswinst op aandelen, obligaties en opties vanaf 2028 pas belast als je verkoopt. Vastgoed gaat ook al in 2028 over: dan betaal je over de huur (of een vaste bijtelling als je het pand zelf gebruikt) en over de winst bij verkoop. Voor crypto, uitgeleend geld en andere bezittingen wordt tot 2030 de opbrengst en waardestijging elk jaar belast. Pas vanaf 2030 betaal je daarover belasting bij verkoop. Per 2028 komt er een heffingsvrij resultaat van € 1.000. Op 9 oktober 2026 was de novelle nog niet bij de Tweede Kamer ingediend. De Tweede Kamer mikt op een stemming op 12 november 2026 (commissie Financiën), en de Eerste Kamer moet de novelle vóór 31 december aannemen, anders is die niet op tijd voor 2028. Wil je weten hoe het afloopt, schrijf je dan in voor de nieuwsbrief.

Dividendbelasting op je aandelen

Keert een Nederlands bedrijf of fonds dividend uit, dan houdt het 15% dividendbelasting in. Dat is een voorheffing: in je aangifte geef je op hoeveel is ingehouden, en dat bedrag gaat af van de inkomstenbelasting die je moet betalen (Belastingdienst).

Buitenlandse bedrijven houden bronbelasting in volgens de regels van hun land. Een belastingverdrag beperkt dat vaak tot 15%. Meer hierover in dividendbelasting: regels en tarieven.

Heb je 5% of meer van de aandelen in een bv of nv, dan heb je een aanmerkelijk belang. Dividend en verkoopwinst vallen dan in box 2, niet in box 3.

Groen beleggen: de vrijstelling krimpt

Geld dat je groen belegt in erkende groenfondsen is deels vrijgesteld. In 2026 gaat het om maximaal € 26.715, of € 53.430 met een fiscale partner. Daarbovenop krijg je een heffingskorting van 0,1% van het vrijgestelde bedrag (Belastingdienst).

In 2027 zakt de vrijstelling naar € 200 (€ 400 met partner). Per 1 januari 2028 vervallen vrijstelling en korting helemaal (Rijksoverheid).

Beleggen via privé of bv?

Als ondernemer met een bv kun je ook vanuit de bv beleggen. De bv betaalt dan vennootschapsbelasting over de winst: in 2026 19% tot en met € 200.000 en 25,8% daarboven. Haal je het geld later naar privé, dan betaal je box 2-belasting: 24,5% tot € 68.843 en 31% daarboven. Het kabinet stelt voor het hoge tarief in box 2 vanaf 2027 vier jaar lang te verlagen naar 29,2%.

Welke route goedkoper is, hangt af van je rendement en wanneer je het geld nodig hebt. Een uitgewerkte vergelijking staat in beleggen in de bv of privé. Verschuif geen vermogen voordat duidelijk is hoe box 3 er in 2028 uitziet.

Veelgestelde vragen

Betaal je belasting als je aandelen verkoopt?

Nee, niet in 2026 en 2027. Privé gehouden aandelen vallen in box 3, waar de waarde op 1 januari telt en niet de winst bij verkoop. Het kabinet wil per 2028 een belasting op de winst bij verkoop van aandelen invoeren, maar dat voorstel moet nog door beide Kamers.

Hoeveel belasting betaal je over beleggingen in 2026?

Boven het heffingsvrije vermogen van € 59.357 rekent de Belastingdienst met een fictief rendement van 6% op beleggingen en 1,28% op spaargeld. Over dat rendement betaal je 36%. Met € 70.000 aan beleggingen en € 30.000 spaargeld komt dat neer op € 670.

Hoe geef je aandelen op bij de Belastingdienst?

In je aangifte inkomstenbelasting, onder bezittingen in box 3. Je vult de waarde in op 1 januari van het jaar, zoals die op het jaaroverzicht van je bank of broker staat. Ingehouden Nederlandse dividendbelasting vul je apart in, zodat die wordt verrekend.

Kun je belastingvrij beleggen?

Ja, tot het heffingsvrije vermogen van € 59.357 per persoon in 2026 betaal je geen box 3-belasting over je beleggingen. Groene beleggingen zijn in 2026 tot € 26.715 extra vrijgesteld. Die extra vrijstelling zakt in 2027 naar € 200.

Krijg je geld terug als je beleggingen minder opbrachten?

Ja, als je werkelijke rendement lager was dan het fictieve. Over 2021 tot en met 2024 geef je dat door met het formulier Opgaaf werkelijk rendement, vanaf 2025 in je aangifte. Daarbij geldt geen heffingsvrij vermogen en trek je geen kosten af, behalve rente op schulden in box 3.